Mensen die fluisteren…..

Mijn vader herkent niet altijd zijn bezoek. En dat is misschien soms maar goed ook.

Gisteren zei hij onverwachts tegen Anja (die hem nog steeds drie keer per dag opzoekt en die hij wel het meest herkent en wiens naam hij herhaaldelijk roept, ook als zij er niet is) dat ‘mannen nu zijn huis aan het leeghalen waren’. Anja wist niet waar hij dit plotselinge idee vandaan haalde. Zij stelde hem direct gerust. ‘Niemand haalt je huis leeg.’

En dat is ook waar. Tot op heden heeft niemand zijn huis leeggehaald. Maar……dat zal wel gaan gebeuren. Het is zeker dat hij niet meer kan terugkeren naar zijn huis en dat weet hij ook. De huur zal moeten worden opgezegd en het huis moet dan leeg zijn.

Maar is het nodig dit tegen mijn vader te zeggen, nu hij toch al uit  zijn doen is, omdat hij uit zijn vertrouwde omgeving is weggerukt? Nee! Wie dat toch doet, kan dit niet zeggen met een goede intentie. Het is onnodig wreed om dit wel te doen.

Dus bij deze een oproep aan mensen die mijn weblog lezen en daaruit verkeerde conclusies trekken: ‘Houd op met mijn vader op te zoeken in de hulpeloze positie waarin hij nu verkeert, met de intentie om hem dit soort dingen in zijn oor te fluisteren.’

Mijn vader lijkt er geen zin meer in te hebben.

Hij eet niet meer. Dagelijks wordt er nog wel wat appelmoes bij hem in gelepeld, wat limonade en thee, maar daar houdt het ook mee op. Aan gedwongen voeding wordt niet gedaan. Als iemand niet meer wil of kan eten, dan wordt dat gerespecteerd. Met zo een beleid duurt het niet lang voordat iemand dan gaat hemelen. Mijn vader was al mager, maar wordt nu zienderogen magerder. Hij is totaal verzwakt en kan niet meer goed slikken. Praten doet hij nauwelijks.

Eigenlijk heb ik geluk gehad dat mijn vader nog veel heeft gesproken op de dag dat ik laatst bij hem was.

Woensdag wil mijn zoon met mij naar hem toegaan. Ik hoop echt dat mijn vader dan nog in leven is, zodat ik hem misschien wel voor de laatste keer kan omhelzen. Verder ga ik nog naar Heerlen om wat spullen te halen uit mijn vaders huis. Ook dan hoop ik hem nog een keer te zien. En ik heb nog een afspraak staan om hem op te zoeken samen met mijn nicht in de week van 29 januari. Zowel zij als ik vrezen dat hij dan misschien al niet meer leeft, zo snel gaat hij nu achteruit.

Het is triest en vreemd om te ervaren dat een ooit zo gezonde man zo snel kan verzwakken. Het breekt mijn hart en vervult me met weemoed. Ook al begrijp ik wel dat ik blij moet zijn dat mijn vader zonder ziektes en pijn zo oud heeft mogen worden. Hij is, zoals hij dat zelf trots heeft verwoord, al in zijn honderdste levensjaar.

Thee

Een kopje thee heeft iets troostrijks, voor mij meer nog dan een kop koffie. Een ‘bakkie pleur’ kan met name heerlijk zijn in de ochtend en fungeert voor mij eerder als een kopstoot (in de zin van ‘word wakker!’) dan als troost.

Van kleins af aan houd ik van thee, vooral van de thee zoals ik die bij mijn oma te drinken kreeg in een wijd porceleinen kopje. En dan liefst met een bruin boterhammetje met roomboter erbij. Als mijn broer en ik vroeger van school kwamen, zat mijn moeder klaar met een pot thee op een theelichtje. Daarbij aten we hartige versnaperingen, zoals mijn moeders zelf gebakken kaaskoekjes of pinda’s (door mijn moeder ‘katjang’ genoemd).

In mijn studententijd had ik een glazen theelichtje en een Chinees theepotje. Vaak dronk ik daar mijn thee uit met medestudenten. Van dat intieme theedrinken ging troost uit. Mensen met problemen, junks, iedereen kon bij mij aanschuiven voor een kopje thee. In die tijd was het nog heel gewoon om thee te zetten in een pot. Niemand zette toen thee door gewoon even een theezakje in een mok te laten bungelen met daarover heet water.

De laatste jaren heb ik ook thee gedronken door de theezak in mok of glas te dopen. Hoe lekker de theesoort die je dan gebruikt ook is, de thee smaakt op die manier nooit  zo lekker als thee die getrokken is in een pot.

Dat gemakzuchtige theezetten is voor mij nu afgelopen. Voortaan laat ik de thee weer trekken in een pot. Zoveel moeite is dat niet. En de thee smaakt weer als vanouds.

20180120_110342

Ik heb een mooi theelichtje gekocht via een webwinkel die adverteert op marktplaats. Een theeservies mag ik meenemen uit mijn vaders huis. Voorlopig doe ik het met één van de vele theepotten die ik al heb.

Familie

Ik heb daar tot op heden weinig mee te maken gehad, buiten de familie die ikzelf mede heb laten ontstaan door kinderen te baren. Van mijn moeders kant is alleen nog 1 nicht in leven. Met de familie van mijn stiefvader heb ik helemaal geen contact.

In mijn gezin van herkomst werden geen familiefeestjes georganiseerd. De enige familie die mijn broer en ik vaker zagen bestond uit mijn oma van moeders kant. Gezamenlijke  feestjes als bruiloften en huwelijksjubilea werden niet gevierd. Mijn ouders gingen er prat op dat zij niet ‘familieziek’ waren.

Sinds kort heb ik contact met een nicht van mijn vaders kant, een dochter van zijn oudste zus. We hebben mailcontact gehad op haar initiatief en laatst heb ik ook enige tijd met haar gesproken via de telefoon. Ik ben daar heel blij mee.

Zij is al wat ouder dan ik en niet zo goed ter been, net als ik (hopelijk tijdelijk! Ik oefen fanatiek). Ondanks dit ongemak hebben we afgesproken een keer samen met de trein mijn vader te gaan opzoeken, waarschijnlijk in de week van de 29e januari. We zullen elkaar dan ontmoeten op het station van Den Bosch om van daaruit verder te reizen naar Heerlen.

Ik heb eigenlijk een heel grote familie. Mijn vader kwam uit een gezin van (meen ik) 7 kinderen, van wie 1 zus nog in leven is. Die kinderen hebben ook weer kinderen gekregen. Dus ik heb een hoop neven en nichten.

Het was leuk om van mijn nicht te horen dat bepaalde karaktereigenschappen en vaardigheden in de familie zitten. Er zit een tekenlerares in mijn familie en mijn vader blijkt behalve goed te hebben kunnen werken met hout ook een uitstekende kleermaker te zijn geweest. Hij naaide zelf jurken voor zijn tweede vrouw. Het naaien van kleding zit ook in mijn familie. Ik ben gek op die creatieve handvaardigheid.

Mijn nicht vond het leuk te horen dat ik mezelf weer Monique wil noemen. Ik op mijn beurt hoop via haar en wellicht nog meer familieleden meer te weten te komen over mijn familie.

Deze ‘lonesome hobo’ blijkt toch ergens vandaan te komen. Het geeft me een vertrouwd en ongekend geborgen gevoel.

18-1-2018, storm!

Op dagen als deze worden (meestal door jongeren) razendsnel filmpjes gedeeld. Mijn zoon deelde 10 van deze filmpjes in MP4-formaat in onze groepsapp. Daarvan maakte ik een compilatie om deze historische dag te ‘vereeuwigen’.

Interieurwensen

Je hoeft de tv maar aan te zetten op een willekeurig moment of je komt terecht middenin een programma over huizen en interieurs. Tegenwoordig zijn kernwoorden voor de inrichting van de moderne mens ‘industrieel’ en ‘stoer’. Als een inrichting maar aan deze twee bijvoeglijke naamwoorden voldoet, dan voldoet deze aan de eisen van deze tijd. Tuttigheid en brocanterie zijn daarbij absoluut verboden. Een enkel antiek meubelstuk tussen al het staal, grijs en de metalen lampenkappen mag, mits bescheiden aangebracht. Loungebanken, waarop je alleen onderuitgezakt kan gaan hangen zijn een must in elk interieur en degelijke salontafels worden vervangen door iele bijzettafeltjes met dunne pootjes. Binnenhuisarchitecten gooien zonder aarzelen nog prima meubilair uit huizen om vervolgens op zoek te gaan naar peperduur meubilair en accessoires in designwinkels. Over het resultaat, dat in de regel een naar mijn mening nogal conform karakter heeft, wordt door de bewoners verrast ‘oh’ en ‘ah’ geroepen. Terwijl ik denk: weer een zoveelste onpersoonlijke maar verantwoorde inrichting en weer kijken hier miljoenen mensen naar, die vervolgens denken dat zij ook zo een inrichting moeten hebben om erbij te horen. En voor al dat designmeubilair van pulphout en inferieure stoffen betalen zij de hoofdprijs. Dikwijls neemt men er ook genoegen mee dat men maandenlang moet wachten tot een bepaalde bank of tafel geleverd wordt. Dat zie je niet op tv.

Ik ben iemand die zich nooit wat heeft aangetrokken van interieurmode. Ik ben ook van de recycling. Daarbij gooi ik niets weg, tenzij het onherstelbaar kapot is. Als iets hergebruikt kan worden geef ik het aan de kringloop. Zelf zoek ik mijn meubels graag op marktplaats. Daar kan je nog kwaliteit krijgen en vakmanschap voor een redelijke prijs, als je maar goed zoekt. Eigenlijk ben ik gewoon een ouderwetse miep, die houdt van meubels van echt hout, die mooi vervaardigd zijn met liefdevol vakmanschap. Ik vind het dan geen probleem om te investeren in een mooie nieuwe bekleding van zulke meubels, omdat ze dat waard zijn. Het zijn dan ook geen wegwerpartikelen die ik zoek, die vandaag gewild zijn en morgen weer helemaal uit de gratie. Ik hoef niet om de zoveel jaar een nieuw interieur, maar ik maak van mijn interieur een nest dat lang mee kan.

Ach ja…elk wat wils. Maar soms doet het mijn hart pijn dat zoveel mensen meegesleurd worden in het dictatorschap van de interieurmode. Want ze moeten er zo hard voor werken en de massa-industrie profiteert ervan.

Vooruitgang

Sinds een week ga ik wat vooruit wat betreft mijn revalidatie. Ik lijk meer kracht te krijgen in mijn geopereerde been. En ook wordt mijn been van heup tot knie eindelijk wat soepeler. Sinds kort kan ik bijvoorbeeld weer even op mijn linker- of rechterzijde slapen, voor de meeste mensen heel gewoon, maar voor mij na twee maanden uitsluitend op mijn rug liggen heel fijn.

Vandaag toonde de fysiotherapeute zich ook heel enthousiast. Zij vond dat ik in een week tijd enorm was vooruitgegaan. Ik heb dan ook heel trouw getraind. Elke dag twee maal mijn serie oefeningen en zo vaak en lang als ik kan ga ik wandelen met stok. Ik mag, als ik dat wil, tussen de fysiotherapiesessies door in de praktijk naar binnen gaan en een tijdje fietsen op de hometrainer daar en ook verder daar oefeningen doen in de oefenruimte. Dat heb ik ook al drie keer gedaan en elke keer fiets ik 5 km in 11 minuten. Ik loop al kleine stukjes zonder stok, ook al ziet dat eruit als een robot die net heeft leren lopen.

Het lopen in mijn buurt is bepaald geen straf.

Het lopen in mijn buurt is bepaald geen straf.

De fysiotherapeute is zo tevreden dat ik nu maar één keer per week hoef te komen. Intussen moet ik natuurlijk wel mijn trainschema volhouden.

Francisco (hij prefereert Paco, de verkorte versie van zijn naam) wilde direct alweer een vlucht boeken naar Malaga. Uiteindelijk dacht ik ook: ‘Waarom ook niet. Oefenen kan ik overal.’ Dus nu hebben we een vlucht geboekt voor 6 maart 2018. Eind mei hopen we weer naar Nederland terug te keren met mijn auto.

Mijn allerlaatste filmpje?

Ik vind het maken van filmpjes niet meer zo leuk. Zie ook dat ze weinig bekeken worden. En diegenen die wel het geduld hebben om ze te bekijken zetten meestal de muziek uit, omdat ze mijn muziekkeus verschrikkelijk vinden. En dat terwijl ik de muziek zorgvuldig uitzoek en de combinatie muziek en beelden voor mij betekenis heeft. Een betekenis die kennelijk niet overkomt.

Dus ik geef het op. Hier nog een laatste produktje. Het zijn oude beelden, nog uit 2017. Toen mijn jongste zoon nog in mijn huis woonde, tijdens zijn verhuizing en met oudjaar.

Monique

Zo wil ik graag weer genoemd worden. Het is mijn voornaam zoals mijn vader die ruim 67 jaar geleden liet registreren bij de burgerlijke stand in Breda.

Als eerbetoon aan mijn oude vader wil ik nu voortaan weer Monique heten. Eigenlijk zou ik het liefst de naam Shabnam helemaal wissen, maar dat is niet eenvoudig, want zo heet ik nu wel officieel. Op facebook probeerde ik mijn voornaam te veranderen, maar dat gaat niet. Ook de domeinnaam van mijn weblog is nu eenmaal verweven met de naam Shabnam en dat laat zich niet veranderen, evenals mijn paspoort. Ik zit aan deze naam vast. Op al mijn officiële papieren heet ik Shabnam en dat zal zo blijven en daarmee zal ik moeten leven. Ik heb de naam zelf ooit laten veranderen in 1993 en op dat moment een deel van mijn identiteit opgegeven. Het is één van de minder verstandige beslissingen die ik nam in mijn leven. Nu heb ik daar spijt van.

Maar…..als ik nieuwe mensen tegenkom, zal ik me voortaan voorstellen met Monique. Vanmorgen had ik een voorproefje. Ik moest doorgeven aan mijn verhuurder dat de lampjes boven onze voordeur in het rijtje van vier huizen waarin ik woon al een paar dagen niet meer aangaan bij zonsondergang. Voor het eerst maakte ik me bij dat telefoongesprekje bekend als Monique Theunissen. Dat was best wennen.

Mijn kinderen heb ik ook al verteld dat ik Monique wil heten. Zij noemen me sowieso niet bij mijn voornaam maar mamma, maar mijn jongste zoon zei direct dat hij het een mooiere naam vindt dan Shabnam. Mij maakt mooi of niet mooi niet eens uit, maar Monique Theunissen is gewoon wie ik ben.

En Ahmad heet Francisco. Hij heeft gelukkig zijn naam nooit officieel veranderd in Ahmad. Ik wil hem ook Francisco noemen (naar de heilige die de taal der dieren kon verstaan). Hij vindt alles best, mi cariño.

Vriendelijkheid……

Doet de mens goed en het is gratis. Sinds ik met een stok door mijn buurt wandel, word ik vriendelijk gegroet door mensen die ik tegenkom. Mensen die ik helemaal niet ken, maar waarschijnlijk in mijn buurt wonen. Het maakt niet uit of het blanke Nederlanders zijn of mensen met een kleurtje (in ‘mijn buurt is meer dan 50 % allochtoon, zoals ik laatst zag op een soort ‘allochtonenmeter’ op internet). Men groet hier, alsof ik woon in een oude dorpskern. Dat vind ik geweldig.

Laatst liep ik met mijn stok richting fysiotherapie, toen mijn buurjongen kwam aanrijden op zijn brommer. Ik was het hoekje al om, toen ik hem hoorde roepen: ‘Buurvrouw! Beterschap!’ ‘Ah dankjewel!’ riep ik terug naar de 19 jarige jongeman met Marokkaanse roots.

Zulke korte ontmoetingen en beterschapswensen doen mij enorm goed en bevestigen mijn mening dat het wonen in een ‘gemengde’ wijk heel leuk kan zijn. En dat jong en oud, allochtoon en autochtoon, rijk en arm heel goed kunnen samenleven. Goede manieren en vriendelijkheid zijn niet cultuurbepaald, maar het zijn universele waarden.

Laatst kreeg ik in de tram zomaar een lieve glimlach van een meisje met een Chinees uiterlijk. Ik glimlachte terug. Even vroeg ik me af of ik het meisje ergens van kende, maar dat was niet zo. En dat hoeft ook niet. Het komt vaker voor dat wildvreemde mensen naar me glimlachen en ik glimlach dan altijd terug. Waarom ook niet. Een glimlach is gratis en doet je goed, kan soms zelfs je hele dag goedmaken.

Het liedje gaat: ‘De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft……’, maar ik zou dat algemener willen stellen: ‘De glimlach van een medemens doet je beseffen……’

Of het nu die van een jong of oud persoon is. Een glimlach doet elk gezicht onverwacht oplichten van schoonheid, alsof de zon doorbreekt aan een eerder donkere hemel.

Dat is het licht van de Liefde, die moed geeft, blijheid en kracht.