Oorsprong van Flamenco (filmpje)

Het komt erop neer dat het woord flamenco bestaat uit twee delen, te weten ‘falah’ (boer) en ‘mankub’ (marginale, verdrevene, vernederde, van zijn bezittingen beroofde, bedroefde).

Het woord ‘ay’, dat je veel hoort in de flamenco is niets anders dan een uiting van pijn (auw) en ‘olé’ is het woord voor ‘Allah’/ God, dat niet gezegd mocht worden na de inquisitie en dat dus vervangen werd door ‘olé’.

Er zijn  verschillende vormen in de flamenco. De ‘soleo’ wordt ten onrechte nu vertaald als ‘soledad’ (eenzaamheid in het Spaans), maar komt in werkelijkheid van ‘salat’, dat in het Arabisch ‘gebed’ betekent. De ‘fatiga’ (‘vermoeidheid’ in het Spaans) komt van ‘fatiha’, letterlijk ‘opening’ (het openingsvers in de koran, dat veel overeenkomsten vertoont met het ‘onze vader’ van de christenen).

En zo zijn er tal van andere voorbeelden: ‘lailalala’ is ‘la illaha illala’. ‘Ojala’ is ‘inshaallah’.

Ook komen er woorden in de flamenco voor die oorspronkelijk uit de taal van de negers (de ‘songhays’ in de tijd van Al Andaluz) komen. Voorbeelden zijn alle woorden die eindigen met ‘ngo’ of ‘nga’, hetgeen betekent: ‘onderwerp dat een actie uitvoert’. Zo ontstond de ‘zorongo’ (hij die rent, van het werkwoord ‘zuru’), de ‘fadango’ (hij die doolt langs wegen), de ‘tango’ (hij die de kust verlaat, zich bevrijdt).

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Antonio Manuel heeft er een heel boek over geschreven.

Interessant, zoals de geschiedenis van elk land interessant is…….

Antonio Manuel over de oorsprong van het woord ‘flamenco’

Wij  reden ruim 70 km heen en ook weer terug, maar hadden daar absoluut geen spijt van. Het was geweldig om de lezing van Antonio Manuel bij te wonen. Deze man weet zo begeesterd te spreken over de geschiedenis van de Andalusiër, dat ik op een goed moment zelfs moest huilen. Ik was een beetje trots op mezelf dat ik als enige Hollander in die zaal zat en dat ik hem gewoon kon verstaan en de hele lezing heb kunnen volgen en begrijpen. Maar dat kwam waarschijnlijk doordat ik ten eerste heel geïnteresseerd was en daarom zo ongeveer aan zijn lippen hing. Daarnaast liet hij zien hoe veel woorden in het Andalusisch af te leiden zijn uit Arabische woorden en dat was voor mij herkenbaar en vertrouwd.

Het moment dat ik moest huilen was toen hij zei dat de Andalusier de woorden nog in zijn keel, mond en hart meedraagt, maar dat hij de sleutel kwijt is om te beseffen waar deze woorden in werkelijkheid vandaan komen.

Hij droeg tal van voorbeelden aan. Ik zal een deel van wat hij vertelde in een ander stukje samenvatten in een filmpje met de voorbeelden die hij gaf via een powerpoint-presentatie aan de hand van het door hem geschreven boek over de taalgeschiedenis van Andalusië.

Een belangrijk voorbeeld is het woord flamenco dat (wat een lacher!) door sommigen wordt gezien als afkomstig uit Vlaanderen! Serieus hoorde ik dat ook ooit vertellen door een Nederlandse lerares Spaans, waar ik ooit een paar weken les van kreeg in Den  Haag. En in Spanje schijnt het dus ook door sommigen beweerd te worden. Net zoiets als dat de moskee van Cordoba oorspronkelijk een kerk zou zijn 😉 .

Het nu volgende filmpje dat ook te vinden is op de website van Antonio Manuel laat zien hoe Antonio zelf beschrijft waar het woord flamenco vandaan komt. N.B. Het is ondertiteld in het Engels!!

Geschiedenis van Andalusië in een notendop

Gisteren gingen we naar een bijeenkomst van een groep die zich de vereniging van schrijvers in het Andalusisch noemt (hunta d’ehcritorê en andalú’ (junta de escritores en andalus). Deze vond dit keer plaats in Benameji, en mooi dorp in de provincie Cordoba. Ahmad ging erheen, omdat hij zijn vriend Antonio Manuel wilde ontmoeten, die net als Ahmad, de geschiedenis van Andalusië intensief bestudeerd heeft. Ahmad schreef daarover zijn enige ooit door hem geschreven boek, Andalucia como matria, een boek dat wordt erkend als een wetenschappelijk boek. Dat is een grote prestatie voor een man die het in zijn leven moest doen met alleen de lagere school als basis. Ahmad is een autodidact. Antonio Manuel daarentegen is een gepromoveerd doctor in de rechten en werkt als professor. Toch heeft deze gestudeerde man zich o.a. laten inspireren door wat Ahmad schreef in zijn boek. Antonio Manuel heeft een intensieve studie gemaakt van de taal van Al Andalus, waarvan het geschreven woord voor een groot deel verloren is gegaan. Tijdens de inquisitie zijn de meeste wetenschappelijke werken uit de tijd van het kalifaat en ver daarvoor vernietigd. Een deel ervan is gered door boeken te verplaatsen naar Timboektoe.

Tijdens het kalifaat en ook daarvoor (ver voor de Romeinse tijd) was de taal in Andalusië Arabisch en men schreef in het Arabische alfabet. Dat kwam omdat Andalusië via handel over de Middellandse Zee in verbinding stond met landen al Syrië, Irak, Tukije en Palestina. Het kalifaat in Andalusië is begonnen met een emir uit Syrië, Abdul Rahman. Tijdens het kalifaat dat na hem kwam en duurde van de achtste eeuw tot aan de kruistochten woonden joden, christenen en moslims vreedzaam samen en handel en wetenschap kwamen tot grote bloei. Er was diversiteit onder de bevolking.

Met de conquista (die door de Spaanse geschiedschrijvers ten onrechte reconquista werd genoemd) van de katholieke kerk over de oorspronkelijke bewoners kwam er een eind aan het Arabisch als voertaal in Andalusië. Het enige schrift (in het Arabische alfabet) dat de bevolking kende en dat eeuwenoud was mocht niet langer geschreven worden. De bevolking van Andalusië werd dus in één klap analfabeet. Men moest leren schrijven in het Castiliaans. En men moest spreken in het Castiliaans. Maar veel woorden bleven toch bestaan en zo kan het dat veel plaatsnamen en woorden in Andalusië nog steeds Arabisch zijn, maar fonetisch in het Castiliaans geschreven worden. In de loop der tijd zijn veel van die woorden ook veranderd en kent men de oorsprong ervan niet meer terug. Diversiteit werd niet geduld door de katholieke machtshebbers. Iedereen moest aantonen katholiek te zijn. Andere godsdiensten waren niet langer toegestaan. Dat is tot op heden nog te merken. De mensen hier zijn nog nauwelijks bekomen van de barre tijd tijdens het regiem van Franco, die zich gesteund wist door de katholieke kerk. Tot op heden zijn er Franco-aanhangers. Het is hier nog steeds vanzelfsprekend dat je je kind laat dopen. Het katholicisme is de staatsgodsdienst in Spanje.

Gelukkig is er onder de jongeren wel enig bewustzijn ontstaan, onder invloed van het globalisme, dat Spanje niet het beste land ter wereld is met de best mogelijke godsdienst, maar dat verschil er ook mag zijn. Veel mensen in Spanje komen er nu voor uit dat ze ongelovig zijn of anders gelovend en daarvoor is nu meer ruimte. Mochten kinderen in het onderwijs in de tijd van Franco alleen maar Spaans spreken en geen andere taal leren, nu wordt er gelukkig wel vaak les gegeven in andere talen en met name het Engels. Dit omdat veel jonge werkzoekenden noodgedwongen werk moeten zoeken in landen buiten Spanje.

Opvoeden

Terwijl ik bezig was het hoofd van mijn zoon op de tekening te versmallen, met name de nek en het achterhoofd, en het hoofdje van mijn kleindochter wat te verlengen (ze kijkt een beetje naar beneden en dus is haar voorhoofd en en de haarpartij onevenredig groter) moest ik om mezelf lachen.

Heb ik mijn zoon zo groot getekend, omdat ik zoveel van hem houd? Alle liefde in een te groot hoofd van hem 😉 ? Een ouder kan vaak het eigen kind door een ietwat roze bril zien, in dit geval een vergrootglas 🙂

En tegelijk dacht ik aan mijn kleindochtertje, een klein, tenger opdondertje. Met haar kleine gestalte en sterke wil weet ze veel grote mensen te mobiliseren. Ik glimlach in mezelf om zoveel invloed van zo een klein wezentje.

Dan komen me artikelen in gedachte die ik las in de krant (waar een mens allemaal niet aan denkt, terwijl deze tekent!). De hedendaagse ouder zou zijn of haar kind te veel op een voetstuk zetten. Dat zou kinderen maken tot verwende prinsjes en prinsesjes, die uiteindelijk zouden opgroeien tot mensen die niets kunnen hebben en geen tegenslag zouden kunnen verdragen.

Ik ben het daar niet mee eens. Ik geloof dat je kinderen moet zien als kleine mensen met een mening die gehoord mag worden. Als ouder ben je er wel om kinderen ‘bij te sturen’ en zo nodig bij te staan met raad en daad en uitleg. Maar breek nooit de wil van een kind of behandel het als of zijn/haar mening er niet toe doet. Laat ze uitgroeien tot wie zij zijn zonder te willen bepalen hoe ze moeten zijn. Behalve dan natuurlijk de normale regels van goed gedrag en goed en kwaad, die voor elk mens gelden. Die moet je ze natuurlijk wel bijbrengen. Maar dat wil niet zeggen dat je zelf volmaakt bent als ouder. Het is goed om je fouten aan je kinderen toe te geven. Kinderen zijn heel alert en kijken nog met een open blik. Dus lieg niet tegen je kinderen en als je iets belooft, doe het dan ook. Kinderen onthouden alles. Je kan je kinderen alleen datgene leren dat je ook zelf naleeft.

Dat kwam allemaal in mijn gedachten. Ik weet hoe het is als ouders je wil breken. En ik weet wat afzien is. Maar wil je dat een kind zelfvertrouwen krijgt in het volwassen leven, dan is liefde geven en het serieus nemen van je kind belangrijker dan dat je het kind wilt ‘uitlijnen’. Ik was misschien niet streng genoeg voor mijn kinderen, waardoor zij veel moesten leren door het leven zelf. Ik vergat ook mijn kinderen te straffen, omdat ik elke ‘overtreding’ werkelijk snel vergeet en geloof in telkens nieuwe kansen. Maar alsnog hebben zij geleerd wat ze moesten leren en nu ben ik trots op wie ze zijn geworden.

‘Kunst’kritiek

Sommige mensen noemen zichzelf kunstkenner en anderen zeggen dat ze juist geen kunstkenner zijn. Ik denk dat iedereen een kunstkenner is. Kunst is er voor de toeschouwer en dat maakt de toeschouwer de ‘kenner’. De toeschouwer bepaalt of hij/zij het schilderij/ theaterstuk/ muziekstuk/ ballet waardeert. Is het technisch goed uitgevoerd en belangrijker nog, raakt het je? Geeft het je een bepaald gevoel of een inspiratie? Dat bepaalt de toeschouwer.

Mensen die zich kunstkenner noemen zijn in de  regel mensen die weten of denken te weten wat een bepaald kunststuk waard is, uitgedrukt in geld. Er wordt in kunst gehandeld en gespeculeerd als op de beurs. Dan is kunst niet meer dan een waarde-object. Wat niet wegneemt dat een een kunstverzamelaar ook met hart en ziel kan genieten van een kunstwerk.

Laats liet ik de tekening van mijn zoon en zijn dochtertje zien en ik vroeg om opbouwende kritiek. Die kreeg ik ook van mijn twee trouwste lezers. Ook liet ik de tekening zien aan de app-groep die ik heb voor mijn nageslacht plus partners. De artiest van onze familie, een ontwerper van logo’s, vond hem perfect. Theo, die zelf al lange tijd tekent en schildert vond hem o.k., behalve het ‘doezelen’. Mijn altijd ‘recht voor zijn raap’-lezeres Jeanne vond de verhoudingen niet kloppen.

Dat wilde ik helemaal niet horen. Ik had het hoofd van mijn zoon al wat smaller gemaakt en wat kon ik nog meer doen? Was dan al mijn werk voor niks? Want verander je een miniem lijntje, dan herken je de hele tekening soms niet meer terug.

De kritiek bleef aan me knagen. Want ik zag het zelf ineens ook! Telkens als ik naar de tekening keek leek het hoofd van mijn zoon groter te worden en een paar dagen wilde ik er helemaal niet meer naar kijken. De lol was er voor mij af.

Vandaag heb ik het hoofd smaller gemaakt, met name de halslijn. Ik had nogal een stierennek getekend. Wel zag ik dat het petje echt groot is, ook in werkelijkheid, wat het hoofd groter doet lijken. Maar ook van het petje kon best wat af. Het hoofdje van mijn kleindochter was inderdaad ook in werkelijkheid wat langer, met het paardenstaartje meegerekend. En het hoofdje gaat gedeeltelijk schuil achter het hoofd van mijn zoon.

Ik heb de tekening dus aangepast, dankzij de kritiek van één van mijn lezers in de rol van toeschouwer. En dat is waarschijnlijk ook een toeschouwer, die van zichzelf zal zeggen dat zij geen verstand heeft van kunst (voor zover je mijn tekening daaronder mag rekenen). Dus bedankt, Jeanne, voor jou eerlijke commentaar, dat wel even aankwam, maar waar ik uiteindelijk wel heel blij mee ben.

De vraag is nu: kloppen de verhoudingen nu beter? Ik denk van wel. Zeg het gerust weer eerlijk.

Mooi filmpje van Ahmad

Gelukkig heeft Ahmad het op zich genomen dit keer een filmpje te maken van onze zoveelste honeymoon (luna de miel). En hoe! Ik  vind het een prachtig filmpje met als achtergrond originele muziek uit de tijd van Al Andalus. Het is een liefdesgedicht op muziek. De tekst is heb ik alleen in het Arabisch en Spaans. Dus die laat ik hier weg…Ahmad heeft de tekst in het filmpje ook grotendeels weggelaten, omdat hij de muziek zonder zang mooier vond. Hij stuurde me het gedicht via de mail.

La Bobadilla

In dit fraaie en rustiek gelegen vijf sterren-hotel verbleven wij een nacht en ‘nuttigden’ (ik pas mijn schrijfstijl aan 😉 ) wij drie maaltijden. Het hotel oogt klassiek Andalusisch maar is dit niet. Het is in zijn geheel gebouwd in de 80-er jaren van de vorige eeuw door een rijke zakenman/advocaat, in een stijl, die wel klassiek Andalusisch moest ogen. Hier…….

..…iets over de historie van dit indrukwekkende bouwsel met zijn eigen enorme boomgaard, bestaande uit zeer gezonde olijfbomen. Op het eigen terrein bevinden zich verder een moestuin, een manege en natuurlijk de attracties die ter ontspanning bij zo een hotel horen, zoals tennisbanen en zwembaden.

Er wordt hoog opgegeven op internet over de enorme luxe die dit hotel biedt en de goede service. Daarvan is geen woord gelogen. Over de historie en de ecologische zelfredzaamheid, die dit hotel speciaal maken in haar soort, wordt minder gesproken. En om de geschiedenis van dit hotel te weten te komen moest ik me redden met bovenstaand A4-tje dat ons werd aangereikt bij aankomst. Over de historie heb ik digitaal niets kunnen vinden.

We hebben zeker genoten. Met name van de wandelingen bij regen en zonneschijn in de omgeving. Ook was het leuk om verwend te worden, hoewel ik me er wat ongemakkelijk bij voelde. Ik ben niet gewend me veel te laten bedienen in het leven.

Naar het ecologische eten was ik benieuwd. Het lekkerst vond ik een salade met gegrilde artisjok. Maar de smaak van de meeste gerechten in dit chique hotel viel ons tegen. Waarschijnlijk zijn we verwend door de fijne smaak van onze eigen kookkunsten. Wij komen zelden eten tegen in restaurants dat ons helemaal enthousiast maakt. Behalve afgelopen zomer in dat Thaise restaurant in Zandvoort……

Het heeft veel geld gekost, dit uitstapje. Zou ik het nog eens doen? Nee, beslist niet. Ik vond het fijn om een keer ‘gek’ te doen en voor één etmaal net te doen of wij echt een soort ‘koningspaar’ zijn. Maar ligt die rol mij? Nee, helemaal niet. Was het niet ter gelegenheid van zoiets leuks als ons 10-jarig samenzijn, dan had ik er niet voor gekozen.

Tekenavontuur

En daar ben ik dan toch begonnen. Ik heb een hoekje gevonden naast mijn bureau met weinig direct licht, waar ik van houd.

Mijn jongste zoon kwam redelijk snel tevoorschijn uit het HB potlood (ik heb allerlei potloden, maar gebruik nog steeds heel laf alleen maar het normale HB potloood!). Maar zijn hoofd bleek aanvankelijk te breed uitgevallen. Dat is dan balen, vooral als je al een oor hebt getekend. Daarna zijn kleine dochtertje. Ik dacht dat dit niet gemakkelijk zou zijn, maar gek genoeg stond zij juist al na een half uurtje goed op de plaat.

Ik stuur altijd foto’s van een onaffe tekening naar de opdrachtgever voor eventueel commentaar. Dat is niet altijd verstandig. Mijn jongste zoon vond zijn kin te veel naar binnen wijken. Gedoe om dat te veranderen! Het werd ineens een andere vent en dan schrik ik altijd. Komt dat nog goed? Ik kan dan niet stoppen tot ik de ellende heb verholpen. Dan laat ik mijn thee koud worden.

En nu ben ik er bijna. Er zijn nog wel dingetjes die misschien anders kunnen, maar veel ga ik niet meer veranderen. Ik ben geen Rembrand. Op een goed moment moet je niet meer te veel morrelen aan een tekening. Dat slaat de plaat dood, vind ik.

Dus de tekening mag na twee keer eraan werken nu zo wel even op de ezel blijven staan. Morgen wordt er niet getekend…….

Opbouwend commentaar is welkom

Bijna 10 jaar samen

Op 7 november 2008 kwam Ahmad bij me wonen. We kenden elkaar toen 3 maanden via een moslim datingsite op internet.  Ahmad sprak alleen Spaans en ik communiceerde met hem via de mail in het Engels. Wij bedienden ons van de Google vertaalmachine. Ik vertaalde zijn mooie teksten liever in het Engels dan in het Nederlands, omdat Spaans, wanneer het letterlijk vertaald wordt in het Nederlands, heel formeel en raar overkomt. We hadden een zeer intensieve correspondentie. Ik mailde zelfs met hem onder werktijd. Toen Ahmad uiteindelijk naar Nederland kwam, wisten we ongeveer alles van elkaar. Ik kende zijn stem niet, had zijn uiterlijk alleen gezien op een paar foto’s, maar had het gevoel dat ik recht in zijn ziel had kunnen kijken. Ik voelde met mijn hele hart dat hij een goed persoon was en ik was via de mail helemaal verliefd geworden, net als hij.

Op 7 november ging ik hem ophalen van Schiphol. Ik was van de zenuwen een uur te vroeg. En daar stond hij ineens, een kleine man (precies even lang als ik) met een oude koffer. Hij lachte me heel lief toe en ik vond hem een beetje op David Niven (een vroegere filmster) lijken. Het eerste wat hij deed was me het boek in de hand drukken, dat hij geschreven heeft (‘Andalucia como matria’). Ik wist niet goed wat ik daarmee aan moest, maar ik bleef het vasthouden. Thuis wachtte een groep mensen op ons. Mijn oudste dochter had alles voorbereid. Ballonnen met hartjes hingen aan het huis en binnen wachtten een imam, die ons voor de islam ging trouwen, en mijn groep soefi-vrienden. Mijn kinderen hadden heerlijk eten gekookt en een mooie taart gekocht met 2 duiven, die wij moesten aansnijden. Dat deden we samen. Een vriend die Spaans sprak vertaalde alles wat de imam zei in het Spaans voor Ahmad.

Het was de mooiste nikah (trouwerij voor de islam), die ik ooit meemaakte (NB het was voor mij de derde keer dat ik trouwde).

Sindsdien zijn Ahmad en ik samen. En we zijn nog steeds erg gelukkig. Ik vond dat dit nu maar eens gevierd moest worden. En dat gaan we ook doen. Zondag a.s. gaan we een nachtje slapen in een heel duur hotel in Granada. Het is enig in zijn soort, omdat het volledig ecologisch is. Energie wordt gegenereerd door middel van olijfpitten uit de eigen boomgaard en ook het eten dat geserveerd wordt is natuurlijk en komt uit eigen biologische producten. Zelfs de lakens zijn van duurzaam materiaal. Het lijkt me een belevenis om dit een etmaal mee te maken.

Wat betreft de temperatuur hebben we geen geluk. Het zal slechts 8 graden zijn overdag bij een koude wind en in de nacht belooft het min 1 graad te worden. Maar we hopen dat het twee heldere dagen zullen zijn tussen de buien de dagen ervoor en erna in. Dan kunnen we in ieder geval wandelen met een warme jas en genieten van de mooie omgeving daar…..

Volgend jaar 29 oktober zullen we 10 jaar gerouwd zijn voor de Nederlandse wet. Als we dat nog mogen meemaken, hebben we weer een reden voor een feestje.

De vijfde getuige

Nog steeds ben ik aan het spijbelen. Terwijl Ahmad al een stuk van een prachtige vlinder heeft vervaardigd voor nog een glas in lood lampje.

Mijn excuus is nu dat het vandaag schitterend weer was en dat het heerlijk was om te lezen op het terras. ‘Ik begin wel als de lucht weer grijs is. In zonlicht kan ik niet tekenen, veel te fel!’

Intussen heb ik mijn tekeningen nog eens bekeken en de tekening  waar ik  zelf het meeste van houd is deze:

sheikh Abdullah ad Daghestani

Hij hangt in mijn huis in Nederland in een veel te bescheiden lijstje. Elk keer als ik naar zijn gezicht kijk, dan heb ik het gevoel dat hij me echt aankijkt. Maar dan denk ik: dat is niet zo. Het is maar een tekening van mijn eigen handje. Toch voel ik deze al lang overleden, wijze man als zo dichtbij. Het is alsof ik zelfs zijn stem kan horen, telkens wanneer ik denk aan de wijze lessen die hij heeft doorgegeven via zijn leerling, sheikh Nazim.

De les die vandaag in mij opkwam is de volgende:

Er zijn bij elke gedachte, intentie of handeling van de mens vier getuigen, Allah (God), de duivel en twee engelen. Het advies van sheikh Abdullah is: ‘wees niet de vijfde getuige’. Wij moeten niet getuigen en oordelen over anderen. Dat is niet aan ons.

Denkend aan deze les besef ik hoeveel (negatieve) energie ik bespaar als ik me werkelijk aan deze les houd. Het bespaart me (ver)oordelende gedachten te hebben over anderen en nog een stap verder: het bespaart me oordelen hardop de geven over anderen, hetgeen meestal alleen maar negatieve of op mijn minst nutteloze energie verspreidt in mijn directe omgeving. Wij weten immers niets over de motivatie van een ander om dingen op een bepaalde manier te doen. Als we meer zouden begrijpen zouden we misschien anders denken. We weten niets over een ander en hebben het al druk genoeg met eerlijk te zijn tegen onszelf en onszelf te begrijpen.

Sheikh Abdullah berispte nooit iemand persoonlijk in gezelschap. Hij gaf raadgevingen in hun algemeenheid en degene die het betrof voelde zich dan in de regel vanzelf aangesproken.

Iemand zei me eens, bij het zien van het gezicht van sheikh Abdullah (op de foto): ‘Wat kijkt hij boos’. Ik zie dat anders. Ik zie een zachtmoedig en heel gevoelig gezicht.

Ooit liep hij met een leerling. De leerling schopte een steen opzij die de weg enigszins blokkeerde. De sheikh zei toen: ‘Leg de steen liever opzij en schop hem niet. Ook de steen heeft gevoel’. (N.B. zoals ik me het herinner in mijn woorden naverteld)