Ongelukje 2

Dan ga ik de volgende dag op de fiets even naar de AH om nog wat te drinken te halen voor bij het eten voor mijn gasten. Ik zet mijn fiets tegen een ijzeren fietsenrek (zo een ijzeren ‘leunhek’) en haast mij de winkel in.

Als ik weer buiten kom, zie ik dat mijn fiets gevallen is. Hij ligt er ellendig bij met een omgekeerd stuur. Mijn fietslampje en stuurmandje liggen een eindje verderop. Ik zet de fiets recht en haak het mandje in de daarvoor bestemde houder en fiets weg….

Althans…..dat had ik gedacht. Mijn trappers draaien frank en vrij in het rond zonder daarbij de ketting mee te nemen. Een rare gewaarwording. Ik kan niet zien waaraan het ligt, want ik heb een hermetisch gesloten kettingkast. Lopen dan maar.

Ik loop naar huis door het Pagepark. Op een bankje zitten wat hangscholieren van lagere schoolleeftijd. Een bank met meisjes en daarna een bank met jongens. Naast het pad zijn rododendrons. Ik zie op het pad een stuk van een rododendron liggen, zo te zien uit de grond gerukt met kluit en al. Ik kijk er even naar met verbazing en lichte ergernis en aarzel dan niet maar zet het stuk rododendron-struik met kluit en al in mijn fietsmandje. ‘Dat mag niet,’ roept een jongetje vanaf het bankje. ‘O nee?’ zeg ik. ‘En een stuk struik uit de grond rukken, dat mag ook niet. Ik neem hem mee, want er moet toch iemand voor deze plant zorgen.’ ‘Maar dat wilde ik doen,’ zegt de jongen. ‘Ik vind het best,’ zeg ik, ‘maar dan moet je hem opnieuw hier planten’. ‘Nee, hoor, grapje,’ zegt het jongetje dan. Ik kijk hem wat verbaasd aan. Dan vraagt hij me of ik kinderen heb. ‘Jawel,’ zeg ik, ‘maar die zijn al groot. Ze hebben zelf alweer kinderen’. Dan zegt het jong dat mijn kinderen boffen met mij als hun moeder. Weer kijk ik wat verbaasd naar het bijdehandje. Maar ik steek zijn complimentje snel in mijn zak en loop verder met mijn kluit in het mandje.

Thuis aangekomen weet tuinman Ahmad wel raad met de kluit. Maar mijn fiets maken is wat moeilijker. Hij heeft geen idee hoe hij mijn kettingkast kan verwijderen. Hij zet de fiets op zijn kop, maar ziet het nog steeds niet. Dan zet hij de fiets weer recht. En……krijg nou wat! De ketting zit er ineens gewoon weer op. Die is er door een zwieper afgegaan en door een andere zwieper geheel toevallig weer op gegaan. Halleluja! Wat een geluk.

Vandaag kon ik weer fietsen.

Ongelukje 1

Ze zeggen: een ongeluk komt nooit alleen. Jakkie bah. Als dat maar geen ‘self fulfilling prophecy’ is. Toch lijkt dit een beetje het geval te zijn de laatste dagen bij mij.

Dag 1: ik rijd met mijn mooie auto op een eenbaans-  en eenrichtingsweg met één rijbaan en ik moet stoppen in een kleine file. Links van mij zijn parkeervakken. Als ik juist wil optrekken, rijdt er een auto achteruit een parkeervak uit en raakt mij achter-opzij. Karamba. Zoiets is nooit welkom. Ik beduid de automobilist die de manoeuvre maakte te wachten en rijd weg op zoek naar een parkeerplek. Ahmad is uitgestapt en wil bij de andere bestuurder blijven staan. Deze rijdt echter ook weg, achter mij aan. Ahmad is nog wel zo bijdehand om zijn kenteken te memoriseren.

Ik rijdt terug over de andere eenrichtingsbaan en vind een parkeerplek in een zijstraat. Daar staat de jongeman mij al op te wachten. Hij dacht dat ik weg wilde rijden. ‘Nee, zeker niet!’ Ik blijk een schadeformulier te hebben en hij een pen. Samen vullen we het in en worden het eens over de toedracht. Intussen is Ahmad ook aan komen lopen. Hij had in eerste instantie niet begrepen waar wij gebleven waren.

Bijna vriendschappelijk gaan de jongeman en ik toeterend daarna ieder ons weegs.

Thuis wil ik direct mijn schade melden bij Centraal Beheer, maar dat verloopt niet soepel. Waarschijnlijk draai ik een verkeerd nummer en via internet kan ik niet inloggen. Dit hele  gedoe maakt mij gekker dan het hele ongeluk. Met een bijna koortsig en oververhit hoofd bel ik mijn jongste zoon, die voor mijn gaat bellen en in een mum van tijd een medewerker aan de lijn heeft, die alles in 5 minuten met ons regelt. Het wordt een soort drie-gesprek. De medewerker stuurt mij een SMS en via een link kan ik met mijn telefooncamera het ingevulde schadeformulier fotograferen en versturen. Van dat soort efficiëntie houd ik en ik word al wat rustiger en herzie mijn oordeel over Centraal Beheer.

Maandag kan ik mijn auto brengen bij een goed schadeherstelbedrijf in Zoetermeer. Een hoop ongemak maar met een naar te verwachten goede afloop…

Nieuwe uitdaging

Deze mooie foto van mijn jongste kleinkind vraagt erom geschilderd te worden. Mijn kinderen zijn het niet helemaal met me eens. Haar haar zou gek zitten en ze hebben misschien wel een nog mooiere foto.

Maar ik wil deze. Vanwege de kleuren en vanwege de sfeer van de foto. Ik weet nog niet veel van schilderen. Maar ik weet twee dingen. De schilder moet schilderen wat hij ziet (of voelt voor sommigen, die van abstract houden) en de schilder moet houden van zijn onderwerp. Ik houd hiervan. Dus deze wordt het.

Nu kijken of ik de mooie kleuren weet te mengen en goed op het canvas krijg. Altijd een verrassing.

 

Het belang van zelfvertrouwen

Gisteren was ik met met o.a. al mijn kinderen en kleinkinderen bijeen (op één kind na, maar dat is bij mijn trouwe bloglezers al bekend). Als ik naar mijn kinderen kijk en ook naar mijn gisteren afwezige kind, dan ben ik intens gelukkig om te zien wat voor mensen zij stuk voor stuk geworden zijn. Ze zitten allemaal ‘lekker in hun vel’, zijn gelukkig met hun partner en degenen die kinderen hebben zijn lieve, toegewijde ouders. Daarnaast zijn ze allen gezond, wat heel belangrijk is. En last but not least, ze zijn succesvol in hun werk. Werk dat bovendien bij elk van hen past en dat ze met hart en ziel doen.

Wat is er nodig om succesvol, liefdevol en toegewijd te zijn in alles wat je doet? Zelfvertrouwen. Er zijn natuurlijk nog meer kwaliteiten en eigenschappen belangrijk, zoals empathie, doorzettingsvermogen, sociale vaardigheden en andere werk- en privéleven-gerelateerde vaardigheden. Ik kan nog wel even doorgaan met opnoemen. Maar hier wil ik het hebben over zelfvertrouwen.

Een kind dat de hele dag hoort dat wat het doet niet deugt en dat wat het probeert toch niet gaat lukken, zal uiteindelijk dit doemscenario waarmaken. Of het gaat (zoals in mijn geval) nog meer dan ‘normaal’ zijn best doen om aan de verwachtingen van de omgeving te voldoen. Maar ook al krijgt dit kind dan daarvoor later de erkenning die het verdient, toch zal het eenmaal in de vroege jeugd geschade zelfvertrouwen niet meer herstellen.

Ik ben nu op een leeftijd aangekomen dat het voor mij niet meer belangrijk is om te ‘presteren’. Maar alsnog komt nu dat ik de waardering en aanmoediging krijg van mijn omgeving om te zijn wie ik ben en te doen wat ik graag doe. En dan merk ik dat dit gewaardeerd wordt. En zo valt het kwartjes bij mij nu eindelijk. Ik had al mijn leven lang kwaliteiten op allerlei gebied, maar ik heb deze kwaliteiten nooit de kans gegeven om uit de verf te komen (soms letterlijk). Wat ik mijn hele leven deed was altijd voor de ander, zonder winstbejag en in een ondergeschikte, dienstverlenende rol. Ik heb dat nooit erg gevonden, omdat ik alles deed met hart en ziel en omdat het bezig zijn om een bepaald resultaat te behalen voor mij leuker was dan het resultaat zelf. Wat ik ook aan het doen was in mijn leven, het schoonmaken van een bejaardenflatje of het zelfstandig doen van een wetenschappelijk onderzoek (maar zogenaamd in de rol van ‘assistent’), ik deed het met overgave.

Ik heb maatschappelijk niet veel bereikt, ondanks mijn studie. Ik ben daar grotendeels zelf verantwoordelijk voor, omdat ik mezelf op diverse momenten in mijn leven kansen ontnam. En ik heb daar geen spijt van. Ik heb niet veel mee hoeven lopen in de karrensporen die door anderen gebaand waren. En ondanks het feit dat ik nooit rijk was, heb ik het altijd goed genoeg gehad. Ik ben een eenvoudig mens met een matig uitgavepatroon.

Maar hoe leuk is het om te zien dat mijn eigenzinnige kinderen, elk op hun eigen gebied, zo succesvol zijn. En dat met relatief weinig diploma’s. Niet één van hen heeft een academische titel of zelfs maar HBO. Ze zijn ‘opgeklommen’ door hun kwaliteiten. En die kwaliteiten zie ik ook in hun privéleven.

Ik ben daar mateloos trots op. En als ik me nu de vraag stel wat ik als moeder daaraan heb bijgedragen, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik geen van mijn kinderen ooit heb ontmoedigd of tegengehouden om te zijn wie ze zijn. Ik heb ze hun zelfvertrouwen nooit afgenomen en ik had en heb ze onvoorwaardelijk lief.

En die liefde krijg ik ook van ze terug.

Cadeautje voor kleindochter

Ahmad is lekker bezig met zijn pyrografie. We hebben boomstamschijven in diverse maten besteld bij decoratietakken. 

Zo heeft hij hier ook iets om handen. Vandaag maakte hij in één dag dit schilderijtje van twee uiltjes voor mijn kleindochtertje. Ik ben er voor de ideeën en hij is er voor de uitvoering. Hij werkt heel nauwkeurig en geduldig. Een echte ‘artesano’.

We zijn op het idee gekomen om te gaan werken met natuurlijk hout, toen we laatst in een uitspanning waren in Ockenburg. Daar hingen allemaal kleine gebeitste boomstamschijfjes met namen erop. Dat vonden wij een leuk idee. En zo kwamen we erop om houtschijven te bestellen in verschillende maten ter bewerking. Ik ben blij dat Ahmad hier nu ook een hobby heeft waarin hij zich kan uitleven, naast het tuinieren.

hij zoekt de afbeeldingen op internet en brengt ze aan op het hout met carbonpapier. Het ‘schilderijtje’ is de achterkant van een dienblad, gekocht voor voor 2 euro bij Action.

Hectische dromen

De jaren van een gezonde gepensioneerde zijn wat sommigen wel noemen ‘bonusjaren’. En zo ervaar ik dat ook. Het leven is relaxed. Elke dag staat de gepensioneerde op met een hele dag vol vrijheid voor zich. Je mag lekker doen waar je zin in hebt. Er is geen baas die op je wacht en er zijn geen deadlines te behalen. Doe maar lekker wat in je opkomt. Ik geniet met volle teugen van deze vrijheid, elke dag weer. Ik maak er mijn eigen feestje van. Kleine geneugten worden uitvergroot, omdat ik ze ten volle ervaar. Ik heb geen stress!

Zo anders is het af en toe in mijn dromen. Het valt me op dat ik in mijn dromen nog steeds vaak veel hindernissen tegenkom en barre tochten moet afleggen. Zo ook vannacht weer.

Ik zit in in auto. Ik rijd een zeer steile helling op en dan moet ik remmen voor iets (een verkeerslicht?). Ik zet mijn auto op de handrem. Achter mij staat nog een auto. ‘We zitten nekloge’, grap ik door het open raam tegen een voetganger. Maar intussen zit ik hem alvast te knijpen hoe ik straks zal optrekken. ‘Jullie moeten uitstappen en even wachten,’ wordt er gezegd. Ik stap uit en de bestuurder achter mij ook. ‘Ik heb geen haast,’ zeg ik. ‘Ik hoef pas over twee uur op Schiphol te zijn.

Dan ben ik ineens ergens anders. Er zal een tatoeage gezet worden. Iemand is voor mij aan de beurt. Haar wordt uitgelegd dat ze haar hele rug kan laten tatoeëren, maar dat dit dan wel even kan duren. Degene die de tatoeage moet zetten laat duidelijk merken niet echt zin in het werk te hebben. Dan ben ik aan de beurt. ‘Doe mij maar een vogeltje op mijn schouder,’ zeg ik. ‘Heb je ook een kolibri?’ Geen probleem, wordt beweerd. Maar de vrouw blijkt helemaal geen afbeeldingen van vogeltjes te hebben. Ze lijkt ook steeds minder gemotiveerd om mij te ‘helpen’. ‘Zal ik er dan één voor je tekenen?’ bied ik aan. Ja, dat is goed. Als ik vraag om papier, reikt ze me een heel dun en lang reepje toiletpapier aan. Hoe kan ik daarop tekenen, vraag ik me geïrriteerd af. Dan besluit ik dat ik helemaal geen tatoeage hoef. Ik loop opgelucht naar buiten, maar nog steeds ben ik geïrriteerd vanwege die vrouw die geen zin had in haar werk.

Buiten is het half donker. Mijn oudste dochter roept me van verre. ‘Ma, kom je?’ Ze staat op mij te wachten naast haar auto.’Ja, ik kom eraan!’ roep ik. Maar ik zie dat het niet eenvoudig is om mijn dochter te bereiken. Tussen ons in zijn weilanden met allemaal sloten daartussen. Ik zie dat ik om moet lopen. Als ik eindelijk op de plek van bestemming ben, is mijn dochter alweer wat verder weg gereden. Ik sta bij een tramhalte en besluit haar achterna te gaan door een stukje met de tram te reizen.

Als ik in de tram zit, merk ik dat ik de verkeerde kant opga. In plaats van naar Den Haag ben ik op weg naar Delft. Ik ben ook vergeten mijn kaart te scannen. Er is geen scanautomaat in de tram. Dus ik besluit me dan maar stil te houden. In Delft is het nog steeds schemerdonker. Maar er is voldoende licht om te zien dat het een mooi authentiek, middeleeuws ogend dorp is met schitterende gebouwen. Om mij heen lopen overwegend oudere toeristen alles te bewonderen. Ik maak wat foto’s om deze later aan Ahmad te kunnen laten zien. Maar ik wil graag terug naar Den  Haag. Dat is een moeilijke weg, zo wordt er gewaarschuwd, als ik de weg vraag. En dat is ook zo! Ik moet mijn weg afleggen langs een smal pad, uitgehakt uit een steile rotswand. Links die wand en rechts een ravijn. Als ik naar rechts kijk, dan zie ik een andere steile rotswand op zo een 100 meter afstand. Het rotspad is verlaten en het is nog altijd schemerig. Ik leg de weg zittend af, mij steunend met beide handen. Ik durf niet te gaan staan en op die manier te lopen.

Eindelijk kom ik weer in de bewoonde wereld. En tot mijn verrassing ben ik direct bij een station. Vanhier kan ik ook de trein pakken naar Den Haag, besef ik. Maar dan kom ik erop dat ik nog moet douchen. Ik vraag aan een voorbijganger of er hier ergens een douche is. ‘Nee, die is hier niet,’ zegt de vrouw. ‘Dan moet je terug naar waar je vandaan bent gekomen.’ O nee! denk ik dan. En dan wordt ik wakker en ik voel me uitgeput……. 😉

Liever met verf bezig dan op de pc

De laatste tijd schrijf ik niet meer veel. De dagen vliegen om met andere dingen. Zoals mijn oefeningen in de ochtend. Na een heerlijk ontbijtje in de tuin, die zo beschut is dat je er al gauw kan zitten. Uitzicht op de bloemetjes en klimplanten en struiken, die we zien groeien. Dan fietsen op de hometrainer met Netflix en dan mijn oefeningen voor de heup bij de tv. Ik zag een mooie documentaire over een schaapherder, die na twintig jaar zijn beroep langzaamaan steeds meer moest opgeven door de opkomst van grootschaligheid, verstedelijking en machines. Zijn vrouw en hij wilden zijn beroep alsnog voortzetten in Frankrijk. Dat is niet gelukt. Ze hebben hun schapen moeten slachten. Ze zijn nu in dienst bij een boer.

En dan is het weer tijd voor koffie. Wat smul ik daarvan. En daarna lekker verder met schilderen. Soms is het een gevecht om een uitdrukking op het canvas te krijgen. Verschillen zitten in de kleinste lijntjes en schaduwen! Maar ik heb besloten dat het schilderij van mijn jongste kleinzoon nu af is. Perfect zal het nooit worden. Dan zou een foto altijd beter volstaan. Het blijft een weergave van de werkelijkheid, zoals gezien door twee ogen in een bepaald licht. Tevreden ben ik nooit.

 

En nu wil ik dit lieve vrolijke kleinkind gaan schilderen:

Taalgebruik waar ik me aan erger

Telkens verschijnen er nieuwe modetrends in ons taalgebruik. Dat is heel logisch, want de taal is levend en verandert met de mens mee. Er ontstaan nieuwe woorden en oude verdwijnen of worden zelden meer gebruikt. Zo gaat dat ook met tal van uitdrukkingen die de Nederlandse taal rijk is. Die zijn veelal gebaseerd op oude gebruiken en ambachten en passen vaak niet meer in deze moderne tijd, waardoor zij voor de jongere generatie hun betekenis verliezen. Ik ben dol op de ouderwetse uitdrukkingen en gezegden, maar als ik ze bezig tegenover mijn kinderen, dan moet ik vaak wel een uitleg geven van wat ze betekenen.

Ik begrijp wel dat de jongere generatie een andere manier van praten heeft dan wij vroeger. Maar ook mensen van mijn leeftijd doen mee met een ‘taalmode’, die ik niet altijd even elegant vind.

Zo is er al een tijdje terug een raar verschijnsel ontstaan. Mensen die willen zeggen dat iets ze helemaal niet boeit, riepen en roepen helaas nog steeds veelal het woordje ‘boeien!’ uit, waarmee ze willen zeggen: ‘waar je het nu over hebt, dat boeit mij niet (ofwel ‘dat interesseert me geen bal’). Soms zegt iemand zelfs (nog erger): ‘Zie je me boeien?’ Ik kan daar onredelijk kwaad van worden. Wat is dat voor gelul. Heeft die persoon werkelijk niet door dat wat hij of zij zegt grammaticaal heel erg incorrect is.

Maar nu is er een nieuw vervelend en zeer irritant modewoordje opgedoken. Als iemand iets zegt en de ander is het daar roerend mee eens, dan hoor ik sommige personen zeggen: ‘Ja, echt, hè’. Ik krijg daar spontaan boksneigingen van. ‘O ja joh?’, denk ik dan. Ik hoor het overal, op straat, op de t.v. Gelukkig niet van mijn directe naasten nog.

En dan wil ik het nog hebben een al langer bestaande en heel onsympathieke manier van taalgebruik, die al heel lang in leven is. Deze manier van begroeten wordt meestal meer gebruikt door de kakkers onder ons. Ik kan me daar ook heel kwaad om maken. Ik kwam het al tegen vroeger op mijn werk: Mensen die een brief of mail beginnen met ‘Dag …….(Piet, Jan, Mies)’. Niet hoi, niet goedemorgen, geen geachte, geen beste, maar ‘dag……’.

In mijn ogen zeg je ‘dag’ bij een afscheid. Niet als aanhef van een brief of mail. Er klinkt voor mij iets denigrerends in door. Het komt hoe dan ook op mij arrogant over en ik zie het als een verkeerd en misplaatst gebruik van het woordje ‘dag’.

Timmerneigingen krijg ik ervan. Ik lijk Jan Mulder wel……