Uit mijn doen

Twee dagen was ik wat uit mijn doen door de meditatie-sessie. Ik weet niet waarom het me zo aangreep, maar ik bleef zitten met een soort boosheid, die ik niet goed kon plaatsen en het duurde een paar dagen om uit te vissen waar die boosheid vandaan kwam.

Overal zie je Boeddha-beelden. In tuinen, in huizen van mensen, zowel hier als in veel andere westerse landen. Waar komt die idealisering en verering voor een man die vrouw en kinderen achterliet om verlichting te vinden vandaan? De boeddha gaf aanwijzingen en raadgevingen om in het reine te komen met jezelf en de kosmos. Hoeveel mensen proberen hem niet te volgen en doen dit door alleen of met anderen samen uren in een onbeweeglijke en naar mijn idee ook ongemakkelijke houding te gaan zitten. Het komt op mij onnatuurlijk over. De mens is een wezen dat in beweging is en afwisselend rust. Wat me verder choqueerde is het totale gebrek aan warmte dat ik ervoer in die meditatie-ruimte. Het was ieder voor zich en helaas daarbij geen God voor ons allen. Want de boeddhist gelooft dat hij zelfverwerkelijking kan bereiken door deze uit zichzelf te halen. Ahmad ervoer hetzelfde als ik. Een soort kilte, maar hij is een persoon die zich die dingen minder aantrekt dan ik. Hij constateert gewoon dat deze manier van mediteren niets voor hem is.

Ik denk dat mijn afkeer een geschiedenis heeft. Mijn stiefvader geloofde niet in een god, maar wel in ‘zelfverwerkelijking’ en hij was van mening dat ‘frustratie van je wensen’ daarvoor de goede weg was. Misschien is het daarom dat ik ook lange tijd zocht in de richting van ‘wijsheid uit het oosten’ en vrijwel mijn hele leven voelde dat mijn weg een eenzame weg was, die ik dus ook alleen moest bewandelen. Ik had een muur om me heen opgetrokken en achter die muur voelde de leer van Confucius en dat soort wijze mannen als iets dat paste bij mij. En nu, na zoveel jaren, voelde ik opnieuw na die meditatie-bijeenkomst de strengheid en de liefdeloze koude die mijn innerlijk een groot deel van mijn leven vergezelde. En ik meende die ook te zien in de onbeweeglijke mede-groepsleden daar, zoekende zielen, die zich laten leiden en letterlijk volgen wat hun meester, een tot het boeddhisme bekeerde ex-missionaris, predikt. Ik was boos op de leraar, maar besefte direct dat deze boosheid niet redelijk was. De man bedoelt het ongetwijfeld goed en hij doet het ook nog gratis. En de deelnemers kiezen zelf voor deze vorm van vrijetijdsbesteding. Het feit dat het boeddhisme veel hedendaagse mensen aanspreekt is niet verwonderlijk als je dat ziet in het licht van het steeds groter wordende individualisme in westerse samenlevingen. Steeds minder mensen geloven in een Schepper en dat is in Nederland zelfs nu een meerderheid.

Maar ik miste warmte en het geheel kwam op mij geforceerd over. Het is niet mijn ding, want ik miste de liefde. Wat ik vroeger normaal vond (een gemis aan liefde en warmte en de conclusie dat ik het alleen moest doen) vind ik nu niet meer normaal. Ik weet nu dat de mens niet zonder liefde kan en dat liefde de motor is die mij al mijn hele leven in beweging brengt.

Mediteren in een onbeweeglijke houding is niets voor mij. Ik kom tot de beste inzichten als ik iets aan het doen ben, stofzuigen of afwassen (dat is mijn favoriet), of gewoon ergens loop en om me heen kijk. Bidden volgens het islamitische ritueel, dat goed en ontspannend is voor spieren en ademhaling, is voor mij een moment van rust en even afstand nemen van wat ik verder aan het doen was. De tijdstippen van het bidden zijn over de dag verdeeld volgens het ritme van de zonnestand. Ik geloof niet dat ik het alleen met mezelf kan redden, zoals sommigen zeggen: ‘ik geloof in mezelf’. Want wat ben ik dan helemaal? Hoe ik me voel of denk hangt af van of ik al dan geen honger heb of al dan geen koude of pijn. En heb ik dat in de hand? Nee. Heb ik in de hand of ik ziek word of dat mijn huis morgen instort? Nee. Ik leg mijn lot in handen van de Almachtige (voor een ander misschien gewoon het toeval). Ik probeer te doen wat ik kan aan wat ik kan veranderen of regelen. Ik wil het accepteren als me iets overkomt waar ik geen macht over heb. Liefde en aandacht geven aan wie mijn pad kruist is aandachtspunt nummer één. Love is all. Dat is mijn conclusie. Ik ben gelukkig niet meer boos.

N.B. Ahmad heeft veel gehad aan de shiatsu-massage door Diego. Er werd flink aan hem getrokken en geduwd gedurende een uur. Hij heeft minder pijn, maar helemaal verdwijnen zal deze niet. Het lijkt erop dat hij lijdt aan ischias. En dat is versterkt doordat hij de tegels op ons terras opnieuw heeft gevoegd. Dat was een enorm werk. Nu wil hij het terras nog verven met transparante verf die geen water doorlaat. Dit allemaal om te voorkomen dat onze benedenburen geen wateroverlast zullen krijgen van ons balkon. Hun keuken ligt daar namelijk onder……

Mediteren

Onze vaste taxichauffeur (Nati) is inmiddels een vriendin van ons geworden. Zij mediteert elke week bij een boeddhistische leraar en zij gunde het ons om dat ook mee te maken. Zijzelf heeft er veel aan. Het verlicht voor haar de stress die haar beroep met zich meebrengt en zij eet beter en piekert minder.

Gisteren gingen we met haar mee naar deze leraar, samen met een jongeman uit de meditatiegroep, een shiatsu meester genaamd Diego. We gingen in zijn auto naar het adres, dat even buiten Alhaurin de la Torre ligt, een prachtig gelegen landhuisje in de campo tegen de sierra aan, waar veel steenbokken te vinden zijn. Onderweg vertelde hij dat hij naast zijn reguliere werk mensen masseert, met en zonder pijnklachten.

De zaal waarin de meditatie plaatsvond rook heerlijk naar wierook en voor binnenkomst kon je een rond kussen, een laag houten bankje of een stoel pakken om op te knielen of zitten. Ik stapte met mijn rechtervoet naar binnen en dit werd direct gecorrigeerd door een mede-groepslid. Je moest met de linkervoet de zaal betreden en dan een buiging maken. Ik was al binnen en de man herhaalde zijn boodschap nog eens in het Engels, waarop ik in het Spaans zei dat ik hem al begrepen had. Achteraf denk ik dat hij van me verwachtte dat ik zou terugkeren en mijn binnenkomst nog eens zou overdoen, maar nu met de linkervoet, maar dat heb ik niet gedaan.

We gaven een hand aan de leraar, een man van 84 jaar. We gingen daarna direct zitten op ons kussen, maar zagen dat dit niet de bedoeling was. We stonden weer op. We moesten kennelijk blijven staan tot de leraar driemaal een gong had laten klinken. Daarna ging iedereen zitten. De leraar begon met het vertellen van een verhaal. Over een jonge man die bij een leraar komt en vraagt om genezing van zijn ziekte (een soort lepra). Nu schijnt het zo te zijn dat men in China vaak gelooft dat ziekte komt door het plegen van een zonde. Niet zo sterk als in het christendom, maar het kan bijvoorbeeld een kleine vergissing zijn, zoals het eten van iets verkeerds. De leraar vroeg aan de jongeman of hij een zonde had begaan. Daarop antwoordde de jongeman dat hij niets in zichzelf vond dat op een zonde leek. En op dat moment ervoer de jongeman een ogenblik van totale  verlichting. Hij wist ineens wie hij was. De jongeman bleef 6 jaar bij de leraar als zijn rechterhand. De moraal van dit verhaal was de volgende. De jongeman had zowel zijn ouders als zijn broers en zussen vermoord, maar op het moment dat de leraar vroeg of hij zonden kon vinden in zichzelf, zei de de jongeman dat hij die niet kon vinden, omdat de zonden in het verleden waren begaan en op dit moment bestonden ze dus niet. Wat we uit dit verhaal moesten leren was dat het verleden er niet toe doet, omdat het voorbij is en dat de toekomst nog niet bestaat. Alleen het heden telt.

Op zich een waarheid als een koe, maar Ahmad en ik waren beiden wel geschokt door het aangedragen voorbeeld. Na het beluisteren van dit verhaal werd de gong weer driemaal aangetikt en bleef iedereen een tijdlang stil zitten. Tot er weer een sein kwam van de gong. Dat was het moment om in een kring achter elkaar door de zaal te gaan lopen met de klok mee (fijn om je verkrampte benen even te bewegen). De meester was snel vooruit gesneld en ik zag hem niet meer. Ik dacht dat hij misschien intussen even naar de W.C. was. Het lopen ging uiterst langzaam, voetje voor voetje. Tot ik ineens beter keek en zag dat de meester voorop liep. Hij gaf het tempo aan. Daarna snelde hij even snel terug naar zijn plek aan het hoofd van de zaal als hij gekomen was. Daarna was het weer zittend mediteren geblazen. We moesten nu alleen letten op onze ademhaling die via de buik moest gaan en onze verdere gedachten niet veroordelen, maar ze wel laten wegfladderen om telkens weer met onze aandacht terug te komen bij die ademhaling. Dat vond ik een fijne oefening. Ik zakte tijdens het doen daarvan een beetje weg tegen de muur waar ik tegenaan zat. Tot de gong weer ging. Toen kreeg ik van de meester te horen dat ik eigenlijk niet zo had moeten zitten als ik had gezeten, zo onderuit gezakt. Dat zou niet kunnen met een buikademhaling. ‘Si’, zei ik alleen en ik zag de man die naast mij zat schrikken van mijn tegenspraak. Ook zou je de ogen niet moeten sluiten maar dus rechtop zitten met een recht hoofd en de oogopslag alleen naar beneden op een punt voor je gericht. Ik ging braaf rechter zitten. Daarop zei de leraar dat men bij sommige meditatie-bijeenkomsten strenge regels had, maar dat dit hier niet zo was (o nee?).

Als laatste oefening werden er boekjes uitgedeeld met teksten. We zouden een tekst in koor gaan lezen. Dit keer was dat een tekst op bladzijde 5. Ahmad en ik konden allebei niet meelezen, omdat we onze leesbril niet bij ons hadden. We luisterden wel. Vanmorgen vroeg ik Ahmad of hij zich de tekst nog kon herinneren. Dat kon hij niet. Ik wel. Maar nu ook niet meer! Hoe feilbaar is het geheugen 🙁 .

Na afloop trokken we allemaal onze schoenen weer aan. Ik bedankte de leraar buiten nog met een buiging, maar dat was, denk ik, niet de bedoeling. De buigingen zijn kennelijk alleen gereserveerd voor in de meditatiezaal….

Op de terugweg in de auto maakte Ahmad een afspraak met Diego voor een massage. Hij heeft erge last van zijn rug, hetgeen trekt naar zijn been. Straks, om 19 uur, gaat dat gebeuren. Ik hoop dat het Ahmad gaat helpen.

We hebben allebei besloten niet meer verder de meditatie-avonden te gaan bezoeken. Het was wel informatief om het een keer mee te maken. En wellicht was het nodig, zodat Ahmad Diego heeft kunnen ontmoeten, die hem vanavond een uur gaat masseren.

Toen ik ’s avonds mijn gebed verrichtte op mijn bidkleedje was ik blij en dankbaar dat ik 40,5 jaar geleden moslim ben geworden. Het in mijn eentje mediteren met Allah/ God is voor mij vertrouwd. Ieder het zijne…….

De vijfde getuige

Nog steeds ben ik aan het spijbelen. Terwijl Ahmad al een stuk van een prachtige vlinder heeft vervaardigd voor nog een glas in lood lampje.

Mijn excuus is nu dat het vandaag schitterend weer was en dat het heerlijk was om te lezen op het terras. ‘Ik begin wel als de lucht weer grijs is. In zonlicht kan ik niet tekenen, veel te fel!’

Intussen heb ik mijn tekeningen nog eens bekeken en de tekening  waar ik  zelf het meeste van houd is deze:

sheikh Abdullah ad Daghestani

Hij hangt in mijn huis in Nederland in een veel te bescheiden lijstje. Elk keer als ik naar zijn gezicht kijk, dan heb ik het gevoel dat hij me echt aankijkt. Maar dan denk ik: dat is niet zo. Het is maar een tekening van mijn eigen handje. Toch voel ik deze al lang overleden, wijze man als zo dichtbij. Het is alsof ik zelfs zijn stem kan horen, telkens wanneer ik denk aan de wijze lessen die hij heeft doorgegeven via zijn leerling, sheikh Nazim.

De les die vandaag in mij opkwam is de volgende:

Er zijn bij elke gedachte, intentie of handeling van de mens vier getuigen, Allah (God), de duivel en twee engelen. Het advies van sheikh Abdullah is: ‘wees niet de vijfde getuige’. Wij moeten niet getuigen en oordelen over anderen. Dat is niet aan ons.

Denkend aan deze les besef ik hoeveel (negatieve) energie ik bespaar als ik me werkelijk aan deze les houd. Het bespaart me (ver)oordelende gedachten te hebben over anderen en nog een stap verder: het bespaart me oordelen hardop de geven over anderen, hetgeen meestal alleen maar negatieve of op mijn minst nutteloze energie verspreidt in mijn directe omgeving. Wij weten immers niets over de motivatie van een ander om dingen op een bepaalde manier te doen. Als we meer zouden begrijpen zouden we misschien anders denken. We weten niets over een ander en hebben het al druk genoeg met eerlijk te zijn tegen onszelf en onszelf te begrijpen.

Sheikh Abdullah berispte nooit iemand persoonlijk in gezelschap. Hij gaf raadgevingen in hun algemeenheid en degene die het betrof voelde zich dan in de regel vanzelf aangesproken.

Iemand zei me eens, bij het zien van het gezicht van sheikh Abdullah (op de foto): ‘Wat kijkt hij boos’. Ik zie dat anders. Ik zie een zachtmoedig en heel gevoelig gezicht.

Ooit liep hij met een leerling. De leerling schopte een steen opzij die de weg enigszins blokkeerde. De sheikh zei toen: ‘Leg de steen liever opzij en schop hem niet. Ook de steen heeft gevoel’. (N.B. zoals ik me het herinner in mijn woorden naverteld)

Toevallig

Wat de één toeval noemt is voor de ander ‘de hand van God’. Ik neig meer naar gebeurtenissen te zien als komend van God, door mij Allah genoemd.

Zo had ik het plan om naar het graf van mijn overleden zoontje te gaan op dinsdag 21 augustus. Ik wilde dat doen om zijn grafje te voorzien van grote kiezels. Ook had de plank waarop zijn naam en zijn geboorte- en sterfdatum staan een extra laag beits nodig.

Ik wist niet dat het 21 augustus weer eid was, een dag waarop het een islamitisch gebruik is graven te bezoeken. Dat was dus ‘toeval’. Ik had die datum gekozen omdat het heerlijke hondje op die dag niet meer bij me logeerde en ik dus vrij was de auto te pakken en erop uit te gaan.

De dag tevoren zocht ik naar winkels waar ik grote witte kiezels zou kunnen kopen. Deze kiezels noemt men carrara kiezels, zo leerde ik.

Waar ik ook zocht, de kiezels waren nergens direct leverbaar in de relatief kleine hoeveelheid die ik nodig zou hebben. Ook bleken ze erg duur te zijn. Deze kiezels vind je hier niet in de natuur, maar alleen in landen als Spanje en Italië. Ik begreep direct waarom destijds in de jaren 90 de kiezels van het grafje van mijn zoontje verdwenen waren. Waarschijnlijk gewoon gestolen! Ik begrijp achteraf overigens ook niet hoe mijn ex destijds aan deze schitterende kiezels is gekomen.

Ik liet het plan om naar het grafje te gaan varen. Het had geen zin te gaan zonder kiezels. Toch wilde ik die dag een uitje organiseren met de auto. Dat mooie ding had al twee weken niet meer gereden! Op goed geluk gingen we naar een nabij gelegen tuincentrum. Misschien konden we daar toch wat vinden om het graf van Imran te bedekken, iets anders dat wit was en regenbestendig.

Ik liep direct tegen doosjes met heel grote witte schelpen aan. Er waren in totaal drie doosjes. En ze waren 50 % afgeprijsd. ‘Deze  neem ik,’ zei ik direct. En hiermee konden we toch naar Utrecht gaan. Wat was ik blij met deze ‘hand van God’ die me alsnog naar Begraafplaats Kovelaarswade stuurde, uitgerekend op eid.

De schelpen bleken precies te kloppen qua hoeveelheid en het geeft een even mooie en vrolijke aanblik als het grafje met kiezels destijds. De vetplantjes waren goed gebleven.

DSC04136

Wat was ik blij met het resultaat! Toen het karwei geklaard was, reed ik direct door naar Lage Vuursche waar ik Ahmad kon blij maken met een pannenkoek.

DSC04142

Eid ul adha 2018

Ook wel in de islamitische volksmond ‘grote eid’ genoemd…..

Naast het suikerfeest (eid ul fitr) dat gevierd wordt na afloop van een maand vasten tijdens de maand ramadan is er ook de eid ul adha. Ik schreef daar al eerder over in dit weblog, hier en hier.

Het verhaal erachter vind ik mooi. Dat verhaal beschrijft het enorm sterke geloof en godsvertrouwen van Abraham (Ibrahim). Maar dat mensen dit vieren door massaal dieren te slachten heb ik nooit begrepen. In de koran wordt nergens gezegd dat wij dit moeten doen. Het is een cultureel gebruik onder vrijwel de gehele moslimgemeenschap, dat gebaseerd is op de hadith: overleveringen uit het leven van de profeet die zijn opgetekend twee eeuwen na zijn dood.

Er gaan veel verhalen rond onder moslims waarom het goed zou zijn een dier te offeren. Zo wordt bijvoorbeeld mensen voorgehouden door hun imams dat de weg naar de hemel niet eenvoudig zou zijn. Je zou een afgrond moeten oversteken waaronder zich het laaiende vuur van de hel bevindt. En het pad daaroverheen zou zo smal zijn dat het niet te voet is  af te leggen. Maar al naar gelang de hoeveelheid dieren die je hebt geslacht met eid ul adha zou je daaroverheen geholpen worden op de rug van die dieren.

Met andere woorden, de dieren worden tweemaal gebruikt. Eerst moeten ze zich laten slachten om jou een goed geweten te bezorgen en vervolgens moeten ze dienen als vervoermiddel naar de hemel. Arme onschuldige dieren!

Ik las dit jaar een artikel in het AD. Gruwelijk! Natuurlijk zijn dit uitwassen. De meeste moslims betalen gewoon hun slager om voor hen een dier te slachten, alleen of eventueel samen met  anderen.  Een derde van het dier mogen ze zelf opeten, een derde is voor familie en kennissen en een derde voor de armen. Ik zie niet helemaal hoe dit praktisch te verwezenlijken is in onze maatschappij.

Toen ik in 1999 hadj (de pelgrimstocht door moslims) deed in Mecca zag ik na het slachtfeest op veel straathoeken stukken afgedankt vlees en huiden van dieren liggen rotten. Toen ik op de ‘dag van berouw’ op de vlakte van Arafat was, zag ik overal pakketten met niet opgegeten voedsel liggen. Die pakketten werden daar gratis uitgedeeld aan de mensen. Ze aten eruit wat ze lustten en de rest gooiden ze weg. Dat mensen zo omgingen met voedsel dat Allah voor hen liet groeien en bereiden maakte mij verdrietig.

Toen ik in Mina vooral mannen als een gek stenen zag gooien naar een pilaar, terwijl overal op de grond bedelaars lagen te creperen, werd ik ook niet vervuld van een ‘enorm gevoel van welbehagen’. Integendeel!

De beide ‘eids’ (het suikerfeest en het slachtfeest) hebben mij nooit veel gezegd. Misschien omdat ik er niet mee ben opgegroeid en omdat het een cultuurverschijnsel is dat in wezen niets met de islam als godsdienst te maken heeft. Net zoals kerst en pasen, zoals die feesten nu gevierd worden, niets te maken hebben met het christendom.

Waar ik Allah vind

In ieder geval niet in de berichtgeving die ik vaak tegenkom in allerlei media over moslims en hoe deze zich presenteren. Integendeel. Ik herken me niet in het beeld dat zij geven van Allah en het paradijs.

Zo zag ik laatst een video voorbij komen van een ulama, geheel ‘islamitsch’ gekleed, die sprak voor een publiek. Hij beweerde in aller ernst dat er in de hemel zeker wel sprake is van seks, en wel in grote mate. Volgens hem zou elke man in de hemel elke ochtend minstens 100 maagden een beurt geven. En het mooiste was volgens hem dat als deze man even later terugkeerde van een ‘onderonsje met Allah’, dat hij dan die zelfde maagden opnieuw aantrof als maagd. Een man in het paradijs zou volgens deze ulama een potentie hebben die enorm was en nooit afnam en verder zou hij in het paradijs een enorme capaciteit hebben voor eten en drinken.

Wat een trieste, eenzijdige, infantiele en schunnige voorstelling van zaken! Wat zou de vrouw van die man in het paradijs intussen doen, terwijl haar echtgenoot bezig was met zijn maagden? Daarover werd niets gezegd. Wat is haar beloning in het paradijs? Ik zie  haar voor me. Van hoofd tot voeten dichtgeknoopt met doeken. Bezig in de keuken om later glimlachend te verschijnen met dienbladen vol met ongezonde, vette en zoete spijzen. Dat is namelijk het enige wat je dikwijls te zien krijgt op tv als men moslimfamilies laat zien met hun spreekwoordelijke gastvrijheid. Dikke moekes die alsmaar eten aansjouwen voor grote gezelschappen die zich laten bedienen door het vrouw-voetvolk.

Dat is niet mijn islam, verre van dat.

Ik zie de liefde van Allah en Zijn Grootsheid niet in de sjachrijnige gezichten van het keurig dichtgeknoopte en bedekte volk dat me voorbij sjokt bij de supermarkt. Moeten zij zich zo inpakken omdat hun mannen er zulke vieze gedachten op na houden? Het lijkt hen niet gelukkig te maken. Is dat nu islam?

Dan hoor ik op radio 1 dat er een Turkse imam is die jongeren naar Turkije heeft gelokt, waar zij een ‘islamitische’ scholing kregen. Hun zou in Turkije geleerd zijn dat de gewapende strijd tegen het ‘ongelovige volk’ gerechtvaardigd is, dat zij vrouwen mogen onderdrukken en dat ze een meisje vanaf 6 jaar mogen trouwen. (jongerenreis naar Turkse prediker)

Bovenstaande feiten kunnen nep-nieuws zijn, je hoort zoveel, zelfs via de officiële nieuwskanalen. Maar het bevreemdt mij helemaal niet.

Er is iets verschrikkelijks aan de gang. De islam, hetgeen niets anders betekent dan ‘onderwerping aan de Wil van de Almachtige’, wordt op allerlei manieren ontluisterd. Ik schaam me daarvoor.

Ik vind Allah niet in de moskee en ook niet in het gedrag en de leefwijze van de moslims die ik om me heen aantref. Ik vind Allah als ik kijk naar de natuur, naar het gras dat na een paar regenbuitjes ineens weer zo fris groen is en naar de dieren die zonder onderscheid hun jongen beschermen en eten geven. Ik vind Allah in de wonderlijke schoonheid van alles wat leeft op aarde, in de nobele daden van sommige mensen en de onbaatzuchtige liefde van mensen onderling. Daar zit geen geloofskaartje aan. Allah zie ik als men eerlijk is wanneer men bijvoorbeeld dingen verkoopt en deze op de weegschaal legt. Dat is goed zijn voor wezen en behoeftigen. Oog hebben voor je naaste. En een ander gunnen wat je ook jezelf gunt. Dat is niet liegen en niet kwaadspreken. Dat is respect hebben en liefde voor een ander zonder oordelen. Dat zit niet in een tulband of hoofddoek. Dat zit in het hart van mensen en dus ook in mijn hart.

Koran surah 2:vers 136:  Say, “We believe in God (Allah), and in what was sent down to us, and in what was sent down to Abraham, Ismail, Isaac, Jacob, and the Patriarchs; and in what was given to Moses and Jesus, and all the prophets from their Lord. We make no distinction among any of them. To Him alone we are submitters.”

Dit vers vat voor mij samen wat het geloof in Allah voor mij inhoudt en wat de reden is van mijn keuze voor de islam als godsdienst. Ik heb niets met de salafistische, zichzelf soennitisch noemende fanatici, die de koran letterlijk nemen als een soort kookboek en die de hadith gebruiken als leidraad voor hun beweringen, kleding en gedrag.

Lang niet gesproken….

Maar misschien is dat ook wel eens goed. ‘Zwijg of zeg iets beters dan zwijgen’, zei mijn stiefpa. Mogelijk om wijs over te komen op ons kinderen, die toch al niet het idee hadden dat we ooit gehoord werden. Mijn broer nam dit advies beter ter harte dan ik. Hij zei nooit veel thuis. ‘Dan hoef ik ook niets te verantwoorden,’ was zijn verklaring hiervoor. Ik hield me er minder aan en dat kwam me meestal duur te staan. Ik werd vaak genoeg ‘afgerekend’ op wat ik durfde uit te kramen.

Desondanks ben ik een kletskous gebleven. Maar de laatste tijd had ik niet veel te melden in dit weblog. Ahmad en ik zijn sinds onze aankomst in Nederland bezig geweest als kleine baasjes. Huis tuin en keukendingen. Voor onszelf interessant, maar niet voor de lezer van dit weblog.

En morgen is het eid (suikerfeest), een feest waarover overigens nergens iets in de Koran staat dat dit gevierd zou moeten worden. Het is een cultureel gebruik om dat wel te doen. Voor ons zal het een gewone dag zijn als andere. Ik heb me wel voorgenomen om morgen de graven op te gaan zoeken van mijn overleden zoontje en mijn broer en moeder, zoals ik dat jaren gewend ben. Ook een cultureel gebruik, net als het doen van een gift aan het einde van de ramadan.

Verder moet ik bekennen dat wij dit jaar niet gevast hebben. We hebben het geprobeerd. Ik ben gewend, in alle jaren dat ik gevast heb, dat het weleens kan voorkomen dat je op één of meerdere dagen dat je aan het vasten bent hoofdpijn kan hebben. Meestal gaat dat vrij snel over na het moment dat je je vasten hebt mogen breken. Dit verliep bij mij dit jaar anders. De eerste beste dag dat ik vastte had ik zo een knallende hoofdpijn dat ik er misselijk en beroerd van werd. Na het vasten breken ging ik me niet snel beter voelen, zoals andere jaren. Ik bleef de hoofdpijn en de griepachtige verschijnselen houden. Toen ik de volgende ochtend voor de dageraad nog steeds de bonkende hoofdpijn voelde en het totale gevoel van ziek zijn, heb ik besloten dit jaar niet te vasten. Volgend jaar is er weer een kans.

Ik ben blij dat ik, doordat ik dit jaar niet vastte, heel veel dingen heb kunnen doen, waarvoor ik anders waarschijnlijk niet de energie gehad zou hebben. Ik dank Allah voor alle zegen die ik elke dag heb mogen ontvangen. Dat ik goed heb kunnen trainen voor mijn revalidatie en weer goed kan lopen en fietsen. Rennen lukt nog niet, maar dat hoeft ook niet. Ik heb geen haast….

Overpeinzing van een bekeerling

Toen ik me bekeerde tot de islam nam ik een heel drastisch besluit. Ik was zo onder de indruk van de Koran na het lezen daarvan, dat ik besloot alles achter te laten. Ik vertrok met mijn toenmalige vriend (de Pathaan, die ik had leren kennen via mijn broer) uit het kraakpand waar ik toen woonde. Ik nam alleen mijn kleding mee en een matras en de Koran. Verder liet ik alles liggen. Mijn psychologie-studieboeken en alle andere boeken die ik in mijn bezit had, al mijn muziek (LP’s) en al mijn andere bezittingen, waaronder ook juwelen. Ik zei dat de bewoners die achterbleven alles onderling mochten verdelen.

Ik wilde echt een nieuw leven beginnen en nam het symbolische besluit dat voortaan de Koran het enige boek zou zijn dat ik nodig had. Ik was 27 jaar en op mijn manier radicaal.

Ondanks het feit dat ik een academische studie had afgerond en naar mijn weten een behoorlijk verstand had, heb ik me in de jaren die volgden sterk laten beïnvloeden door andere moslims en hun culturele erfgoed. Dat heeft me onnodig verward en af doen dwalen van de reden waarom ik de islam had gekozen als geloof. Ik stelde de regels die men mij oplegde niet ter discussie, ook al werden veel van deze regels nergens bevestigd in de Koran. Omdat ik het allemaal zo graag goed wilde doen voor Allah, nam ik veel dingen klakkeloos aan, omdat ik dacht dat geboren moslims vanuit hun traditie waarschijnlijk meer wisten dan ik. De meeste van de mensen in mijn omgeving in die tijd kenden de Koran alleen uit het reciteren daarvan. Ze reciteerden de teksten, zonder te weten wat ze betekenden. Of erger nog. In veel gevallen lag de Koran ingepakt in een doek op een hoge plek in het huis (uit respect), maar werd deze nooit opengeslagen. Toch keek ik op naar de kennis van die mensen vanwege de wijsheid die zij hadden opgedaan uit overlevering. Religie en cultuur zijn in de regel sterk vermengd. Dat geldt voor alle religies.

Langzaamaan  over een periode van 40 jaar ben ik steeds meer kennis gaan nemen van de islam door veel te lezen en veel te luisteren. Uiteindelijk kom ik nu weer terug bij af. Ik geloof alleen nog in de Koran als leidraad en neem niet langer klakkeloos aan wat er is opgetekend in de hadith of in soefi-litteratuur (die overigen vaak voor een heel groot deel overdrachtelijk gelezen moet worden). Ik wil niet zeggen dat mijn beleving van de islam de juiste is. Het is mijn weg en voor een ander kan die weg anders zijn.

En nu denk ik: als ik (afgestudeerd in de psychologie en de hele Koran een aantal malen gelezen hebbende) me zo lang in de luren heb laten leggen door druk van buiten en de mening van anderen (medemoslims, imams, mullah’s, moefti’s, sheikhs), hoe zit dat dan met andere goed bedoelende moslims met minder studie?

Het salafisme, gefinancierd door rijke golfstaten, begint zich in veel landen een monopoliepositie aan te meten wat betreft veronderstelde kennis van de islam. Zij hebben een podium gekregen in veel moskeeën in landen overal ter wereld en doen ook in de media het meeste van zich spreken, zodra het ‘over islam gaat’. Ook op internet en op You Tube zijn ze erg actief. Ik ga ervan uit dat dit in principe goed bedoeld is. Ze denken werkelijk dat hun beleving en invulling van de islam de meest zuivere is. Dat is zoals het vaker gaat met mensen die een religie intensief belijden.

Ik vrees dat veel mensen, die niet het zelfvertrouwen of de interesse hebben om zich in hun geloof te verdiepen door zelf de Koran te gaan lezen, zich totaal afhankelijk gaan opstellen, wat betreft de invulling van hun geloof, van deze nieuwe slechts enkele eeuwen oude invulling van de islam, het salafisme. Dat zorgt voor en gaat (vrees ik) zorgen voor nóg meer verwarring, onbegrip en strijd tussen moslims onderling en tussen moslims en niet moslims.

Overmorgen ramadan

Hij staat weer voor de deur, de ramadan. Altijd vooraf een spannend gevoel. Een mooie maar soms ook zware maand.

‘Waar dient het toe om niet te eten en drinken  gedurende 17 uren, als je in de nacht toch weer gaat eten?’ vragen sommigen zich af. Dat is moeilijk uit te leggen aan iemand die nog nooit op die manier gevast heeft. Het is in ieder geval niet voor de lijn om af te vallen of iets dergelijks, want je eet immers wel, zij het op andere tijden dan je gewend bent.

Ik doe het nu sinds 1978 (enkele jaren nagelaten om redenen van ziek zijn of vanwege zwangerschap dan wel het zogen van mijn kinderen). Het gevoel dat je krijgt bij het vasten (en vasten breken) tijdens de ramadan is niet te beschrijven, maar moet je ervaren.

Zeker is in ieder geval dat het vasten helpt om je zelfcontrole te trainen: het negeren van een rommelende maag en het doorbreken van gewoonten die normaal gesproken houvast geven gedurende de dag. Je raakt daardoor in een andere gemoedstoestand dan je gewend bent en dat heeft verrassend genoeg een positief effect op bepaalde inzichten die je daardoor kan krijgen. Het is een maand van bezinning, zoals bij christenen en zelfs niet christenen vaak de tijd kan zijn rond kerst en oud en nieuw. Het is alsof je dan meer nadenkt over het leven en de wereld om je heen en het is alsof compassie voor anderen meer ruimte krijgt. Tijdens de dagen rond kerst en nieuw worden niet voor niets veel collectes gehouden voor goede doelen.

Datzelfde gebeurt ook tijdens de ramadan. Je wordt in die maand enerzijds op jezelf teruggeworpen, omdat de troost die eten of drinken kan bieden gedurende de dag uitblijft, maar anderzijds voel je je ook ‘omringd’, omdat je weet dat op de hele wereld andere moslims, net als jij, ook aan het vasten zijn. Voor veel moslims is het zelfs letterlijk een dagelijks feest van herkenning, omdat zij veelal bij het vasten breken elkaar opzoeken om het eten met elkaar te delen. Dat zijn voor die moslims dagelijks terugkerende gezellige avonden, waarin de familieband hechter wordt aangetrokken. Je zou het kunnen vergelijken met een dagelijks terugkerend kerstdiner.

Ikzelf heb die ervaring niet. Mijn familie was immers geen moslim. Ook mijn ex placht niet te vasten. Het is voor mij grotendeels een solitaire aangelegenheid geweest, op de jaren na dat sommige van mijn kinderen vrijwillig mee vastten. Nu geniet ik ervan dat ik het vasten samen met Ahmad kan doen. Maar hele dagen in de keuken staan om bijzondere lekkernijen te bereiden voor het vasten breken is nooit mijn ding geweest. Het ‘gewone’ eten is lekker genoeg! (maar Ahmad en ik zijn allebei ‘superkok’ al zeg ik het zelf 😉 )

De ramadan is een mooie tijd om in de Koran te lezen. Nog eens de hele tekst (een handleiding voor het leven) door te nemen. En het lichaam krijgt rust en wordt gezuiverd. Dat is wetenschappelijk bewezen. Zoals zoveel dingen die in de Koran worden voorgeschreven bewezen goed zijn voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van de mens.