Andalusië als moederland

De Nederlandse vertaling van het boek van Ahmad over de geschiedenis en cultuur van AndalusIé, zoals deze nog niet beschreven is in de geschiedenisboeken.

Andalucía como matria, Andalusië als moederland.

Geschreven door Francisco (Ahmad) Gamboa Vera en vertaald door Shabnam Theunissen.

DSC00920

Over de schrijver:

Francisco Gamboa Vera is geboren in Arahal (provincie Sevilla) in 1948. Tijdens zijn jonge jaren werkte hij op het land en daarnaast nam hij deel aan de antifranco-beweging. Hij was actief in culturele bewegingen die de mentaliteit van de plattelandsjeugd moesten helpen veranderen. Daarnaast streed hij voor meer rechten van de plattelandsbevolking. Later nam hij als emigrant deel aan de arbeidersbeweging in Catalonië. Autodidact en bezorgd als hij was over de situatie van Andalusië, benutte hij zijn tijd na terugkeer in Andalusië met het bestuderen van de geschiedenis en de cultuur van zijn volk. Intussen werkte hij als tuinman en voorman in de landbouw. Verder nam hij deel aan de de nationalistische beweging van Andalusië tijdens de overgangsfase naar democratie en hij streed voor autonomie van Andalusië. Hij is lid van het Centrum voor Historische studies van Andalusië (CEAH).

Eerste uitgave van het boek november 2006

Uitgeverij Almuzara

Inleiding

    De eerste keer dat ik me laat bedriegen is het jouw schuld; de tweede keer zal het de mijne zijn (Arabisch spreekwoord)

Onze aandacht wordt opgeslokt door de zorg om het bestaan. We worden omringd doorhet medeplichtige zwijgen van diegenen die hun mond zouden moeten opendoen, de geschiedkundigen die hun eigen geschiedenis en die van hun voorouders in de doofpot stoppen. Ze vechten liever voor een stuk droog brood dan dat ze het avontuur aangaan om achter de waarheid te komen.

Dit stilzwijgen kan maar op twee manieren doorbroken worden.

De eerste manier is de grens over te gaan die de natuur heeft opgetrokken door middel van een bergketen, genaamd Sierra Morena. Of door de wateren over te steken die onze kust begrenzen, de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Als we dat voor de eerste keer doen, dan ervaren wij iets van de waarde die in onze culturele identiteit schuilt. Ook begrijpen we dan beter hoe we komen aan het minderwaardigheidsgevoel dat we hebben opgebouwd aangaande onze manier van praten en onze manier van leven. Hoe we het ook proberen te ontkennen, het is een bittere ervaring die waarschijnlijk al eerder werd opgedaan door onze landgenoten die geëmigreerd zijn naar verre landen op zoek naar een betere toekomst.

De tweede manier is het grondig bestuderen van de historische erfenis die ons is nagelaten door onze voorouders. Deze erfenis treft men overal verspreid aan in de verschillende Andalusische dorpen en steden in de vorm van monumenten, archeologische resten, musea, bibliotheken. diverse ambachten, de kunst en in het bijzonder de flamenco.

Zolang wij blijven zitten waar we zitten, zonder veel verder te kijken dan onze neus lang is, zullen we nooit veel gaan begrijpen van de waarde die schuilt in onze omgeving en identiteit.

Zo af en toe, als we praten met buren op straat, op dorpspleinen, in het café of tijdens werk, komt de realiteit van Andalusië ter sprake, de achtergestelde positie van haar inwoners, de werkloosheid, het gebrek aan opleiding, enzovoort. Als we deze gegevens vergelijken met wat we weten uit willekeurig welke nieuwsbron, dan twijfelt niemand eraan dat onze positie marginaal en afhankelijk is. Dit is een probleem dat niet toevallig is ontstaan, maar dat te maken heeft met de belangen van machtshebbers. Laatst las ik een persbericht met conclusies uit een onderzoek dat gedaan is door een bank (de Caixa). Geconstateerd werd dat de zeven Andalusische provincies behoren tot de tien armste van Spanje. Andalusië staat onderaan wat betreft inkomensniveau. Men kan zich afvragen wat daarvan de reden is. Is er een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen? Is er onvoldoende mankracht? Wordt de jeugd niet voldoende voorbereid op de toekomst? Of ligt het aan de luihied van de Andalusiërs? En hoeveel verantwoordelijkheid ligt bij de heersende klasse?

Het cynische feit doet zich daarbij voor dat men ons wil laten geloven dat Spanje ons heilige vaderland is en dat Spanje zo goed is geweest om ons al datgene wat waardevol is te schenken: een taal, een geloof en cultuur. En dat terwijl Spanje om aandacht van toeristen te trekken het moet hebben van monumenten die uit Andalusië afkomstig zijn: de mesquita van Cordoba, het Alhambra in Granada en het Alcazar in Sevilla. Verder laat men zich erop voorstaan dat de flamenco ook iets zou zijn dat behoort tot de identiteit van Spanje. Maar is het dan waar dat Catalanen, Basken, Galliciérs en Castellianen de flamenco dansen en zingen? Andalusië vertegenwoordigt de essentie van de “Spaanse” cultuur, maar tegelijkertijd behandelt men ons met minachting. Men beschouwt ons als onontwikkeld en als mensen met een achterlijke manier van praten. Elke statistiek laat zien dat wij het grootste aantal werklozen en analfabeten hebben, het minst geïndustrialiseerd zijn, enzovoort. Wij die het visitekaartje van de staat zijn worden door diezelfde staat belachelijk gemaakt! Kan iemand me uitleggen hoe dat komt? Hebben wij last van het minderwaardigheidscomplex dat de gekolonialiseerde kenmerkt? Deze vraag is moeilijk te beantwoorden als wij de oorsprong en oorzaak van dit probleem blijven ontkennen.

Het is triest dat het Andalusische volk de diepere redenen van haar situatie niet begrijpt, maar zich er wel bewust van is dat zij niet de positie geniet die haar toekomt. Maar nog triester is het om de houding te zien van de diegenen die zichzelf “bewust” noemen, zoals de mensen van de linkervleugel (de marxisten en anarchisten). Want zodra men bij hen aankomt met bovenstaande argumenten dan wordt men nationalist genoemd of separist of kleinburgerlijk, een gemakkelijke diskwalifikatie.

Laten we eerst eens kijken naar de relatie die Andalusië heeft met Spanje. Vervolgens kunnen we onderzoeken wat in deze kontekst de aanduiding “nationalist” betekent.

In de natuur verzorgt een moeder haar kind met de beste bedoeling, opdat dat kind een goede toekomst heeft en kan voorzien in zijn of haar bestaan. Is dat ook het geval met Andalusië en Spanje? Men doet alsof Andalusië de natuurlijke dochter is van de Castelliaanse Reconquista en de herbevolking die daarop volgde. Men schonk ons de christelijke beschaving (?), de Castelliaanse taal (de mooie taal van Cervantes) en het geschenk een natie te mogen vormen met Spanje. Daarvoor zullen we altijd dankbaar moeten blijven. Met andere woorden: alles wat we zijn danken we aan Spanje en daarvoor moeten we Spanje eeuwig eren en gehoorzamen.

Maar stel nu dat deze relatie andersom gezien moet worden. Stel dat Andalusië eigenlijk de moeder was (voordat zij tot dochter werd gebombardeerd). Of misschien was zij zelfs de grootmoeder van Spanje. In de archeologie zien wij een logica, namelijk dat de diepere lagen er eerder waren dan de hoger gelegen lagen. En in een familie bepaalt leeftijd de hiërarchie. Kan een kleinkind een oma baren? Nee, het omgekeerde is waar. Een oma baart een dochter en deze baart haar kleinkind. Hoe ver de wetenschap ook is, nooit zal een kleinkind een oma baren!

En daarom zouden alle afstammelingen van Andalusië, zonen en dochters, kleinzonen en kleindochters, hun afkomst moeten kennen en daarvoor dankbaar zijn en respect tonen. Andalusië dat eens Tartessos heette, later la Bética en vervolgens Al Ándalus bracht haar kinderen en kleinkinderen voort. Deze verspeidden zich naar alle uithoeken der aarde, maar bleven zich hun afkomst herinneren, ondanks de jaren of eeuwen die voorbij gingen na hun vlucht of exodus. Dit geldt voor de Andalusiërs (moslims en joden) die moesten vluchten voor de onverbiddelijke opmars van de Castelliaanse troepen bij de verovering van Al Ándalus. Andere Andalusiërs besloten te blijven. Zij werden gedwongen zich te laten dopen in het katholieke geloof, of zij nu al christen waren of niet. Deze “nieuwe christenen” noemde men moriscos. Desondanks werden ze alsnog van de grond verjaagd die hen een bestaan gaf. Enkele van deze moriscos gingen per schip naar de “nieuwe wereld” (de kolonisatie van Amerika) en namen hun wetenschap, kunst en vakmanschap mee. Zij vormen nu de zogemnaamde “guachos” van Argentinië. Zij spraken de Andalusische taal.

Maar er waren ook andere zonen, die hun eigen afkomst ontkenden. Zij overvielen de huizen van hun voorvaderen en roofden daar alles wat ze maar te pakken konden krijgen. Vervolgens verdeelden zij de buit onderling als echte oorlogshelden. Ze vernielden daarbij alles wat hen herinnerde aan hun afkomst, een reactie die eigen is aan afvalligen. We moeten niet vergeten dat de natuurlijke zonen van Andalusië al gedurende lange tijd samen opgegroeid waren. Zij verschilden onderling in geloof. Het waren “oude christenen” (Mozarabes genoemd), moslims en joden, die al generaties lang vreedzaam op één plek woonden, die men de naam Al Ándalus had gegegeven. Er waren echter ook christenen onder deze zonen, die niet onder één dak wensten te leven met moslims en joden. Zij namen hun toevlucht tot het gebied in het noorden van het schiereiland. Daar smolt een bevolking samen die bestond uit hordes zogenaamde Visigoten (mensen uit het noorden van Germaanse afkomst), de Mozarabes (Andalusiërs) en de al bestaande plaatselijke bevolking. Zij sloten een verbond met de Franken en andere krachtige bevolkingsgroepen die afkomstig waren uit Europa. Zij wilden de Andalusiërs verslaan en hen dwingen hun grond en huizen te verlaten.

Ongetwijfeld is dit verhaal schokkend voor veel mensen. Zij willen de geldigheid ervan ontkennen. Maar ik vertel dit op grond van bestaande gegevens, geschriften en getuigenissen van ervaren onderzoekers. Het verhaal wijkt af van de officieel gangbare versie. In mijn verhaal zal zeker ook de subjectiviteit van mijn gevoelens te lezen zijn, gevoelens die ik als ieder mens heb.

Tot slot van deze inleiding wil ik uitleggen hoe ik aan de titel van dit boek kom. Ik wil me hiermee verzetten tegen het verouderde begrip vaderland. Het woord moederland ligt voor mijn gevoel dichter bij onze identiteit, cultuur en geschiedenis. Het is een woord dat ik voor het eerst hoorde in een documentaire, die ging over een van oorsprong Andalusische gemeenschap, genaamd “los Arma”, gelegen in de kromming van de Niger. Er werd  geciteerd uit een boek van Tomás Gutiérez, getiteld Met permissie Leve een vrij Andalusië!:

“Onlangs zag ik een tv-reportage over de manuscripten van Timboektoe. De verslaggever toonde ons hoe wonderlijk mooi de legendarische stad in klei was vormgegeven. De stad waar ook de de bibliotheek zich bevond die de familie Kati (afstammelingen van de Visigoten) in 1468 o.a. had weggehaald uit Toledo. Toledo behoorde op dat moment al niet meer tot wat ooit al Ándalus heette en was derhalve op dat moment al niet meer de stad van drie culturen, van bezinning en tolerantie. Ik interviewde een Afrikaanse vrouw met een diep zwarte huidskleur. Zij zei me heel nadrukkelijk en met overtuiging: “Ik ben Andalusisch, net als jij. Andalusië is mijn moederland.” Ze zei niet mijn vaderland maar mijn moederland. Deze plek, deze grond en deze natie waarmee zij zich historisch en gevoelsmatig verbonden voelde noemde zij “moeder”. Een woord dat veel meer diepgang heeft dan het woord vaderland, een overmatig uitgekauwd begrip dat ons al lang niets meer zegt.”

Na lange tijd het woord vaderland gehoord te hebben opent het begrip moederland een onverwachts perspectief. Niet alleen brengt het een vrouwelijk en moederlijk gevoel terug in onze herinnering, maar ook roept het andere denkwijzen bij ons op, die voorheen voor ons verborgen waren: het persoonlijke, het intieme, het affectieve en het vitale. Voordat de basisschool bestond en toen er nog geen media waren als radio en televisie, had de vrouw het voorrecht om taal, cultuur en traditie door te geven. De vader was gedurende het grootste deel van de geschiedenis symbool van het vaderland (pater: vader en patrimonium: vaderland, afgeleid uit het Latijn). Daarnaast symboliseerde de vader bezit, macht, oorlog en de jacht. Toen men moest vluchten of verbannen werd van zijn grond, tijdens epidemieën, oorlogen of invasies, nam de vrouw haar cultuur en de taal van haar voorvaderen mee. Het was de vrouw die verantwoordelijk was voor het behoud van de identiteit van haar volk. Dat deed zij door de taal, cultuur en gewoonten door te geven, die herinnerden aan het verloren thuisland. Het is deze eigenheid van de vrouw die het begrip moederland betekenis geeft. Natuurlijk droeg ook de man bij aan het doorgeven van kennis, maar deze kennis werd pas overgedragen als het kind zich de taal en cultuur al had eigengemaakt. Samen met zijn vader richtte de zoon zich verder op zijn economische en beroepsmatige ontwikkeling. De meisjes bleven intussen dichtbij de moeder, terwijl zij zich ontwikkelden tot vrouw.

De vrouw heeft eeuwen niet dezelfde rechten gekregen als de man zichzelf toeëigende, maar toch was het de vrouw die, zoals reeds gezegd, verantwoordelijk was voor het doorgeven van de culturele en menselijke waarden. Het begrip moederland is dan ook geen materiëel begrip dat men kan bezitten, verkopen of verkopen, zoals een stuk grond of een huis. Nee, zij bestaat uit het immateriële goed van cultuur en beschaving. De migratie en uitdrijving is erin geslaagd een volk te beroven van zijn huis en grond, en daarmee zijn vaderland, maar nooit heeft zij een volk kunnen beroven van zijn moederland, te weten cultuur, traditie en geloof….

Tot slot een voorbeeld van dit alles dat ons zeer nabij is. Bijna iedereen heeft weleens gehoord van een man uit Córdobes genaamd Lucio Anneo, beter bekend als Seneca. Hij heeft grote invloed  gehad op het gebied van de filosofie, de stoïcijnse flilosofie. Maar niemand weet dat zijn leermeester zijn eigen moeder was, genaamd Helvia. Als deze vrouw in het noorden geboren was, zou zij waarschijnlijk als icoon of referentie hebben kunnen dienen voor het feminisme. Wij hebben Helvia leren kennen dankzij het door Seneca geschreven werk Consolatio a Helvia. Hij droeg dit werk op aan zijn moeder, toen hij verbannen werd naar Rome. Seneca is waarschijnlijk afkomstig uit Urgavo (Arjona in Jaén), waar zijn familie vandaan kwam. Helvia was de dochter van de een van de balangrijkste families uit de oligarchie van het toenmalige la Bética (nu Andalusië). Haar man, de Romeinse retoricus Lucio Anneo Marco, bekender als de oude Seneca, verhuisde naar de stad Córdoba. Ze kregen drie zonen, Novato, Seneca en Mela. De man van Helvia had graag gezien dat zij een traditioneel vrouwelijke opvoeding kreeg, want hij had het niet zo op emancipatie. Maar Helvia deed wat zij wilde en wist een zodanige opleiding te genieten dat zij haar zoon Seneca kon helpen met zijn filosofiestudie. Consolatio a Helvia is de enige bron van informatie over deze vrouw. Seneca beschrijft daarin hun relatie en hun hechte vriendschap en hoe zij samen pleegden te studeren. In dit boek wil hij zijn moeder troosten (aangaande zijn ballingschap) en raadt hij haar aan zich verder op haar studie te richten en op haar andere twee kinderen. Helvia symboliseert het begrip matria: haar vitale kracht en haar rol in het doorgeven van kennis.

 

Hoofdstuk 1. Het polijsten van de taal

“Het overmatig streng zijn bij opvoeding is heel schadelijk voor degene die wordt opgevoed, vooral tijdens de kindertijd. Het veroorzaakt een beschadiging van de ziel. Want kinderen die streng zijn opgevoed blijven zo verslagen achter, dat hun ziel zich samentrekt en haar elasticiteit verliest. Daardoor kunnen kinderen gaan neigen tot luiheid, liegen, en huichelarij om straf te vermijden. Op deze manier leren zij te doen alsof en te bedriegen, hetgeen van gewoonte tot een tweede natuur voor hen wordt. Dit is ook de reden waarom dorpen die onderworpen worden aan een onderdrukkend regiem in verval raken” Ibn Jaldún (1332-1406), Al-Muqaddimah, pag. I.003

etc…….etc…….

Ik ben niet verder gegaan met de vertaling, omdat ik op het moment dat ik daaraan begonnen was mijn Spaans niet toereikend vond. Ik weet ook niet of ik dit werk ooit nog op me ga nemen.

Maar voor geïnteresseerden die de Spaanse taal beheersen. Het boek is te bestellen voor het luttele bedrag van 5 eurootjes + verzendkosten in zijn oorspronkelijke vorm.

 

 

2 reacties op “Andalusië als moederland

  1. Helaas is het nog niet vertaald in het Nederlands. Ik ben er ooit aan begonnen, maar mijn Spaans is nog onvoldoende en ik heb weinig tijd, omdat ik zelf ook wil schrijven. Als u Spaans kunt lezen kan u het wel kopen onder de titel Andalusia como matria. Het is uitgegeven door Almuzara. http://www.editorialalmuzara.com

  2. Geachte,
    Ik ben bijzonder geïnteresseerd in de aankoop van het boek”Ändalusië mijn moederland”waar kan ik dat bestellen?
    Bedankt,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *