Mijn buurt

ΤToen ik hier kwam wonen was dit een buurt met een gevarieerde samenstelling. Er woonden veel ouderen die hier al vanaf het ontstaan van de wijk hadden gewoond en hun kinderen hier hadden grootgebracht. Ik nam mijn huurwoning over van een ouder echtpaar dat naar een bejaardenhuis verhuisde, nadat ze hier een gezin met vier kinderen hadden opgevoed. Ze hadden met plezier al die jaren in dit huis gewoond en gingen er pas uit toen ze om gezondheidsredenen echt niet meer in staat waren deze ruime eengezinswoning te bewonen. En zo verging het meer oudere mensen hier. Niemand ging zomaar weg uit deze groene en ruime buurt, of het moest zijn om gezondheidsredenen of een overlijden. Ook woonden er veel jonge gezinnen. Ik kwam hier wonen, toen de meeste van mijn kinderen nog klein waren (3,6,6 en 12 jaar). In de buurt waren genoeg kinderen om mee te spelen. De gezinnen waren van diverse culturen, maar de Nederlandse cultuur was hier toen nog dominant (als ik dat zo mag uitdrukken). Ik moest voor de wat meer exotische producten voor mijn keuken met mijn brommertje naar de Schildersbuurt tuffen. Ik weet nog dat ik daar tegen Turkse bakkers en islamitische slagers zei dat er een gat in de markt voor hun was in mijn buurt.

Nu hoef ik dat niet meer te zeggen. De Turkse, Marokkaanse en Poolse supermarkten zijn hier goed vertegenwoordigd. Er is een islamitische basisschool in de wijk, naast de katholieke en de openbare. Veel jonge gezinnen met blonde kindertjes zijn verhuisd naar de randgemeenten. De basisscholen hier worden bezocht door kindertjes met overwegend bruine ogen. Het hoofddoekengehalte is enorm toegenomen. De oude garde Nederlanders, die hier nog steeds wil blijven is in de minderheid. Misschien omdat ze niet anders kunnen dan blijven, of misschien zijn ze (net als ik) nog steeds gelukkig in deze wijk, die nu letterlijk ‘van ons allen’ is. Als ik hier rondloop, dan denk ik: ‘Dit is de wereld van de toekomst. Een wereld waarin nationalisme en vreemdelingenangst niet meer bestaan. Omdat we allemaal medeburgers zijn. Mensen met ieder zijn gebruiken en eetgewoonten, zijn geloof of ongeloof, maar allemaal mensen met een hart. We hebben allemaal een vader en een moeder en vaak ook nakomelingen, voor wie wij zorgen naar beste kunnen. En we moeten het samen doen.

Ik stond laatst in de Lidl. Naast mij een hele rij vrouwen met een ‘pinguin-uiterlijk’. Dames van tegen de 50 jaar met lange donkere jassen en niet flatteus geknoopte hoofddoeken. De hele winkel leek wel bevolkt met vrouwen in dergelijke kleding. Happy hour voor Anatolië, dacht ik bij mezelf. En tegelijk verachtte ik mezelf om deze gedachte. O.k. dan zijn zij in de meerderheid, so what! Ze doen geen mens kwaad. Doen hun boodschappen, net als ik. Even later sta ik buiten mijn boodschappen in mijn fietstas te laden. Naast mijn zo een ‘Anatolische’ vrouw. Ze kijkt me wat verschrikt aan. ‘Ik vergeten fiets op slot,’ zegt ze. Ze had haar fiets laten staan met het sleuteltje nog in het slot, terwijl ze in de winkel was. ‘Gelukkig heeft niemand hem meegenomen,’ zeg ik. En dan heb ik even een gevoel van contact met haar. Blij fiets ik weg. De wereld is klein. Mensen van zover gekomen zijn zo dichtbij. Hoe mooi is dat.

De volgende dag sta ik bij de Marokkaanse slager. Naast mij staat een blonde vrouw. Ik denk dat zij Nederlands is. Dan is zij aan de beurt en begint in rap Berbers haar bestelling te doen. Ze is helemaal niet Nederlands (in de zin van hier geboren en getogen kaaskop). Het is een wat oudere Marokkaanse dame met blond geverfd haar. Ik kijk even van opzij naar haar en zij geeft me een hartverwarmende glimlach. Dan denk ik weer: we zijn allemaal verschillend, maar toch zo het zelfde. Een glimlach heeft geen landsgrenzen, maar is universeel. Mooi is dat.

5 reacties op “Mijn buurt

  1. Dankjewel, Theo. Wij gaan na onze operaties echter niet meer mee vasten. Al jaren geleden (2008) zei een arts tegen mij dat het voor mij niet goed was om een hele dag niet te eten en te drinken. Ik wilde daar toen nog niet aan geloven, maar nu (na twee darmoperaties) ben ik overstag gegaan. Dus wij smikkelen vrolijk onze bescheiden maaltijden gedurende deze gezegende maand. Moge Allah ons het vergeven.

  2. Vaak in de geschiedenis leefden mensen lange tijd vreedzaam samen, totdat invloedrijke mensen met politieke belangen, verlangen naar macht en territorium of godsdienstige bekeringsdrang mensen negatief begonnen te beïnvloeden, zodat het gedaan was met de vrede. De ellende begint meestal met machtshebbers die elkaar bestrijden over de hoofden van burgers. Uiteindelijk gaan die burgers elkaar dan ook bestrijden. Gebrek aan middelen en honger kunnen mensen ook wanhopig maken en dan kan het slechtste en het beste in de mens naar voren komen.

  3. De tijd zal ons leren of we versmelten tot een vredelievende en tolerante samenleving (de geschiedenis vertelt een heel ander verhaal, en die herhaalt zich doorgaans!)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.