To live outside the law……..

Deze ramadan vast ik niet, evenals de vorige ramadan. Vorig jaar heb ik het nog een dag geprobeerd. Ik kreeg toen een hevige hoofdpijn, die niet afnam na het vasten breken en hardnekkig bleef aanhouden tot het het weer tijd was voor een tweede dag vasten. De hoofdpijn was zo hevig en hield zo lang aan, dat ik het beschouwde als een ‘teken’ dat vasten misschien voor mijn gezondheid niet verstandig was. Enkele maanden daarna kreeg ik de darmhernia (zoals deze wel genoemd wordt), waarvoor ik geopereerd werd gedurende 3 uur, na een lijdensweg van enkele dagen. Ik heb na die operatie noodgedwongen in totaal meer dan twee weken dag en nacht gevast. Daardoor was  mijn toch al tengere lichaam 6 kilo lichter geworden. Ik ben nu, een half jaar na de operatie, nog steeds vier kilo lichter dan ik eerder was.

De chirurg verzekerde mij na mijn laatste operatie (waarbij een stuk darm van 60 cm werd weggehaald) dat ik verder een ‘normaal leven’ zou kunnen lijden, mits ik gezond en regelmatig zou eten.

Dus toen dit jaar de ramadan weer aanbrak, had ik me eigenlijk al voorgenomen in deze maand niet mee te vasten. En dat doe ik dus ook niet.

Vandaag zag ik heel kort even een tv-programma, waarin mensen de ramadan beleefden. Ik merkte dat ik daar verdrietig van werd. Ik voelde ineens dat mijn ogen nat waren van tranen. Het weemoedige gemis van mooie maanden en momenten. Hoe ik zelfs mijn kinderen mee kreeg om te vasten en hoe fijn het gevoel was daarbij.

Ik weet dat ik er niet sentimenteel over moet gaan doen. Mijn kinderen zijn hun weg gegaan. Misschien blijft er bij hun ook iets hangen van de mooie tijd die we deelden, de verhalen die ik vertelde over de islam. Nu lijkt dat alles voorbij en doordat ik nu zelf niet meer vast, heb ik het gevoel iets moois te moeten missen. En daarnaast knaagt aan mij een licht schuldgevoel, want helemaal zeker weet ik niet dat ik echt niet mee kan vasten. Ik heb het dit jaar niet eens geprobeerd.

Wie weet ga ik het volgend jaar wel weer proberen. En intussen moeten Ahmad en ik leven met de beslissing die wij dit jaar genomen hebben.

Terwijl ik dit stukje schreef, ben ik (ik weet niet hoe ik er ineens toe kwam) weggelopen en heb ik mijn vier kleine schilderijtjes van kabouters ingelijst. De kleuren van de lijst bevielen mijn niet en zonder lang na te denken heb ik de lijst helemaal zwart geschilderd. Al doende vergat ik totaal waar ik zo mee zat en waar ik in dit stukje over schrijf. Tja, bezig zijn (vooral met een verfkwast) maakt me gelukkig en ik ben blij met mijn lijst, die de kaboutertjes beter laat uitkomen. Hoe grillig zijn de gevoelens van de mens.

Eten tijdens de ramadan

Wij doen dat nu al voor de tweede keer. Voor mij voelt dat nog steeds onwennig na meer dan 35 jaar vasten. Maar schuldig voel ik me er niet over, omdat ik weet dat het in mijn lichamelijke conditie vasten niet langer verantwoord is en ook niet meer hoeft. Zieken zijn vrijgesteld. Hoewel ik gelukkig niet ernstig ziek ben, weet ik na drie darmoperaties dat ik de rest van mijn leven moet doorgaan met dagelijks kleine beetjes tegelijk te eten, verspreid over de dag. Een pauze van niet eten en drinken gedurende vele uren achter elkaar is voor mij niet langer verantwoord. Dat zei een dokter mij al in 2008, maar toen wilde ik daarnaar nog niet luisteren.

Nu dus wel en Ahmad doet vrolijk met me mee. Hij was nooit zo een fervente vastende, maar heeft het dapper met mij samen gedaan gedurende 8 jaar. Voor hem is het moeilijk, omdat hij echt houdt van lekker en op tijd eten. Dus hij is al lang blij dat dit niet meer hoeft. ‘Ik ben ook al een man van 70 jaar,’ zegt hij er zelf over.

Vorig jaar hebben we dus ook niet gevast en zaten we dikwijls in onze tuin te eten, evenals dit jaar. Ik voel me dan soms bespied, omdat ik weet dat er naast mij en achter en voor mij mensen wonen die wel vasten tijdens de ramadan. Zij weten ook dat wij moslim zijn. Vorig jaar gebeurde het herhaaldelijk dat we zaten te eten en dat er dan naast ons ineens op de bovenverdieping een raam open ging. Buurvrouw moest kennelijk toch even iets doen waarbij zij toevallig het raam moest openen en dan (oeps) zomaar ineens in onze tuin kon kijken en ons dan zag eten!

Op een keer was het zelfs zo, dat wij al etende, ineens het hoofd van de buurvrouw boven de schutting zagen uitsteken. ‘Buurvrouw,’ riep ze. ‘Ik heb een pakje voor jullie aangenomen, omdat jullie net niet thuis waren.’ En over de schutting reikte ze mij het pakje aan, terwijl ze intussen vrij zicht had op onze gevulde bordjes, Onwillekeurig voelde ik me toch betrapt, als een kind dat stiekem stout is geweest. Maar ik pakte gewoon het pakje aan, me ietwat ongemakkelijk voelend, maar ook zonder behoefte haar wat uit te leggen. ‘Waarom belde ze niet gewoon aan bij de voordeur?’ vroeg Ahmad later wat verstoord.

Sindsdien is het een grapje geworden tussen Ahmad en mij. Telkens als wij tijdens de ramadan buiten een kopje koffie drinken of eten kijken we quasi schuldig even op naar de bovenramen van de buren en overburen. Maar ik moet zeggen dat ik dit jaar nog niemand echt heb zien kijken. Of het moet dit katje van de buren zijn……

 

Kijkduin is een bouwput

Het is al dagen mooi weer. Dat betekent voor ons overdag zoveel mogelijk genieten van de tuin en van de omgeving.

Vandaag wilden we zien hoever ze nu zijn met de bouwwerkzaamheden in Kijkduin. Ik dacht dat ze vorig jaar alleen begonnen waren met het bouwen van een parkeergarage, waarop een winkelcentrumpje zou verrijzen vlakbij de kust. Dat blijkt een understatement. Al ver voor de kustlijn zijn ze nu flink aan het bouwen. Vanaf onze fiets glurend tussen de bomen aan de kant van de weg, zien we ook daar al bouwputten van tamelijk hoge wooncomplexen die daar gebouwd worden. En omhoog trappend naar de kustlijn zien we dat er geen sprake meer is van veel licht en lucht in aan de horizon, want ook daar verrijst nu een afzichtelijk vierkant appartementencomplex, dat ons pal in het midden van het eindpunt voor de kust al het zicht ontneemt.

Veel winkeltjes en sommige restaurantjes langs de kustlijn zijn verlaten. Logisch, want wie komt er nog? Toch nog aardig wat mensen, gezien het aantal geparkeerde auto’s en fietsen. De draaimolen draait nog vrolijk zijn rondjes, maar is wel verplaatst. Mensen drentelen wat rond over de nu triestig aandoende ‘boulevard’. Er is geen leven. Het ooit zo gezellige familiestrand van Kijkduin lijkt definitief om zeep gebracht. Een vrouw die net weg gaat als wij onze fietsen op slot zetten, verzekert ons dat het nu even lelijk is, maar dat het wel goed komt en mooi zal worden. Wij hebben daar onze twijfels over. ‘Maar in Hoek van Holland is het nog wel een beetje zoals het altijd was,’ zegt ze nog. Ja, dat is waar. Voortaan gaan we dan ook voorlopig niet meer naar Kijkduin, maar naar Monster of Hoek van Holland.

We fietsen terug via het fietspad door de bossen en vermijden de wat grotere weg. Zo krijgen we toch nog wat moois te zien en enige rust en gefluit van vogels. We zien in Madestein maar liefst vijf zwanen. Gelukkig, ze zijn er nog…..

Heerlijk hondje

De kleine chihuahua van mijn oudste dochter kwam weer eens een paar daagjes logeren. Dat geeft een excuus om drie keer per dag te gaan wandelen. En zo kon ik controleren hoe het gesteld is met het vogelbestand in mijn buurt. En dat bleek qua watervogels toch mee te vallen. Ik zag twee eenden met kleintjes, die al aardig opgeschoten waren en dus overlevingskansen hadden.

En twee ganzenechtparen met kleintjes, die het sowieso vaak beter redden. Geen futen met kleintjes, maar wel op het nest. Genoeg reigers aan de waterkant. Maar…..in het geheel geen zwanen. Ook niet in het vogelbeschermingsgebied ‘de Uithof’ vlak achter mij.

Ik lees in de krant dat er in heel Den Haag weinig zwanen zijn, omdat mensen erop jagen! Zoals al eerder gezegd dus ook weinig kleinere vogelsoorten te bekennen hier in dit n.b. zeer groene gebied aan de rand van Den Haag. De zwanen schijnen gedood te worden voor consumptie! Maar de kleine vogeltjes missen we om een andere mij nog onbekende reden.

Beetje klodderen enzo

Tussen de bedrijven door trekken de verfkwast en het tekenpotloodje aan me. Als ik een laagje heb aangebracht en de verf is opgeruimd, maak ik graag een foto. Dan zie ik beter wat er heel fout is en waaraan ik morgen moet verder werken als de verflaag wat is opgedroogd en ik weer schone kwasten en verse kleuren heb om mee te beginnen. Ik deed twee keer wat. Ik werkte aan het portret van kleinzoon. Zette licht en donker neer. En ik maakte een eerste opzetje voor de kabouter die het vierluikje gaat vullen voor buiten. Ik zie dingen zat die ik morgen wil ‘aanpakken’. Nu even wat anders. Straks al het grof vuil naar buiten.Weet echt niet waarom de kabouter dwars gaat liggen als je erop klikt. Ik heb geprobeerd dat te verhelpen. Ik geef het op……

Niet zo goochem

Zoals mijn enkele trouwe lezertjes weten, ben ik op schilder- en tekengebied een absolute leek, een autodidact, die ook nog pas sinds kort bezig is en die al haar ‘kennis’ op dit gebied afkijkt vanYouTube, mijn grote leraar, die me de laatste jaren al van heel wat weetjes heeft voorzien.

Op dit moment kijk ik de kunst af van Sergey Gusev

Zoals veel anderen zegt hij ook dat het o.k. is en zelfs raadzaam om je canvas, voordat je begint met je werkstukje, in zijn geheel te bedekken met een verflaag, verdund met terpentine (omdat dat snel droogt). Dan kan je na een paar dagen al beginnen met je eigenlijke schilderij. De kleur die je neemt voor die onderlaag doet er niet zoveel toe. Ik nam tot nu toe altijd een beige kleur als ondergrond. Dat doet warmer aan dan dat het wit van zo een canvas en je kan er nog altijd goed op tekenen.

Maar dit keer ‘deed ik eens gek’, omdat ik de achtergrond van het portret op de foto van mijn derde kleinzoon al had gefotoshopt en had voorzien van water en een zonsondergang, dacht ik: ‘laat ik een warm rood nemen als ondergrond. Ik mengde wat rood en nog wat (ben vergeten wat) en begon vrolijk te kladderen. De ondergrond vereist geen precisie, maar mag slordig worden opgezet. Ik schrok van de kleur. Bloedrood! Allemachtig, wat bevatten die Rembrandt-verven veel pigment. Maar eens begonnen…..doorgegaan…en doorgegaan. En daar zat ik met een bloedrood canvas.

Niks aan de hand. Olieverf laat zich altijd overschilderen. En licht op donker gaat dan in de regel beter dan donker op licht (als het nog nat is).

Ik liet het drogen en gisteren was het droog genoeg om erop te kunnen tekenen en gummen. Maar dat valt niet mee. Ga maar eens een gezicht tekenen op een donkere ondergrond. Dat is moeilijk! Maar ik heb weer wat geleerd. Maak je ondergrond nooit meer te donker, Shabnam. Potverdikkeme.

Weer een ‘avontuur’ in de supermarkt

Anders dan in Spanje, kan je hier op zondag gewoon je boodschappen doen. Nadat we onze tuin vandaag een beetje op orde hadden (schuttingen geplaatst met gerecycleerd materiaal) en al het grof vuil al vast gebundeld hadden voor morgenavond, en nadat we de compostbak met succes geleegd hadden en de aarde en compost gestort (een walhalla voor wormen, die dan ook direct tevoorschijn kropen), ging ik even op mijn fiets naar de Lidl.

Het was daar razend druk! Zo druk heb ik het nog nooit gezien. Hele families liepen hun boodschappenkar te vullen. Kinderen renden rond, jengelden, schreeuwden en huppelden. Invaliden met een scootmobiel baanden zich met een engelengeduld moeizaam een weg door deze kluwen. Ik liet mijn kar staan in enkele stille hoekjes om daarna met meer bewegingsvrijheid op jacht te gaan naar o.a. zoete aardappel, olijfolie en geraspte kaas. Waarom was het zo druk?

Morgen begint de ramadan. Het is dat iemand mij vanmorgen een gezegende ramadan wenste, want anders had ik het eerlijk gezegd niet geweten. Sinds ik niet meer mee kan doen met vasten vanwege mijn darmen, houd ik het niet meer zo bij.

Zoals de Nederlanders de winkels bestormen voor de kerst (alsof het hun laatste kans is op het inslaan van voldoende voedsel), zo bestormden onze moslim broeders en zusters vandaag de Lidl, de Jumbo en slagerij en supermarkt Marakesh. Het was een chaotische toestand en het feit dat de schappen niet volledig meer gevuld waren, omdat het toch wél zondag is, gaf extra dramatiek aan dit gebeuren. Alsof  er echt gestreden werd om het bestaan. Maar ik moet zeggen dat iedereen, ondanks deze drukte, rustig bleef en beleefd. ‘Gaat u voor, mevrouw,’ zei een jongeman met een opgeschoren kapsel tegen me. Terwijl ik eigenlijk niet wist of ik voorlangs wilde, op zoek als ik was naar een zoete aardappel. Het had wel iets…..zoiets als paaseitjes zoeken. Waar is ($%^&) de olijfolie! O, hij zit verstopt achter die stilstaande steekkar….

Dus het was druk vandaag in de winkels op deze dag voor de heilige maand ramadan, de laatste dag dat er nog gegeten wordt door moslims bij daglicht .

Morgen zal het een stuk stiller zijn.

Mijn buurt

ΤToen ik hier kwam wonen was dit een buurt met een gevarieerde samenstelling. Er woonden veel ouderen die hier al vanaf het ontstaan van de wijk hadden gewoond en hun kinderen hier hadden grootgebracht. Ik nam mijn huurwoning over van een ouder echtpaar dat naar een bejaardenhuis verhuisde, nadat ze hier een gezin met vier kinderen hadden opgevoed. Ze hadden met plezier al die jaren in dit huis gewoond en gingen er pas uit toen ze om gezondheidsredenen echt niet meer in staat waren deze ruime eengezinswoning te bewonen. En zo verging het meer oudere mensen hier. Niemand ging zomaar weg uit deze groene en ruime buurt, of het moest zijn om gezondheidsredenen of een overlijden. Ook woonden er veel jonge gezinnen. Ik kwam hier wonen, toen de meeste van mijn kinderen nog klein waren (3,6,6 en 12 jaar). In de buurt waren genoeg kinderen om mee te spelen. De gezinnen waren van diverse culturen, maar de Nederlandse cultuur was hier toen nog dominant (als ik dat zo mag uitdrukken). Ik moest voor de wat meer exotische producten voor mijn keuken met mijn brommertje naar de Schildersbuurt tuffen. Ik weet nog dat ik daar tegen Turkse bakkers en islamitische slagers zei dat er een gat in de markt voor hun was in mijn buurt.

Nu hoef ik dat niet meer te zeggen. De Turkse, Marokkaanse en Poolse supermarkten zijn hier goed vertegenwoordigd. Er is een islamitische basisschool in de wijk, naast de katholieke en de openbare. Veel jonge gezinnen met blonde kindertjes zijn verhuisd naar de randgemeenten. De basisscholen hier worden bezocht door kindertjes met overwegend bruine ogen. Het hoofddoekengehalte is enorm toegenomen. De oude garde Nederlanders, die hier nog steeds wil blijven is in de minderheid. Misschien omdat ze niet anders kunnen dan blijven, of misschien zijn ze (net als ik) nog steeds gelukkig in deze wijk, die nu letterlijk ‘van ons allen’ is. Als ik hier rondloop, dan denk ik: ‘Dit is de wereld van de toekomst. Een wereld waarin nationalisme en vreemdelingenangst niet meer bestaan. Omdat we allemaal medeburgers zijn. Mensen met ieder zijn gebruiken en eetgewoonten, zijn geloof of ongeloof, maar allemaal mensen met een hart. We hebben allemaal een vader en een moeder en vaak ook nakomelingen, voor wie wij zorgen naar beste kunnen. En we moeten het samen doen.

Ik stond laatst in de Lidl. Naast mij een hele rij vrouwen met een ‘pinguin-uiterlijk’. Dames van tegen de 50 jaar met lange donkere jassen en niet flatteus geknoopte hoofddoeken. De hele winkel leek wel bevolkt met vrouwen in dergelijke kleding. Happy hour voor Anatolië, dacht ik bij mezelf. En tegelijk verachtte ik mezelf om deze gedachte. O.k. dan zijn zij in de meerderheid, so what! Ze doen geen mens kwaad. Doen hun boodschappen, net als ik. Even later sta ik buiten mijn boodschappen in mijn fietstas te laden. Naast mijn zo een ‘Anatolische’ vrouw. Ze kijkt me wat verschrikt aan. ‘Ik vergeten fiets op slot,’ zegt ze. Ze had haar fiets laten staan met het sleuteltje nog in het slot, terwijl ze in de winkel was. ‘Gelukkig heeft niemand hem meegenomen,’ zeg ik. En dan heb ik even een gevoel van contact met haar. Blij fiets ik weg. De wereld is klein. Mensen van zover gekomen zijn zo dichtbij. Hoe mooi is dat.

De volgende dag sta ik bij de Marokkaanse slager. Naast mij staat een blonde vrouw. Ik denk dat zij Nederlands is. Dan is zij aan de beurt en begint in rap Berbers haar bestelling te doen. Ze is helemaal niet Nederlands (in de zin van hier geboren en getogen kaaskop). Het is een wat oudere Marokkaanse dame met blond geverfd haar. Ik kijk even van opzij naar haar en zij geeft me een hartverwarmende glimlach. Dan denk ik weer: we zijn allemaal verschillend, maar toch zo het zelfde. Een glimlach heeft geen landsgrenzen, maar is universeel. Mooi is dat.

Prachtig en krachtig

Ik woon in een Prachtwijk Krachtwijk, vroeger Vogelaarwijk genoemd naar een minister die dit type wijken een warm hart toedroeg. Het wonen in zo een wijk met meestal een kleurrijke populatie heeft zijn voor- en nadelen. De diversiteit van culturen zie ik als een verrijking, die ook tot uiting komt in het winkelaanbod. Er zijn producten te verkrijgen uit diverse landen. Zoals ik hiervoor schreef is er wel veel overlast van weggegooid voedsel door bewoners, met name brood, dat roofvogels en ratten aantrekt. Daarnaast is er een centrum voor drugsverslaafden in deze wijk. De volwassenen die daar verblijven willen op mooie avonden nogal eens een maaltijd en een biertje nuttigen op een bankje in het mooie weitje voor ons huis. Omdat er geen prullenbak naast dat bankje aanwezig is, gooien zij dan dikwijls het afval en de blikjes op de grond rondom. Er zijn hangjongeren. Er is een grote werkloosheid en armoede, maar er is ook veel (zwart?) geld, af te lezen aan de mooie auto’s in de straat. Er ligt zwerfvuil op de groene weiden tussen de huizen en portiekwoningen, dat niet wordt weggehaald door de straatvegers. Dit om het simpele feit dat de weiden niet vallen onder hun werkveld. De plantsoenen behoren te worden bijgehouden door werknemers van de plantsoenendienst, die slechts zelden langs komen. Ik los dat op door zelf af en toe met een zak en een plastic handschoen afval te rapen in mijn buurtje.

Om de verpaupering tegen te gaan in deze wijk zijn al veel maatregelen genomen. Zo werden bijvoorbeeld in de hele buurt identieke schuttingen gezet, zoals ik vertelde. Alle huizen zijn prima geïsoleerd, voorzien van driedubbel glas en voorzien van goede sloten en pinnen tegen inbraak. Mensen die nog geen centrale verwarming hadden en nog gashaarden in huis hadden (zoals ik) zijn voorzien van centrale verwarming. En nu, met de geplande overgang naar ‘groenere’ energie, heeft onze buurt als één van de eerste in Den Haag een subsidie gekregen om alle huizen ‘van het gas af’ te halen. Het is wel een plan op wat langere  termijn, maar ik heb daarover al een brief gehad van de woningbouwvereniging. Alle reden dus om blij te zijn om in zo een Krachtwijk Prachtwijk te wonen. Ik wil hier ook zeker nooit weg, omdat ik me in mijn buurt nog steeds thuis voel.

Gisteren ging ik even naar de winkel om de hoek om wat maisbroodjes te halen. Ik zag dat er tijdens mijn afwezigheid gedurende drie maanden banken zijn neergezet op de brede stoep daar en daartussen zag ik plantenbakken met vers geplante plantjes. Op de hoek van de straat is een soort buurthuis voor moeders en kinderen. Daarbuiten een vitrine, overblijfsel van een vroeger winkelcentrumpje alhier. In die vitrine foto’s van moeders en kinderen van allerlei kleur. Kinderen hebben de plantjes geplant. Ik zag op de foto’s trotse kindergezichtjes. In hun handjes een plantje. Ook hadden ze zwerfvuil geraapt. Zoiets doet me glimlachen en ontroert me. Ik pinkte bijna een traantje weg, voordat ik verder liep naar huis.

Ja, ik ben blij in deze wijk te wonen, al mis ik de kleine vogeltjes. Misschien komen ze snel terug. Verbeeld ik het me nou of is het echt zo dat de meeuwen dit jaar groter zijn geworden? Wat een spanwijdte van vleugels! Met een pientere heersersblik zie ik ze tevreden hun territorium overzien vanaf de vele platte daken. Ach ja……

Meeuwen nemen het over

Wij wonen niet ver van de zee. Met de fiets is het 10 minuten trappen. Logisch dat meeuwen overal in onze buurt aanwezig zijn. Het zijn slimme dieren. Waar zij voedsel aantreffen, daar zal je ze vinden en daar maken zij hun nest. Waarom zouden ze moeite doen om in de zee en ander water te gaan vissen en prooi proberen te vangen als ze vers afval van allerlei soort krijgen aangeboden door de mens?

Een aantal jaren terug zag je langs de straten op ‘vuilnisbakken-dag’ overal kapot gebeten vuilniszakken. Het vuil lag dan verspreid over straat en stoep. Dat was omdat meeuwen en andere roofvogels hun buikjes hadden gevuld met weggegooide etensresten van de mens. Al snel kwamen hier overal ondergrondse vuilcontainers om deze chaos en viezigheid tegen te gaan. Dat hielp zeker. Maar als mensen dan alsnog hele en halve broden vanaf hun balkons naar beneden werpen in onze sappige groene wijk en zelfs pannen met rijst gaan legen, dan kan je erop rekenen dat ratten en meeuwen alsnog vrij spel krijgen.

Het is niet sinds gisteren dat meeuwen in onze buurt aanwezig zijn. Maar het broedseizoen is begonnen en nu zie je ze overal rondvliegen, terwijl er weinig ander gevogelte te bespeuren valt, behalve eksters, kraaien, duiven, papegaaien en de grote en agressievere variant eenden. Dat maakte ik hier nog niet eerder mee sinds 1993. Dat er werkelijk bijna geen klein vogeltje meer te zien is. Ook valt me op dat de wilde bloemenflora, die je hier overal langs de wegen aantreft, niet meer zo gevarieerd en kleurrijk is als vroeger. Ik zie alleen heel sterke woekerplanten met gele en witte bloemen en veel brandnetels. De klaprozen en korenbloemen die hier altijd ook spontaan groeiden zie ik niet meer. Wel madeliefjes in het gras.

Aan insecten zien we enkele vliegen, veel slakken, veel buskusrupsen en hier en daar een verdwaalde mug.