Ik houd het niet vol

Om niet te schrijven in dit openbare dagboek. Ik kan zonder facebook en zonder instagram. Ik denk niet dat ik ooit nog ga inloggen op die twee sites, die me niets opleveren. Maar ik mis het schrijven in mijn weblog.

Niet dat ik veel te vertellen heb, de praatjes komen meestal pas al schrijvende, en ik weet dat ik niet veel belangrijks te melden heb. Maar het lucht me op mijn gedachten te delen via dit weblog, zoals het me ook goed doet om me te uiten door schilderen en tekenen, terwijl ik weet dat er heel veel schilders en tekenaars en schrijvers zijn die dat honderd keer beter doen dan ik. Maar dat mag hem de pret en ijver niet drukken. Dus ik pak het geschrijf gewoon weer op.

Vandaag zitten wij vrijwillig gevangen in ons koele huis. Zodra ik mijn hoofd even buiten de deur steek om een kartonnetje in de papierbak te gooien o.i.d., weet ik dat dit een verstandig besluit is van ons.

Hierbinnen is het koel. Dat bereik ik door slim te zijn met het al dan niet openen van deuren en ramen. De temperatuur in huis is slechts 24 graden en als je dan in je hempie zit en met blote benen en voeten, dan is dat heel goed uit te houden. Het gekke is, dat hoe meer je weet dat je niet naar buiten kunt, omdat het daar een inferno is in de zonneschijn, hoe meer je toch het onweerstaanbare verlangen krijgt om juist wel naar buiten te willen gaan. De helderblauwe lucht en het in de zachte wind waaiende groene gebladerte lokken me. Het is zo klaar en helder vandaag. Alles lijkt wel extra duidelijk en omlijnd te zijn. Je zou zo in die mooie heldere en lichte wereld willen stappen. Dat verlangen bedwingen wij en we houden ons zoet met lezen, schrijven op de laptop, een dutje doen (Ahmad), schilderen, hangen voor de tv en lezen in de e-reader. Gelukkig hoeven we niet te werken op een akker of in de bouw…..Maar het ‘gemis van buiten’ blijft knagen…..Een mens blijft altijd verlangen naar iets wat hij niet heeft.

Ik ben uit gezeurd. Tot de volgende keer.

Ik stop er een tijdje mee

Voor onbepaalde tijd schrijf ik niet meer in dit weblog. Wie toch benieuwd is naar mijn wel en wee kan mij benaderen via mail, app of telefoon of desnoods per brief. Ik ben altijd geïnteresseerd om van mijn lezers en anderen te horen, maar ik kies er nu voor om even te zwijgen. Het ga iedereen goed en tot over onbepaalde tijd……

De vogeltjes zijn er weer

Toen ik hier aankwam heb ik te vroeg geklaagd. Dat er geen vogeltjes waren en geen wilde bloemen als klaprozen. Ik ben gewoonlijk wat later in het jaar in Nederland en wist niet meer dat er in april nog niet zoveel vogels en bloemen te zien zijn als wat later.

De vogels zijn er weer als vanouds en ook heb ik veel bijen in mijn tuin, die vooral op de lavendel afkomen. Het is wat droger dan ander jaren en de tuin behoeft meer zorg en aandacht en bewatering, maar het is weer volop genieten.

Batterij leeg?

Van nature ben ik een energieke persoon. Althans dat meen ik zelf.Ik ben graag bezig en ik ben niet snel moe.

Maar dat is de laatste tijd anders. Ik sta moe op. Tot voor korte tijd was dat een tijdelijk ongemak, dat na een ontbijtje en een kop koffie en mijn dagelijkse sportoefeningen wel overging. Maar nu heb ik dat vermoeide gevoel de hele dag. Geen energie en geen animo.

Vandaag zouden we een eindje gaan fietsen in de duinen. Het weer is redelijk, niet te warm en vast ook niet te koud. Maar……als ik eerlijk ben naar mijn lief, dan moet ik hem zeggen dat ik eigenlijk geen puf heb. Hij begrijpt het, vindt het niet erg. Hij zet een luie ligstoel klaar in de tuin en zegt: ‘Ga lekker zitten. Je hoeft niks’. Dan lig ik even te lezen in mijn e-reader en na een half uur is dát zelfs te vermoeiend. Ik ga naar binnen en zet me achter de laptop. Om de foto’s en filmpjes te bekijken die ik heb gemaakt van onze wandelingen in Meijendel (we zijn daar inmiddels twee keer geweest). Ze zijn wel aardig, maar niet interessant genoeg voor een filmpje. Of toch wel? Ligt het aan mijn gebrek aan animo?

Dan belt een dochter. Ze zit ergens mee. En ik zeg de dingen die uit mijn hart komen, maar haar helaas niet troosten. Ik merk dat ik niet altijd meer in de pas loop bij de ontwikkeling die mijn kinderen nu doormaken. Ze hebben geld te besteden en doen daar dingen mee, waar ik niet altijd achter kan staan. Ik kan daar niet om liegen. En dat maakt dat ze dáár dan weer niet blij mee zijn.

Zou dat het zijn dat me nu een beetje sloopt? Mijn oma zei over het leven: ‘Je kunt het niet knippen met een schaartje’. Daarmee bedoelde zij dat je het niet precies zo kunt ‘uitknippen’ als je het hebben wilt. Soms doen je naasten dingen waar je niet zo blij mee bent. Maar ze zijn volwassen en ze hebben hun leven. Dan is het zaak ze te accepteren zoals ze zijn. Maar als ze dan toch mijn mening vragen, dan kan ik niet anders dan eerlijk zijn. En dat wordt niet altijd in dank afgenomen. Dat merkte ik net weer. En het zuigt mijn batterijtje leeg.

Ik besluit dat het geen zin heeft te piekeren. Het gevoel blijft echter wel knagen. De zorg van een ouder om de kinderen is levenslang. Kon ik me maar minder aantrekken van wat zij al dan niet doen. Als ik me bedenk hoe mijn eigen leven gelopen is (vanwege niet al te verstandige beslissingen die ik zelf nam), dan zou ik niet graag in de schoenen staan van een ‘liefhebbende ouder van mijzelf’. Gelukkig was er niemand die zich erover druk maakte.

Soms heb ik zin om te huilen. Maar ik doe het niet. Dat kost natuurlijk energie.

Van het gas af

Alweer een half jaar terug kreeg ik een brief van de gemeente Den Haag. Dat men het plan heeft Den Haag ‘van het gas af’ te halen en de warmte-energie voor de bewoners uit duurzamere bron wil gaan halen. Dit zal een langzaam proces zijn, dat wijk voor wijk zal plaats vinden. De wijk waarin ik woon, Vrederust geheten, en de wijk Bouwlust zullen als eerste aan de beurt komen voor deze overgang. De regering heeft een subsidie toegekend aan deze twee wijken om dit experiment te beginnen.

Hoewel ik pas sinds enkele jaren geniet van C.V. (daarvoor had ik gaskachels) en een heel fijn gasfornuis bezit, ben ik toch heel blij met deze beloofde overgang naar schonere energie. Al snap ik niet waar men die energie dan vandaan gaat halen en hoe men dat gaat verwezenlijken in alle huishoudens.

Korte tijd terug zag ik toevallig in Facebook een oproep staan, gericht aan de bewoners van Vrederust en Bouwlust. Deze kwam van een studente, die bezig is met een onderzoek naar de reacties van de bewoners op dit plan. Zij vroeg mensen een uurtje van hun tijd te willen missen om haar te woord te staan, telefonisch dan wel in een uitspanning. Ik reageerde direct positief op de oproep en koos voor de telefonische benadering. Ik keek nog wel gauw even naar de reacties van talloze ‘reaguurders’ op haar oproep en die waren veelal negatief en hatelijk. Wat kunnen mensen toch vervelend zijn, zodra ze ‘achter de schermen’ kunnen reageren.

Eergisteren werd ik gebeld door de studente aardwetenschappen en mileu-natuurwetenschappen. Zij deed het onderzoek als afstudeerproject voor haar master. We hadden een heel fijn en geanimeerd gesprek dat maar iets meer dan een half uurtje duurde. Onze buurten worden gebruikt als zogenaamde ‘proeftuin’ voor de voorgenomen overgang van gas op andere energie.

Ik beantwoordde alle vragen van de studente. Uiteraard was ik ook nieuwsgierig naar welke energie er dan zal komen in plaats van het gas. Dat was nog niet helemaal zeker. Maar de opties waren: hergebruik van restwarmte uit industrie, dan wel gebruik van de warmte van wateroppervlakken, dan wel zonne-energie. Wat ze ook van plan zijn, het zal enig ongemak veroorzaken door werkzaamheden en er is natuurlijk kans op een huurverhoging, ondanks de subsidie voor dit project.

Wat het ook moge zijn, ik sta er volledig achter. Mensen hebben hiervoor doorgeleerd en op de TH in Delft (bijvoorbeeld) is veel kennis. Het wordt tijd dat we onze kennis aanwenden voor het redden van ons milieu en voor een betere leefomgeving in plaats van enkel voor winstbejag op korte termijn. Dus ik ben voor.

Herinneringen aan oma

Ik had twee oma’s, één van moeders kant (de Scheveningse oma) en één van mijn stiefvaders kant, oma Bob. Dat was geen echte oma en dat liet zij ons ook duidelijk voelen. Zij woonde in Eindhoven in een houten vrijstaand huisje, ‘Ons Houten Kasteel’ geheten. Over die oma wil ik het nu niet hebben, maar over oma Scheveningen.

Ik vond het heel leuk bij haar, ondanks het feit dat ik ook heel veel nachtmerries had als kind die zich afspeelden in flat Duinhove. Met oma Scheveningen hadden mijn broer en ik veel pret. Ze was een echte grappenmaker. Ze liet haar valse gebit klepperen en wij keken daar gefascineerd naar. Ze speelde met de poes door haar vinger onder het doek van een veldbed heen en weer te bewegen. De kat sprong dan op de vermeende prooi die bewoog. Wij gilden het uit van pret om oma die niet bang was om gekrabd te worden door de kat, maar het heel leuk vond om te plagen.

Ik mocht weleens alleen naar haar toe om wat vakantiedagen bij haar te logeren. Ik werd gewoon op de trein gezet en door oma afgehaald bij het station. Oma had een zwart-wit tv. Die hadden we thuis niet. Om acht uur ’s avonds begon het tv programma. Ik mocht dan nog even opblijven om mee te kijken. Na een kopje tomatensoep of minestrone soep gegeten te hebben. Ik kan me niet meer herinneren wat er te zien was. Wel herinner ik me het testbeeld, waarnaar ik vol verwachting keek voordat het tv kijken begon.

Oma was niet altijd in een goed humeur en vond ook niet altijd alles grappig. Op een dag kwam ik met haar bij haar flat aan. Zij ontdekte dat ze haar huissleutel niet bij zich had. Ik vond het best spannend, toen we op de bank in de hal naast elkaar aan het wachten waren op de huismeester, die een kopie van de sleutel had. Maar het was al laat en de huismeester was waarschijnlijk al naar huis. Hij kwam in ieder geval niet. Op een goed moment liep mijn oma heel kordaat naar haar voordeur. Ze trok één van haar schoenen uit en sloeg met haar hak het smalle ruitje in dat in haar voordeur zat. Dat maakte enig lawaai en prompt ging de deur aan de overkant van de gang open. Een man stond even in de deuropening en keek wat verschrikt naar mijn oma, waarna hij zonder iets te zeggen de deur weer sloot. Ik kon toen mijn lachen niet meer inhouden en schaterde het uit. Dat stelde mijn oma niet op prijs. Ik mocht bij binnenkomst die dag niet opblijven om nog even tv te kijken. Ik moest direct naar bed, al voordat het 20 uur was. De volgende dag heb ik sorry gezegd en kon oma me met enige moeite vergeven.

Een andere keer was het ook spannend met mijn oma. Zij had afgesproken dat zij op een middag zou gaan bridgen met een clubje van vier vrouwen, met wie zij regelmatig contact had, haar vriendinnen. Maar ze had geen zin. Dus belde zij met de smoes dat zij ‘niet lekker was’ en daarom die middag niet kwam bridgen. In plaats daarvan ging ze met mij naar het Westbroek Park in Scheveningen. Ik herinner me dat park als mooi begroeid en met mooie lampenkapjes overal. We gingen er met de tram heen. Mijn oma noemde de stoep nooit stoep, maar sprak over een trottoir. Dat vond ik ook fantastisch. Voor mij was sindsdien een trottoir een stoep met tegeltjes met kleine wieberafdrukjes erin. En met op veel straathoeken kiosken. Maar ik dwaal wat af. We liepen op een goed moment daar in dat Westbroek Park, toen ze ineens haar vriendinnen in de verte zag lopen. Die waren kennelijk ook naar het park gegaan toen het bridgen niet doorging. Oma sleurde me mee aan de hand. ‘Snel, wegwezen, voordat ze ons zien.’ Dat was weer een ander hilarisch avontuur met oma.

Oma plaagde mij en mijn broer ook graag. Wij waren dol op kroket (ik nog steeds). Op een dag serveerde ze ons kroketten op brood. Mijn broer en ik zaten daarvan te smullen. Opeens vroeg ze: ‘weten jullie hoe kroketten gemaakt worden?’ Nee, dat wisten we niet. ‘Ze worden gerold onder de oksel,’ zei ze. En ze deed het voor: ‘kijk zo, onder elke arm één. Dat gaat lekker snel.’ Vol afkeer keken wij naar haar. ‘Echt waar? Onder de vieze oksel van mensen?’ Met moeite aten we verder. Pas toen we klaar waren zei ze dat het een grapje was.

Oma was een slimme vrouw. In haar jonge jaren was ze onderwijzeres, in die tijd een beroep dat weggelegd was voor de wat knappere koppen onder de vrouwen. Tot op late leeftijd deed ze aan puzzelen. Cryptogrammen en hersenbrekers waren haar favorieten. En ze legde puzzels van wel 1000 stukjes. Ze werd ouder dan 90 en overleed vredig in haar slaap.

Nostalgie

Mijn weblog wordt gelezen door heel weinig mensen. In mei waren het er al minder dan in april en in juni worden het er waarschijnlijk nog minder. Hoe weet ik dat? Dat kan ik zien in google analytics. Daarin wordt netjes bijgehouden hoeveel mensen mijn weblog per dag, per week en per maand bezoeken. Ik kan niet zien wie het zijn. Dus wees gerust, jullie anonimiteit is gewaarborgd. Wel kan ik zien welke pagina’s bezocht worden. In de maand ramadan waren dat veel stukjes die ik schreef over de islam en vooral een stuk geheten ‘onenigheid over de gebedstijden’. Dat was toen interessant voor degenen die aan het vasten waren. Immers de tijdstippen van het ochtendgebed en het gebed bij zonsondergang bepalen dan hoe lang je moet vasten. Maar de ramadan is al lang voorbij en het is bijna vakantietijd. Wie heeft er dan nog interesse om te lezen over het wel en wee, de dromen en hersenspinsels van een bijna 70-jarige vrouw. Alleen de werkelijk trouwe lezers houden dit vol. Gek genoeg zijn dat mensen die ik van heel lang geleden ken, maar die ik in levende lijve veelal al heel lang niet meer heb gezien. Ik waardeer dat heel erg. Omdat dit voor mij het contact met een stukje van mijn leven van lang geleden nog een beetje levendig houdt. Ik ben nog steeds de Monique of de Shabnam die zij hebben gekend. En ik voel me met hen nog een beetje verbonden, als ze reageren op mijn stukjes. Zo mooi is dat.

Een ander stukje nostalgie wil ik hier delen met mijn lezers. Vroeger woonde mijn oma van moeders kant (een volbloed Zeeuwse vrouw) in Scheveningen. Zij woonde in een flatgebouw, geheten Duinhove. Ik kan me nog heel helder herinneren hoe het was als mijn broer en ik bij haar waren. Wij speelden dan verstoppertje in de marmeren gangen en de drie trappenhuizen van het gebouw. Een grote bron van attractie was de lift, die helemaal van glas was. Je kon als je omhoog en omlaag ging het gewicht met de kabels voorbij zien komen. Er was een huismeester die verbleef in een kantoortje in de mooie marmeren hal. Het hele gebouw had iets plechtigs en het rook er naar steen, vooral in de kelder, waar mijn oma een opslagruimte had. Ik vond die geur heerlijk.

Het appartement van mijn oma bestond uit twee even grote kamers met een keuken daartussen. De keuken had glas in lood ramen. Ik vond het daar prachtig, ook hoe mijn oma het had ingericht met haar antieke meubels. Zij dronk thee uit wijde kopjes en daarbij kregen wij een bruin boterhammetje met roomboter en een gekookt eitje. Tot de dag van vandaag ben ik daar dol op.

In de avond kwam aan de kant van het flatgebouw waar mijn oma woonde (Duinhove flat 10) vaak paard en wagen voorbij (tjonge wat ben ik oud!). Op de wagens zaten nettenboetsters in klederdracht! Zij reden daar met een vracht netten die zij hadden gerepareerd voor de vissers. Wat een mooi geluid was dat geholdedebolder van die wagens en dat geklap van die paardenhoeven op de kinderkopjes. Soms moesten we voor oma naar de bakker in de buurt en dan moesten we een allison (brood) halen.

Gisteren was ik met Ahmad in de buurt van het Zwarte Pad in Scheveningen. Dat is vlakbij de Zwolsestraat, waar de flat van mijn oma gesitueerd was. Ik móest gewoon weten of het authentieke flatgebouw er nog stond. En ja, het is er nog. De mooie ramen zijn inmiddels vervangen door moderne dubbelglas vensters. De lift (zo zag ik, omdat ik even binnen kon spieken, omdat er juist een verhuizer bezig was) is niet meer van glas, maar is vervangen door een saai ‘normaal’ model. De gangen zijn helaas nu bedekt met lelijke vaste vloerbedekking, maar de hal en de muren zijn nog steeds van marmer. 

Hier woonde ze

Geen kinderkopjes meer in deze straat maar asfalt en natuurlijk ook geen nettenboetsters in klederdracht.

Waar nu een chiropractor een praktijk heeft met een eigen ingang was vroeger een woonhuis. Op de plaats waar je de ronde heg ziet met bomen was een glazen erker. In die erker van glas kom ik naar binnen kijken. Dan zag ik de kamer van een meisje van mijn leeftijd. Ik stond me vaak te vergapen aan de enorme hoeveelheid speelgoed die zij bezat, zoals de luxe poppenwagen met vering die ik graag had willen hebben maar niet kreeg. 😉

Bijna ongelukje (3)

Vandaag loop ik over de Leijweg. Ineens verzwik ik bijna mijn voet door een obstakel op de weg. Ik kan mezelf nog net behoeden niet te vallen door een stuk omhoog te springen.

Ik kijk achter me om te zien wat het was dat me bijna deed struikelen. Ik zie een vuistgrote ronde kei liggen. Levensgevaarlijk. Ik schop het ding naar de kant. Achteraf denk ik: had ik hem maar helemaal weggegooid in een vuilnisbak.

Vallend over een kei brak ik anderhalf jaar geleden mijn heup. Ik gun niemand anders dat hem of haar dit ook overkomt. Ik denk er bijna over om morgen terug te gaan naar de plek des onheils en de kei helemaal weg te halen en weg te gooien. Geen idee hoe zo een kei terecht is gekomen in een winkelstraat.

Ik hoop dat ik het aantal ongelukjes nu achte de rug heb. Een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn en alsnog heb je het niet helemaal in de hand….