Nieuwe uitdaging

Deze mooie foto van mijn jongste kleinkind vraagt erom geschilderd te worden. Mijn kinderen zijn het niet helemaal met me eens. Haar haar zou gek zitten en ze hebben misschien wel een nog mooiere foto.

Maar ik wil deze. Vanwege de kleuren en vanwege de sfeer van de foto. Ik weet nog niet veel van schilderen. Maar ik weet twee dingen. De schilder moet schilderen wat hij ziet (of voelt voor sommigen, die van abstract houden) en de schilder moet houden van zijn onderwerp. Ik houd hiervan. Dus deze wordt het.

Nu kijken of ik de mooie kleuren weet te mengen en goed op het canvas krijg. Altijd een verrassing.

Het belang van zelfvertrouwen

Gisteren was ik met met o.a. al mijn kinderen en kleinkinderen bijeen (op één kind na, maar dat is bij mijn trouwe bloglezers al bekend). Als ik naar mijn kinderen kijk en ook naar mijn gisteren afwezige kind, dan ben ik intens gelukkig om te zien wat voor mensen zij stuk voor stuk geworden zijn. Ze zitten allemaal ‘lekker in hun vel’, zijn gelukkig met hun partner en degenen die kinderen hebben zijn lieve, toegewijde ouders. Daarnaast zijn ze allen gezond, wat heel belangrijk is. En last but not least, ze zijn succesvol in hun werk. Werk dat bovendien bij elk van hen past en dat ze met hart en ziel doen.

Wat is er nodig om succesvol, liefdevol en toegewijd te zijn in alles wat je doet? Zelfvertrouwen. Er zijn natuurlijk nog meer kwaliteiten en eigenschappen belangrijk, zoals empathie, doorzettingsvermogen, sociale vaardigheden en andere werk- en privéleven-gerelateerde vaardigheden. Ik kan nog wel even doorgaan met opnoemen. Maar hier wil ik het hebben over zelfvertrouwen.

Een kind dat de hele dag hoort dat wat het doet niet deugt en dat wat het probeert toch niet gaat lukken, zal uiteindelijk dit doemscenario waarmaken. Of het gaat (zoals in mijn geval) nog meer dan ‘normaal’ zijn best doen om aan de verwachtingen van de omgeving te voldoen. Maar ook al krijgt dit kind dan daarvoor later de erkenning die het verdient, toch zal het eenmaal in de vroege jeugd geschade zelfvertrouwen niet meer herstellen.

Ik ben nu op een leeftijd aangekomen dat het voor mij niet meer belangrijk is om te ‘presteren’. Maar alsnog komt nu dat ik de waardering en aanmoediging krijg van mijn omgeving om te zijn wie ik ben en te doen wat ik graag doe. En dan merk ik dat dit gewaardeerd wordt. En zo valt het kwartjes bij mij nu eindelijk. Ik had al mijn leven lang kwaliteiten op allerlei gebied, maar ik heb deze kwaliteiten nooit de kans gegeven om uit de verf te komen (soms letterlijk). Wat ik mijn hele leven deed was altijd voor de ander, zonder winstbejag en in een ondergeschikte, dienstverlenende rol. Ik heb dat nooit erg gevonden, omdat ik alles deed met hart en ziel en omdat het bezig zijn om een bepaald resultaat te behalen voor mij leuker was dan het resultaat zelf. Wat ik ook aan het doen was in mijn leven, het schoonmaken van een bejaardenflatje of het zelfstandig doen van een wetenschappelijk onderzoek (maar zogenaamd in de rol van ‘assistent’), ik deed het met overgave.

Ik heb maatschappelijk niet veel bereikt, ondanks mijn studie. Ik ben daar grotendeels zelf verantwoordelijk voor, omdat ik mezelf op diverse momenten in mijn leven kansen ontnam. En ik heb daar geen spijt van. Ik heb niet veel mee hoeven lopen in de karrensporen die door anderen gebaand waren. En ondanks het feit dat ik nooit rijk was, heb ik het altijd goed genoeg gehad. Ik ben een eenvoudig mens met een matig uitgavepatroon.

Maar hoe leuk is het om te zien dat mijn eigenzinnige kinderen, elk op hun eigen gebied, zo succesvol zijn. En dat met relatief weinig diploma’s. Niet één van hen heeft een academische titel of zelfs maar HBO. Ze zijn ‘opgeklommen’ door hun kwaliteiten. En die kwaliteiten zie ik ook in hun privéleven.

Ik ben daar mateloos trots op. En als ik me nu de vraag stel wat ik als moeder daaraan heb bijgedragen, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik geen van mijn kinderen ooit heb ontmoedigd of tegengehouden om te zijn wie ze zijn. Ik heb ze hun zelfvertrouwen nooit afgenomen en ik had en heb ze onvoorwaardelijk lief.

En die liefde krijg ik ook van ze terug.

Cadeautje voor kleindochter

Ahmad is lekker bezig met zijn pyrografie. We hebben boomstamschijven in diverse maten besteld bij decoratietakken. 

Zo heeft hij hier ook iets om handen. Vandaag maakte hij in één dag dit schilderijtje van twee uiltjes voor mijn kleindochtertje. Ik ben er voor de ideeën en hij is er voor de uitvoering. Hij werkt heel nauwkeurig en geduldig. Een echte ‘artesano’.

We zijn op het idee gekomen om te gaan werken met natuurlijk hout, toen we laatst in een uitspanning waren in Ockenburg. Daar hingen allemaal kleine gebeitste boomstamschijfjes met namen erop. Dat vonden wij een leuk idee. En zo kwamen we erop om houtschijven te bestellen in verschillende maten ter bewerking. Ik ben blij dat Ahmad hier nu ook een hobby heeft waarin hij zich kan uitleven, naast het tuinieren.

hij zoekt de afbeeldingen op internet en brengt ze aan op het hout met carbonpapier. Het ‘schilderijtje’ is de achterkant van een dienblad, gekocht voor voor 2 euro bij Action.

Hectische dromen

De jaren van een gezonde gepensioneerde zijn wat sommigen wel noemen ‘bonusjaren’. En zo ervaar ik dat ook. Het leven is relaxed. Elke dag staat de gepensioneerde op met een hele dag vol vrijheid voor zich. Je mag lekker doen waar je zin in hebt. Er is geen baas die op je wacht en er zijn geen deadlines te behalen. Doe maar lekker wat in je opkomt. Ik geniet met volle teugen van deze vrijheid, elke dag weer. Ik maak er mijn eigen feestje van. Kleine geneugten worden uitvergroot, omdat ik ze ten volle ervaar. Ik heb geen stress!

Zo anders is het af en toe in mijn dromen. Het valt me op dat ik in mijn dromen nog steeds vaak veel hindernissen tegenkom en barre tochten moet afleggen. Zo ook vannacht weer.

Ik zit in in auto. Ik rijd een zeer steile helling op en dan moet ik remmen voor iets (een verkeerslicht?). Ik zet mijn auto op de handrem. Achter mij staat nog een auto. ‘We zitten nekloge’, grap ik door het open raam tegen een voetganger. Maar intussen zit ik hem alvast te knijpen hoe ik straks zal optrekken. ‘Jullie moeten uitstappen en even wachten,’ wordt er gezegd. Ik stap uit en de bestuurder achter mij ook. ‘Ik heb geen haast,’ zeg ik. ‘Ik hoef pas over twee uur op Schiphol te zijn.

Dan ben ik ineens ergens anders. Er zal een tatoeage gezet worden. Iemand is voor mij aan de beurt. Haar wordt uitgelegd dat ze haar hele rug kan laten tatoeëren, maar dat dit dan wel even kan duren. Degene die de tatoeage moet zetten laat duidelijk merken niet echt zin in het werk te hebben. Dan ben ik aan de beurt. ‘Doe mij maar een vogeltje op mijn schouder,’ zeg ik. ‘Heb je ook een kolibri?’ Geen probleem, wordt beweerd. Maar de vrouw blijkt helemaal geen afbeeldingen van vogeltjes te hebben. Ze lijkt ook steeds minder gemotiveerd om mij te ‘helpen’. ‘Zal ik er dan één voor je tekenen?’ bied ik aan. Ja, dat is goed. Als ik vraag om papier, reikt ze me een heel dun en lang reepje toiletpapier aan. Hoe kan ik daarop tekenen, vraag ik me geïrriteerd af. Dan besluit ik dat ik helemaal geen tatoeage hoef. Ik loop opgelucht naar buiten, maar nog steeds ben ik geïrriteerd vanwege die vrouw die geen zin had in haar werk.

Buiten is het half donker. Mijn oudste dochter roept me van verre. ‘Ma, kom je?’ Ze staat op mij te wachten naast haar auto.’Ja, ik kom eraan!’ roep ik. Maar ik zie dat het niet eenvoudig is om mijn dochter te bereiken. Tussen ons in zijn weilanden met allemaal sloten daartussen. Ik zie dat ik om moet lopen. Als ik eindelijk op de plek van bestemming ben, is mijn dochter alweer wat verder weg gereden. Ik sta bij een tramhalte en besluit haar achterna te gaan door een stukje met de tram te reizen.

Als ik in de tram zit, merk ik dat ik de verkeerde kant opga. In plaats van naar Den Haag ben ik op weg naar Delft. Ik ben ook vergeten mijn kaart te scannen. Er is geen scanautomaat in de tram. Dus ik besluit me dan maar stil te houden. In Delft is het nog steeds schemerdonker. Maar er is voldoende licht om te zien dat het een mooi authentiek, middeleeuws ogend dorp is met schitterende gebouwen. Om mij heen lopen overwegend oudere toeristen alles te bewonderen. Ik maak wat foto’s om deze later aan Ahmad te kunnen laten zien. Maar ik wil graag terug naar Den  Haag. Dat is een moeilijke weg, zo wordt er gewaarschuwd, als ik de weg vraag. En dat is ook zo! Ik moet mijn weg afleggen langs een smal pad, uitgehakt uit een steile rotswand. Links die wand en rechts een ravijn. Als ik naar rechts kijk, dan zie ik een andere steile rotswand op zo een 100 meter afstand. Het rotspad is verlaten en het is nog altijd schemerig. Ik leg de weg zittend af, mij steunend met beide handen. Ik durf niet te gaan staan en op die manier te lopen.

Eindelijk kom ik weer in de bewoonde wereld. En tot mijn verrassing ben ik direct bij een station. Vanhier kan ik ook de trein pakken naar Den Haag, besef ik. Maar dan kom ik erop dat ik nog moet douchen. Ik vraag aan een voorbijganger of er hier ergens een douche is. ‘Nee, die is hier niet,’ zegt de vrouw. ‘Dan moet je terug naar waar je vandaan bent gekomen.’ O nee! denk ik dan. En dan wordt ik wakker en ik voel me uitgeput……. 😉

Liever met verf bezig dan op de pc

De laatste tijd schrijf ik niet meer veel. De dagen vliegen om met andere dingen. Zoals mijn oefeningen in de ochtend. Na een heerlijk ontbijtje in de tuin, die zo beschut is dat je er al gauw kan zitten. Uitzicht op de bloemetjes en klimplanten en struiken, die we zien groeien. Dan fietsen op de hometrainer met Netflix en dan mijn oefeningen voor de heup bij de tv. Ik zag een mooie documentaire over een schaapherder, die na twintig jaar zijn beroep langzaamaan steeds meer moest opgeven door de opkomst van grootschaligheid, verstedelijking en machines. Zijn vrouw en hij wilden zijn beroep alsnog voortzetten in Frankrijk. Dat is niet gelukt. Ze hebben hun schapen moeten slachten. Ze zijn nu in dienst bij een boer.

En dan is het weer tijd voor koffie. Wat smul ik daarvan. En daarna lekker verder met schilderen. Soms is het een gevecht om een uitdrukking op het canvas te krijgen. Verschillen zitten in de kleinste lijntjes en schaduwen! Maar ik heb besloten dat het schilderij van mijn jongste kleinzoon nu af is. Perfect zal het nooit worden. Dan zou een foto altijd beter volstaan. Het blijft een weergave van de werkelijkheid, zoals gezien door twee ogen in een bepaald licht. Tevreden ben ik nooit.

 

En nu wil ik dit lieve vrolijke kleinkind gaan schilderen:

Taalgebruik waar ik me aan erger

Telkens verschijnen er nieuwe modetrends in ons taalgebruik. Dat is heel logisch, want de taal is levend en verandert met de mens mee. Er ontstaan nieuwe woorden en oude verdwijnen of worden zelden meer gebruikt. Zo gaat dat ook met tal van uitdrukkingen die de Nederlandse taal rijk is. Die zijn veelal gebaseerd op oude gebruiken en ambachten en passen vaak niet meer in deze moderne tijd, waardoor zij voor de jongere generatie hun betekenis verliezen. Ik ben dol op de ouderwetse uitdrukkingen en gezegden, maar als ik ze bezig tegenover mijn kinderen, dan moet ik vaak wel een uitleg geven van wat ze betekenen.

Ik begrijp wel dat de jongere generatie een andere manier van praten heeft dan wij vroeger. Maar ook mensen van mijn leeftijd doen mee met een ‘taalmode’, die ik niet altijd even elegant vind.

Zo is er al een tijdje terug een raar verschijnsel ontstaan. Mensen die willen zeggen dat iets ze helemaal niet boeit, riepen en roepen helaas nog steeds veelal het woordje ‘boeien!’ uit, waarmee ze willen zeggen: ‘waar je het nu over hebt, dat boeit mij niet (ofwel ‘dat interesseert me geen bal’). Soms zegt iemand zelfs (nog erger): ‘Zie je me boeien?’ Ik kan daar onredelijk kwaad van worden. Wat is dat voor gelul. Heeft die persoon werkelijk niet door dat wat hij of zij zegt grammaticaal heel erg incorrect is.

Maar nu is er een nieuw vervelend en zeer irritant modewoordje opgedoken. Als iemand iets zegt en de ander is het daar roerend mee eens, dan hoor ik sommige personen zeggen: ‘Ja, echt, hè’. Ik krijg daar spontaan boksneigingen van. ‘O ja joh?’, denk ik dan. Ik hoor het overal, op straat, op de t.v. Gelukkig niet van mijn directe naasten nog.

En dan wil ik het nog hebben een al langer bestaande en heel onsympathieke manier van taalgebruik, die al heel lang in leven is. Deze manier van begroeten wordt meestal meer gebruikt door de kakkers onder ons. Ik kan me daar ook heel kwaad om maken. Ik kwam het al tegen vroeger op mijn werk: Mensen die een brief of mail beginnen met ‘Dag …….(Piet, Jan, Mies)’. Niet hoi, niet goedemorgen, geen geachte, geen beste, maar ‘dag……’.

In mijn ogen zeg je ‘dag’ bij een afscheid. Niet als aanhef van een brief of mail. Er klinkt voor mij iets denigrerends in door. Het komt hoe dan ook op mij arrogant over en ik zie het als een verkeerd en misplaatst gebruik van het woordje ‘dag’.

Timmerneigingen krijg ik ervan. Ik lijk Jan Mulder wel……

Dieren in hun natuurlijke habitat

Toen ik mijn voorgaande stukje schreef, wist ik dat ik reacties kon verwachten. Ik gaf slechts mijn mening en elke mening is er maar één, naast vele andere.

Natuurlijk vind ik níet dat we de dieren die nu voor hun leven afhankelijk zijn geworden van de mens voor voedsel en onderdak weer de natuur in moeten sturen. En zeker is er niks mis mee om door andere mensen afgedankte dieren, die in asiels verblijven, liefdevol op te nemen of de kat van een overleden vrouw in huis te nemen. Nu het eenmaal zover is, en wij de dieren in hun afhankelijke rol hebben gedrukt, zijn wij verplicht ook levenslang voor die dieren te zorgen. Een uitzondering daarop is volgens mij trouwens wel de kat. Dit dier heeft zich nooit echt laten domesticeren en heeft veel van zijn roofdier-instinct behouden. Zie de volgende interessante documentaire.

De kat kwam aanvankelijk wonen in de stal van de boerderij bij het vee en zorgde er voor dat er geen muizenplaag ontstond. Gaandeweg veroverde de kat steeds meer terrein en kwam hij in huis te wonen en leerde de kat de mens hem te verwennen met steeds lekkerdere hapjes en geneerde de kat zich niet om daarbij de luie stoel van zijn baasje in beslag te nemen. Een kat is ook één van de weinige huisdieren die weleens wegloopt van huis. Dat zul je van een hond niet snel horen. Een hond kan weleens zoek raken. Maar een kat zoekt rustig een beter huis als een huis hem niet bevalt en een kat weet zich ook op straat goed te redden. Het is de mens die daar een stokje voor steekt, omdat straatkatten overlast kunnen bezorgen en zich snel voortplanten.

Als ik zeg dat ik dieren graag zie in hun natuurlijke omgeving in al hun waardigheid en pracht, dat bedoel ik bijvoorbeeld deze documentaire. Of ik hoef maar even verder te lopen dan mijn achtertuin en dan zie ik ook voldoende..

Maar dat het gedomesticeerde dier van heel veel nut is voor de mens, wil ik niet ontkennen. Als kind heb ik veel geleerd door het gedrag van onze huiskat en hond te bestuderen. Dieren zijn van groot nut en een bron van plezier voor de mens, gedomesticeerd of niet. Ik zie ze alleen het liefst in al hun vrijheid.

Huisdieren

Laatst vroeg iemand mij hoe ik dacht over huisdieren. Of ik het ermee eens was dat je, als je eenmaal een huisdier hebt, dat je dat dier dan ook zo goed mogelijk moet verzorgen en met alle liefde die je hebt moet omringen. Daarmee ben ik het helemaal eens. Heb je geen tijd om een huisdier aandacht te geven, begin er dan beter niet aan.

Laatst was Lulu, het hondje  van mijn oudste dochter weer bij mij, voor de tweede keer sinds ik weer in Nederland ben. Ik ben de favoriete oppas. En dat is niet zo gek, want als krasse gepensioneerde bejaarde heb ik voldoende tijd om het kleine hondje alle aandacht te geven, die het behoeft.

Ik vind het eigenlijk heel aandoenlijk om de kleine Lulu te zien in haar doen en laten. Het is een gehoorzaam en zeer aanhankelijk hondje. Mensen denken al gauw dat zo een klein hondje het liefst de hele dag op schoot zit of mee te nemen is in een tas: het hondje als accessoire, bij wijze van spreken. Maar chihuahua’s zijn hondjes die juist houden van veel beweging. Ze kunnen heel hard rennen, als mini hazewinden. En ze hebben alle instincten van een grotere hond. En dat vind ik zo aandoenlijk. Dit ver door gefokte minihondje heeft dus alle instincten en neigingen van haar grotere soortgenoten, maar wordt telkens geconfronteerd met haar weerloosheid als gevolg van haar mini-gestalte. Dat vind ik zielig. Ik vind het eigenlijk in bijna alle gevallen zielig dat dieren gedomesticeerd worden om te voldoen aan de behoeften van mensen. Ze zijn zo afhankelijk gemaakt, dat  ze niet meer in hun behoefte aan voedsel en bescherming kunnen voorzien en zodoende aan ons zijn overgeleverd als pasgeboren baby’s. Maar dit is in hun geval levenslang, want ze zullen nooit meer in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Dat ze in aanbidding naar ons opkijken en onderdanig naar ons luisteren wordt door mensen aangezien voor liefde, maar het is gewoon noodzaak om te overleven. Lulu is net zo lief en aanhankelijk tegen mij als ze in mijn huis is als tegenover mijn dochter bij haar thuis. Ik ben hier voor haar ‘de leader of the peck’. Natuurlijk heb ik tedere gevoelens voor haar, als ze in aanbidding vragend naar me opkijkt, maar tegelijk doet het me pijn. Ik vind dat een huisdier in een vernederende, afhankelijke rol is gedrukt door de mens.

Het houden van (huis)dieren door de mens is volgens mij ontstaan uit gemak of noodzaak. De koe en het schaap voor de melk, de kaas en de wol. Kippen voor de eieren. Het paard en de ezel voor het werk op het land. De hond (meestal buiten gehouden) voor de waak. De kat om muizen te vangen. In de loop der tijd heeft het houden van huisdieren zich ontwikkeld tot een cultus. Honden zijn gefokt in diverse rassen om beter te passen bij de wensen van de mensen. De kat is in huis gehaald als aaibaar huisdier en krijgt zoveel voer, dat het jagen op muizen voor de meeste katten niet meer interessant is.

Mijn moeder was een hondenliefhebster en we hadden altijd een hond in huis. Mijn moeder beschouwde zichzelf altijd als nummer één voor de hond en het lukte haar ook vaak de honden zo af te richten, dat ze alleen bij haar wilden zijn en dat mijn broer en ik ze zelfs niet uit kon laten. Als ik dat probeerde, dan liep het dier te trekken aan de riem als of ik het mee wilde sleuren naar het schavot. Dus dat ging niet. Het trieste is echter dat toen mijn moeder op sterven lag, dat toen haar toenmalige hond niet in haar buurt wilde zijn. De hond vermeed haar zoveel mogelijk, alsof zij de dood rook en er niets mee te maken wilde hebben. Toen mijn moeder overleed gaf mijn stiefvader onmiddellijk de hond weg aan buren.

Ikzelf heb ooit een zwerfkat in huis gehaald die een ware kameraad voor mij werd en kilometers liep om terug te keren naar mij, toen mijn stiefvader hem had weggebracht naar een boerderij ver weg (gelukkig mocht ik hem toen alsnog houden). Vanwege deze bijzondere kat was ik lange tijd gek op katten, maar zo een kat als Thomas heb ik nooit meer gehad. Daarna had ik nog twee katten voor mijn kinderen. Uit het asiel en allebei ook wel speciaal. Maar uiteindelijk bedacht ik me dat het houden van een kat je slechts maakt tot een dienaar van die kat. Toen ze allebei overleden waren nam ik me voor geen huisdieren meer te nemen.

Ooit heb ik een papegaai meegesmokkeld op de boot van Suriname naar Nederland. Ik had hem meegenomen voor mijn toenmalige vriendje. Hij had een papegaai gehad die was overleden, wat hij heel erg vond en ik wilde hem verrassen en troosten met deze papegaai. Heel schrijnend was dat de papegaai kwam uit de binnenlanden van Suriname. Hij was geweest van een klein jongetje uit een dorp van Trio Indianen. Deze mensen kenden het geld nog niet en de papegaai werd geruild voor een paar flutprullen, zoals een spiegeltje e.d. Het jongetje huilde bij het afscheid van zijn papegaai en ik schaamde me kapot. Eenmaal in Nederland, bleek mijn toenmalige vriendje helemaal niet meer zo een behoefte te hebben aan een papegaai. Hij gaf hem aan een oud vrouwtje die het dier goed zou verzorgen. Korte tijd later hoorde ik dat Goedoe gestorven was.

Ik houd van dieren. Begrijp me niet verkeerd. Maar ik zie ze graag in hun natuurlijke omgeving.