Tochtje 2 door de Biesbosch

Twee jaar geleden maakten wij een tochtje met gids in een kleine fluisterboot door de Biesbosch. De gids vertelde ons toen dat wij, om bevers te zien, vroeger moesten opstaan en het tochtje moesten maken bij zonsopgang. Ahmad had dat goed onthouden en vroeg me laatst wanneer we dit gingen doen. Daarop kwam ik direct in actie en boekte eergisteren een ‘vroegop-tochtje’ bij dezelfde gids als twee jaar geleden, die ik aanvankelijk moeilijk kon terugvinden tussen alle grotere boot-arrangementen. Maar ik vond hem en ik belde hem maar direct, omdat het kort dag was om de afspraak voor vandaag te maken, nu het nog warm is. Het lukte om de afspraak te krijgen. Hij had nog tijd, want hij had alleen een afspraak voor een rondvaart om 11 uur.

Dus vandaag aten wij al om 4 uur in de ochtend een ontbijt in de tuin en om 5.15 reed ik weg, om op tijd op de afspraak van 6.15 uur te zijn.

We waren op tijd. Met de fluisterboot stroopte onze schipper de beverburchten af in de hoop van het eten terugkerende bevers te spotten. Helaas zonder succes. We zagen alleen de sporen in de klei van de bevervoetjes en een recent door een bever afgekloven boomstronk. Maar daar bleef het bij. Het rimpelloze laagwater bleef rimpelloos, op een enkel plonsje van een dartel visje na. We zagen alleen een lepelaar en wat meerkoeten, Veel eenden, futen en reigers en we hoorden de specht tikken op een stam. Het was muisstil. Geen concert van fluitende vogels, want het broedseizoen is voorbij. De schipper was ook stiller dan de vorige keer. Waarschijnlijk omdat hij niet wist wat hij ons nog kon vertellen, nu we voor de tweede keer bij hem geboekt hadden. Het was koud aan onze blote voeten en benen op de boot. Dat maakte de rit een beetje ongezellig.

We hadden koffie bij de tocht besteld, maar hadden daar eigenlijk geen trek in, zo kort na ons vroege ontbijt. We namen de koffie aan het einde van het tochtje, een simpel bakje in een plastic beker uit een thermoskan met completa. De zelfgebakken cakejes van zijn vrouw kwamen dit keer niet tevoorschijn. Niet dat we daar veel trek in hadden. Maar het kopje koffie van elk 5 euro per persoon was daarmee wel behoorlijk aan de prijzige kant. Ik vond het pijnlijk om daar wat over te zeggen. Dus zei ik alleen maar dat de koffie erg lekker was, hetgeen ook zeker zo was.

Al met al een teleurstellend uitje. 10 Minuten eerder dan ‘volgens het rooster’ werden we weer op de kade afgezet.

Dat we daarna op bezoek konden gaan bij mijn jongste dochter, die daar niet ver vandaan woont en die toevallig nu drie weken vakantie heeft, maakte veel goed. Bij thuiskomst zagen we dat we vergeten waren ons zonnescherm uit te zetten, zodat ons huis aardig was opgewarmd. Maar ja, de hitte zal niet lang meer duren en mijn ervaring is dat ik daarna altijd heimwee krijg naar die warme en lome dagen.

Bofferd

Vandaag was ik bij mijn kleindochtertje om met haar te spelen, terwijl haar ouders aan het thuiswerken waren.

Ik zat met mijn voeten in het kinderbadje, terwijl zij lief zat te spelen in het water. Toen zag ik toevallig in mijn telefoon dat op marktplaats een mooie houten schilderskist werd aangeboden. Men mocht bieden. Ik werd overboden, maar kreeg alsnog een bericht van de verkoper dat ik de kist met 19 bijna allemaal nieuwe tubes olieverf, mediums, kwasten en vernis kon ophalen voor 30 piek. Ik maakte snel het geld over en haalde on 19 uur de prachtige 50 jaar oude kist op in leidsendam.

Het was een aardige wat oudere man, die de kist wegdoet wegens verhuizing naar een kleinere woning. Hij had de kist met inhoud helemaal schoon gemaakt. En de tubes waren inderdaad vrijwel alle ongebruikt of heel weinig gebruikt.

Wat een geluk. Ik heb nu schildersmateriaal voor jaren voor een spotprijs. Elke tube is al minstens 6 euro waard, evenals de mediums en de vernis. Allemaal goed spul en een kist waarvan het deksel ook kan dienst doen als tafelezel.

Hoop dat de hitte snel gaat afnemen, zodat er weer geschilderd kan worden.

Sjans

Ik geloof het soms zelf niet, maar ik heb zowaar af en toe nog sjans op mijn leeftijd van bijna 70 jaar. Ten eerste gelukkig bij mijn eigen vent, die mij beziet door de zeer roze bril van ‘amante’.

Maar ook op straat krijg ik soms complimentjes. Zo ook vandaag. Ik reed op mijn fiets weg over de stoep om boodschappen te halen voor mijn buurvrouw. En toen zag ik ineens een man lachend en blij naar me kijken. Het was een man van een jaar of 50 met een licht getint afrikaans uiterlijk. Hij riep spontaan uit: ‘Wauw, wat ben jij mooi voor je leeftijd.’ Ik was even verbaasd, maar ook wel blij om dat te horen. Dus ik glimlachte maar zo een beetje, terwijl ik snel doorfietste..

Toen ik thuis kwam, vertelde ik het Ahmad. Hij vond het ook wel leuk om te horen. Ik zei hem dat ik het eigenlijk helemaal niet erg vind, als mannen spontaan opmerkingen maken. Hij was het daarmee eens. Zolang het netjes gezegd wordt en met respect is dat toch ook alleen maar leuk.

‘Het is wel gek,’ zei Ahmad, ‘dat vrouwen dat helemaal niet zo vaak doen, wanneer ze een man zien die ze wel knap vinden’. Ik zei, dat dit kan komen, omdat het bij een vrouw die dit zegt tegen een man misschien anders overkomt. Een man denkt dan al gauw dat die vrouw in is voor meer, dat ze misschien iets van hem wil. Daarom zal een vrouw misschien voorzichtiger zijn om zomaar een man te complimenteren op straat.

Ik zei: ‘Eigenlijk is het gek dat vrouwen boos worden als ze op straat een compliment krijgen, ook al wordt het beschaafd en netjes gezegd. Terwijl ze aan de andere kant hun best doen op te vallen, door van alles te doen aan hun uiterlijk.’Dat vindt Ahmad ook.

Ik ben blij dat ik met mijn niet verbouwde, gerimpelde face mensen kan blij maken, niet in de laatste plaats kindjes, die ook naar me lachen en hallo naar me roepen. Het is toch wel zeker dat die kleine schatjes geen bijbedoelingen hebben.

Lieve dame

Zoals ik al eerder vertelde in dit weblog, is mijn buurt de laatste jaren in snel tempo aan het veranderen. Toen ik hier kwam wonen in 1993, woonden hier nog veel oude mensen, die hier hun kinderen hadden opgevoed en hier waren blijven wonen, omdat het hier fijn wonen is in een ruim bebouwde groene omgeving. Met daarbij nog de gemakken van winkels nabij en een eindhalte van de tram, die je brengt naar het centrum en naar het Scheveningse strand. Het was hier in 1993 nog zo anders dan nu. Er liepen hier toen zelfs nog enkele dames rond in de traditionele Scheveningse klederdracht. Ook waren er veel jonge gezinnen met kinderen van dezelfde leeftijd als mijn kinderen toen. De school was op loopafstand en op het veldje voor mijn huis zag je dagelijks kinderen spelen.

Langzaamaan zijn de oudjes verdwenen uit deze buurt. Ze moesten naar een verpleeghuis of ze zijn overleden, een normale gang van zaken. De huizen werden bemand door gezinnen met kinderen, afkomstig uit diverse windstreken. Mijn buurt werd steeds kleurrijker.

Maar enkele ouderen zijn er nog, die er ook al waren toen ik hier kwam wonen. Zo ook mijn overbuurvrouw, die woont in de portiekflat tegenover mijn eengezinswoning. Zij woont daar nu al 50 jaar en heeft de buurt ook zien veranderen. Vroeger heette de woningbouwvereniging nog Patrimonium. Om een huis in deze buurt te krijgen moest men aantoonbaar christen zijn en zij als katholiek moest, alvorens hier te mogen wonen, geloofsbelijdenis doen. Dat was al niet meer zo toen ik hier kwam wonen in 1993.

Zij was de oma van een klasgenoot van één van mijn kinderen. Als mijn jongste zoon vroeger mij nadeed en zwerfvuil ging oprapen op het veldje voor haar portiekwonig, kwam zij direct op haar balkon om hem te belonen met snoepjes of wat geld en ook de andere oudjes in de portiekwoningen beloonden hem rijkelijk voor zijn diensten.

En nu is deze oma heel oud. Of eigenlijk valt het wel mee. Zij is om en nabij de 85 jaar. Dat is maar 15 jaar ouder dan ik. Maar zij heeft wel wat nare kwalen, zoals suikerziekte en anderhalf jaar geleden brak zij haar heup. Dat was in een tijd dat ik al vaker een praatje met haar maakte op straat. Ik kwam haar vaak tegen, als zij met haar buurvrouw (een nog oudere dame) op weg was naar Albert Heijn. Na dat breken van die heup was zij lange tijd in het ziekenhuis. Ze kreeg er allerlei complicaties bij. Een longontsteking en een geblokkeerde darm. Ook had ze doorlig-wonden aan haar voeten, die tot op heden niet genezen zijn. Zij loopt nog steeds moeilijk.

En ik, die toch verder niets bijzonders te doen heeft, heb er nu een gewoonte van gemaakt om voor haar de boodschappen te halen. Iedere keer als ik in haar propere woning kom, gebiedt ze me te gaan zitten. Zijzelf, altijd helemaal in het wit gekleed, en gezeten in een eveneens witte stoel met veel witte kussens, begint dan te vertellen. Hoe het met haar is en wat haar allemaal overkomt, maar de laatste tijd vooral over haar leven. En ik vind dat mateloos interessant. Het zijn stuk voor stuk boek-waardige verhalen. Wat heeft deze dame veel meegemaakt en wat is zij geestelijk nog helder. Het is heel leuk om naar deze rasechte Haagse te luisteren.

Ik doe de kleine klus van boodschappen halen voor haar met veel plezier en ik vind het echt leuk om met haar te praten. Ik wilde al langere tijd zo graag wat vrijwillig werk doen voor oudere mensen en nu is het werk op een heel toevallige wijze naar mij toe gekomen .

Ik vergeet er dan maar even bij dat ik eigenlijk zelf ook een oudje ben. Een oudje dat weliswaar vaker vermoeid is dan in haar jongere jaren, maar verder nog heel goed ter been.

Makkelijk schilderen

Deze maakte ik echt in enkele uurtjes. Vermeld moet wel worden dat alle credits moeten gaan naar de oorspronkelijke schilder of schilderes van dit schilderij. De mijne is nageschilderd en dat is veel gemakkelijker dan zelf zo een schilderij maken.

dit is mijn schilderij
dit was het voorbeeld, van internet gehaald

Cadeau voor mijn kleinste kleinkind, met dank aan de oorspronkelijke schilder(es).

Massale slachtpartij

Nee, ik deed er niet aan mee, aan het jaarlijks terugkerende slachtfeest. Alleen al het idee om het woord slacht aan feest te koppelen staat me tegen. In al die jaren dat ik nu moslim ben (43 jaar), heb ik dit ritueel nooit begrepen. Wil je iets offeren, omdat je je dankbaarheid aan de Schepper wil tonen, doe dat dan. Er zijn zoveel manieren denkbaar, maar het zinloos slachten van dieren in een land waarin al een overconsumptie van vlees bestaat, lijkt mij geen daad van liefde. Ik zag ook nooit het verband met het verhaal van Ibrahim (Abraham), wiens geloof op de proef werd gesteld. Hij slaagde voor de test, maar denken mijn broeders en zusters in het geloof werkelijk dat ze iets eerbaars doen als ze een dier laten slachten? Ik heb dat werkelijk nooit begrepen. Schreef er in dit weblog al eerder over.

Wat ik wel deed vandaag (en dat was zeker niet om bonuspunten te vergaren bij Allah) was het graf bezoeken van mijn lieve overleden zoontje Imran. Hij zou nu al 34 jaar zijn, als hij nog geleefd had. Maar hij mocht maar vijf daagjes oud worden, dit kleine mannetje met zijn wijze gezichtje en zijn aandachtige oogopslag. Ik moest die 5 dagen alsmaar naar hem blijven kijken, zo geboeid was ik door hem. Gelukkig maar, want daarom ben ik zijn gezichtje nooit vergeten, hoewel ik geen foto van hem heb.

Het was de zoveelste keer alweer, dat ik naar Utrecht reed, naar zijn islamitische grafje. Vandaag ontroerde het me meer dan ooit, dat hele veld met kindergrafjes te zien. Zoveel kindertjes liggen daar begraven en ook wat volwassenen. Sommige met fotootjes die de overledene, nog in leven, lieten zien. Het brak mijn hart. Kon mijn tranen van ontroering niet bedwingen. Het leven is zo kort en voor al die kleine engeltjes was het nog korter. ‘Inna l’Illahi wa inna l’Illahi rajiun’, wij komen van Allah en naar Allah zullen we terugkeren. Laten we ons best doen voor elkaar. We zijn hier maar eventjes……

Imran 4 mei 1986 tot 8 mei 1986
Een zee van grafjes rondom….

Goede Hagenezen

Ahmad en ik hebben besloten er even op uit te gaan met de fiets. Even op en neer naar die molen in Monster, waar je een ijsje kan kopen en dan dat ijsje rustig op kan likken op een bankje met je rug tegen die molen.

Voor vertrek pompt Ahmad nog even mijn achterband op, die eigenlijk al een tijd wat poreus is en heel langzaam leeg loopt, zodat hij ongeveer elke twee weken wat lucht nodig heeft.

Onderweg merk ik dat mijn band steeds leger wordt en op de Monsterse Weg voel ik dat ik bijna op de velg rijd van mijn achterband. ‘Ahmad, mijn band is leeg’, roep ik. Ik stap af en Ahmad ook en dan stopt er een bus naast me. De chauffeur roept: ‘Waar moet je heen?’ ‘Naar Monster,’ zeg ik. ‘Of eigenlijk naar die molen daar.’ ‘Stap maar in,’ zegt hij. ‘Met fiets en al?’ vraag ik onnozel. ‘Ja. wat dacht je dan.’ ‘En mijn man, mag die ook mee?’ ‘Nou, hij kan fietsen en dan zien jullie elkaar daar.’ Ja, dat is natuurlijk logisch. Ik stap in, achterin de bus. Een aardig meisje met een ‘Afrikaanse look’ helpt me mijn fiets naar binnen te slepen. Ik rijd mee, in de bus, staande naast mijn fiets, zonder mondkapje en zonder wat te betalen.

‘Er is daar ook een fietsenwinkel,’ roept de chauffeur. Hij zet me daar af en ik constateer tot mijn blijdschap dat de fietsenwinkel vlakbij de molen en de ijssalon is. Ik vraag aan de jongens in de fietsenwerkplaats of ik mijn band mag oppompen. ‘Breng maar hier’, zegt een behulpzame jongen. Hij blaast lucht in mijn achterband. ‘Je achterband is heel slecht. Ik kan niet garanderen dat hij vol zal blijven’, zegt hij. ‘Zo niet, dan kom ik terug,’ zeg ik. Als ik bij de molen kom, zie ik Ahmad al zitten. Wat heeft hij hard gefietst! We eten ons ijsje en kijken daarna naar mijn band. Die is alweer zacht. We lopen naar de fietswerkplaats. ‘Kunnen jullie nu een andere band op mijn fiets zetten? Want ik moet helemaal naar Den Haag’ vraag ik. ‘Nee,’ zegt één van de reparateurs. ‘Maar je kan wel een leenfiets meekrijgen en je fiets is morgen gerepareerd.’ ‘Dat is fantastisch!’ roep ik. Hij noteert mijn naam, adres en telefoonnummer en neemt mijn fiets in. Ik krijg van hem een mooie gazelle fiets mee.

Ahmad en ik rijden blij naar huis, door de bossen. We voelen ons gezegend. Wat een geluk en wat aardig kunnen mensen soms zijn.

Ik houd van Den Haag, mooie stad achter de duinen……

Ahmads ‘taller’

In Spanje is Ahmad vrijwel dagelijks bezig met zijn glasbewerking (tiffany). Hier kon hij die hobby nog niet uitoefenen, omdat hij hier het gereedschap ervoor niet had. Daarom hield hij zich hier bezig met pyrografie, het brandschilderen van hout.

Laatst was hij jarig en ik wist echt niet meer waarmee ik hem blij kon maken. Wij, oude mensen, hebben vaak alles al wat ons hartje begeert en in ons geval is dat niet echt veel. Maar ik wist dat ik hem een groot plezier zou doen als hij hier ook een atelier kon hebben voor glasbewerking. Ik wilde hem daarin graag faciliteren als verjaardagscadeau. ‘Maar misschien leef ik helemaal niet meer zo lang’, was zijn bezwaar. ‘En dan staan die spullen hier maar.’ Tja, als je zo denkt, dan zou je nooit meer iets aanschaffen op je oude dag. Ik kan me voorstellen dat je daaraan wel denkt als het gaat om het aanschaffen van bijvoorbeeld huisdieren, die jou kunnen overleven. Daarmee wil je je nabestaanden niet opzadelen,

Maar spullen……waarvan je zoveel geniet….nee, daarover denk ik echt anders. De één maakt een reis van duizenden euro’s en de ander schaft spullen aan voor een hobby, die hem dag in dag uit aangename uren verschaft. Hij heeft zich laten overhalen en is nu dolblij met zijn ‘taller de cristales’.

Zijn eerste werkstukje vanuit zijn mooie werkplaats is nu af. Een raamdecoratie.

En hij is alweer bezig met het ontwerp van een lampekap. Intussen kan ik lekker verder schilderen. En zo blijven deze oudjes lekker bezig, als we geen andere dingen te doen hebben.