Observaciónes

Vandaag weer lekker naar het strand geweest. Geen schokkende beelden dit keer.

Wel een paar zaken voor de modepolitie, zoals een oude man in een speedo en een oudere man met een bedrukt t-shirt, waarop levensgroot een beeltenis van het sadistje Marlon Brando met daaronder geschreven ‘el padrino’. Twee zaken die in Nederland niet meer mogen, evenals harembroeken en leggings, zoals ik me heb laten vertellen via de nieuwsrubriek van msn. Maar mild als ik ben zie ik dat door de vingers. De man met het padrino t shirt gedraagt zich niet als een machomannetje. Integendeel. Hij loopt met twee stoelen en een parasol te sjouwen en klapte de stoel van zijn vrouw bovendien nog voor haar uit. Goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. De man met de speedo heeft nog aardig wat om te showen en dat is ook niet erg voor het oog.

Schuin voor ons zitten een paar oudere echtparen, elk onder hun eigen parasol. ‘Qué pasa,’ hoor ik een man naar de mensen onder de parasol naast hem roepen. ‘Aqui estamos sentado como Díos nos manda’, antwoordt de ander. Dat vind ik wel lollig. (‘hier zitten we dan, zoals God ons dat opdraagt’) ‘Wat een snedig antwoord,’ zeg ik tegen Ahmad. Het blijkt een heel gewone uitdrukking te zijn hier. Een grap die dus te pas en te onpas gebruikt kan worden. Zoals de uitdrukking ‘huevos de plomo’ (loden ballen) voor een man die erg traag is. Of ‘un lió de Monte Pio’ wat betekent dat het een enorme rotzooi/ wanorde is. Als je dat meerder keren hoort is het natuurlijk al minder grappig.

Een echte story om te vertellen zie ik pas in de Little, waar we boodschappen doen op de terugweg. We staan in de rij bij kassa 1 te wachten en het schiet niet op. De zaak stagneert, omdat een vrouw moeilijk doet over de prijs van een fles met een alcoholische drank. De kassamedewerkster heeft een prijs aangeslagen die volgens haar onjuist is en dat weet zij zeker. Het meisje legt in rap Spaans uit dat dit toch echt de prijs is die wordt aangegeven als zij de fles langs de streepjescode scant. De vrouw verstaat het meisje niet, want ze spreekt geen Spaans. De man achter haar vertaalt voor haar in het Engels wat het meisje net heeft gezegd. Maar de vrouw houdt voet bij stuk. ‘It is 4,99,’ zegt ze tegen de man achter haar. ‘I am sure. I have seen it.’ Ze blijven heen en weer praten over de prijs, terwijl de rij mensen moet wachten. Naast ons bij kassa 2 wordt de één na de ander wel geholpen.

‘Wat wil die vrouw?’ vraagt Ahmad die normaal heel geduldig is, tot hij ergens op moet wachten. Hij vraagt het eerst aan mij en dan aan de man achter hem, die het ook niet weet.

‘Then I do not want this,’ zegt de vrouw uiteindelijk en met een gebaar of het een eng beest is geeft zij de fles terug aan het meisje achter de kassa, die nu aan een collega een sleutel moet vragen van de geldla om de vrouw haar geld terug te geven. De man van de vrouw staat er wat bedremmeld bij te kijken en zegt geen woord. Alle ogen zijn gericht op deze vrouw nu.

Ahmad en ik zijn inmiddels naar kassa 2 verhuisd. De man achter ons ook. Hij staat nu voor ons, biedt aan om ons voor te laten gaan. Maar dat hoeft niet. We hebben de tijd, net als hij. ‘De vrouw is nu weg en rij 1 gaat nu ook weer lekker,’ zeg ik tegen Ahmad. ‘Ze staat nu bij kassa 3,’ zegt mijn opmerkzame Ahmad. En ja hoor, daar staat ze weer met eenzelfde fles drank in haar handen als zij net heeft teruggegeven aan het meisje van kassa 1. Verdraaid ja, zeg. Ze loopt nu zelfs met deze fles opnieuw naar kassa 1, waar de rij inmiddels helemaal weggewerkt is. Maar het meisje van kassa 1 stuurt haar weg met een handgebaar. ‘Nee, niet nog een keer.’ Ze lacht er een beetje bij en ik zie andere mensen ook besmuikt lachen. De vrouw gaat weer naar kassa 3 en zegt iets tegen haar man, die buiten de kassa’s in het gangpad op haar staat te wachten. Ze praat Nederlands. ‘Verrek, ze is Nederlands,’ zeg ik tegen Ahmad. ‘Met de ons bekende kruideniersmentaliteit.’ Wij hebben afgerekend en ik zie de man van de vrouw met een verslagen blik nog steeds wachten. De man achter kassa 3 heeft de prijs van de fles aangeslagen en het klopt weer niet volgens de vrouw. Ze kijkt er wat triomfantelijk bij. Ze wenkt de kassier om met haar mee te lopen naar de plek waar zij de fles vandaan heeft. Hij doet het nog ook. (Er zijn inmiddels niet meer zo veel mensen in de winkel). Wij brengen onze spullen naar de auto. Als we wegrijden zie ik nog steeds haar man op dezelfde plek staan wachten achter de glazen ruit.

Verder gaan mijn observaties niet, maar natuurlijk kan je hier nog een heel verhaal aan breien. Bijvoorbeeld. Hoe is de sfeer, als dit koppel straks huiswaarts rijdt in hun auto met Spaans kenteken naar hun Spaanse optrekje. Houdt die man zijn mond of begint hij tegen haar uit te varen. ‘Meid, wat heb jij ons voor schut gezet voor al die Spanjaarden.’ Of houdt hij zijn mond in een ijzig zwijgen. En heeft zij de fles nog meegenomen en tegen welke prijs? En hoe zal het smaken, als ze eindelijk aan hun drankje zitten onder de bomen van hun buitenverblijf?

Nog meer gluren

Op het strand:

Ik heb helaas mijn e-book uit. Dacht dat ik nog 50 bladzijden te lezen had, maar die blijken alleen vol te staan met verwijzingen naar bronnen, waaruit de biografie die ik las is samengesteld. Jammer.

Ik zie voor me een jonge vrouw onder een parasol zitten. Ze is volledig gekleed, met een lange broek en een bloes met lange mouwen, draagt sportschoenen. Ik weet niet waarom zij niet gedeeltelijk ontkleed is zoals de anderen. Zeker is dat zij niet in de zon wil zitten. Naast haar ligt een handdoek uitgespreid, waarop niemand ligt. Dat blijft de hele tijd zo. Op de handdoek ligt een ‘el pais’, die zij  verveeld oppakt en begint te lezen. Ik bedenk me wat allemaal de reden ervan zou kunnen zijn dat deze vrouw het zonlicht schuwt, maar wel op het strand zit. Het is duidelijk dat zij met een ander hier gekomen is die kennelijk wel van zon en de zee houdt. Die is er nu even niet. Misschien heeft zij een huid die geen zonlicht verdraagt. Het blijft gissen.

Ik let een tijd op andere dingen. Zie veel kinderen spelen met water en zand, zie een groep mensen gezellig bij elkaar zitten en eten onder enkele parasols.

Dan zie ik een man uit het water komen. Hij pakt de handdoek op die naast de volledig geklede vrouw ligt en loopt daarmee weg, het strand af, zonder met haar een woord te wisselen. Ik zie haar nu haastig de parasol inklappen. Ze wil hem in de hoes stoppen en dat lukt niet direct. De man is al lang vertrokken en kijkt niet op of om. Dan klapt ze haar stoel dicht en loopt weg, met tas, stoel en parasol. ‘Ze kijkt niet blij’, merkt Ahmad op, die ik net heb aangestoten toen ik de man zonder een ‘boe’ of ‘bah’ zag weglopen van de vrouw (‘Moet je kijken wat een hork’).

Wat maken mensen elkaar het leven soms toch zuur. Als de vrouw maar niet vol zit met blauwe plekken onder haar kleren. Soms neemt mijn fantasie een loopje met me.

Gluren

dsc00946Terecht noemde één van de weinige lezertjes van dit weblog mij laatst een gluurder. Ik ben dat inderdaad. En al vanaf mijn kindertijd. Ik heb het van jongs af aan heerlijk gevonden naar mensen te kijken. Wanneer ik als kind in een restaurant zat (kwam niet zo vaak voor, hoor), dan zat ik omgekeerd in mijn stoel, ongegeneerd mensen om me heen te bestuderen. Zodat mijn moeder mij moest aanmanen mijn eten niet te vergeten.Ik was gefascineerd door het gedrag van mensen, vooral het non-verbale, waarvan zij zichzelf misschien niet bewust waren. Het kwam niet altijd overeen met woorden die uit hun mond kwamen. Dat zag ik ook. Ik vond het leuk om alvast te voorspellen wat mensen zouden gaan doen over enkele minuten. Soms kon je dat al zien aan hun gedrag. Mij vielen veel dingen op. Bij mensen, maar het konden ook patroontjes in het kleed zijn of in de wolken. Alles had mijn aandacht.

Dat observeren van alles om mij heen is een tijd weg geweest, toen ik me pijnlijk bewust werd van mijzelf en alles wat er van mij verwacht werd of wat ik me daarover inbeeldde. Nu ik wat ouder word en minder om handen heb, merk ik dat die kinderlijke nieuwsgierigheid naar het menselijk gedrag eigenlijk nooit weg geweest is. Daarom lees ik boeken en daarom kijk ik om me heen. Ik heb nu alle tijd.

Zo ook gisteren.

We zitten op het strand. Het is heerlijk weer, windstil met een kalme zee. Ietwat nevelig. Om mij heen volwassenen en kinderen, onder parasols en in het water. De sfeer is relaxed. Mijn antenne richt zich op een jonge meid, een eindje verderop. Zij zit in een stoel, naast haar een vrouw en daarnaast een man, waarschijnlijk haar pa en ma. Ik zie haar ‘en profil’. Ze is niet lelijk, maar iets bevalt me niet. Haar uitdrukking is ontevreden en arrogant. Dat zie ik van opzij en uit de verte, ondanks de beginnende staar in mijn beide ogen en de zonnebril die zij draagt. Ik doe verder niks met die waarneming. Onder de zon zijn alle soorten schepselen……Ik lees verder in mijn e-reader.

Een uurtje later. De stoel van de man (vader?) is leeg, maar er is nog een meisje in beeld. Zij hoort kennelijk ook tot het gezelschap, maar ik zag haar eerder niet, waarschijnlijk omdat zij in de zee was. Het is een meisje van een jaar of 11. Ze is een beetje getint en heeft een krullende paardenstaart. Zou een halfbloedje kunnen zijn. Ze staat voor de lege stoel met een leeg hulsje van een waterijsje. Ineens staat de ‘arrogante’ meid op uit de linkerstoel en trekt het andere meisje ruw aan haar kuif, zodat ze er een bos haren uit de staart los komt. Daarbij zegt haar lelijke mond ook iets lelijks, dat ik vanaf mijn stoel niet kan verstaan. Vervolgens beent ze weg naar de zee. De moeder blijft rustig zitten, maar doet wel even de haren van het jongere meisje. Ze maakt de staart los en doet het elastiek er opnieuw in, zodat haar kapsel weer gefatsoeneerd is. Het meisje gaat rustig zitten in de nu nog lege rechterstoel. Ik zie geen enkele nerveuze of boze reactie bij haar. Ze huilt niet en haar houding is ontspannen.

Het andere meisje (de kwaaie) komt terug en gaat weer zitten. Haar rug straalt nog steeds agressie uit. Haar moeder begint haar de les te lezen, waarop zij verontwaardigd reageert en vervolgens leest moeder ook het andere meisje de les, die dat rustig aanhoort. Dan begint de boze meid weer. Ze staat op, trekt demonstratief wat kleding aan en klapt haar stoel dicht. Ik versta niet wat ze zegt, maar ze is het duidelijk zat en dreigt weg te gaan. Dat doet ze echter niet. Ze blijft bakkeleien met de moeder en staat dreigend met haar stoel schuin boven de vrouw, wijzend met een priemend vingertje. Ik zie dat moeders rustig blijft zitten. Haar houding verraadt geen enkele angst voor deze dreiging, haar benen relaxed over elkaar heen gelagen. Het jongere meisje is opgestaan en staat nu naast de vrouw. Alsof zij de vrouw wil verdedigen, mocht dat nodig zijn.

De boze meid klapt haar stoel weer uit en gaat zitten, maar nog steeds boos en discussiërend met moeder. Het jongere meisje zit nu achter hun stoelen in het zand. Haar houding drukt uit dat ze wil ‘dat het goed komt’. Ze schept wat met haar handen in het zand. Na een poosje gaat ze zwemmen en de rust lijkt weergekeerd.

Even later zie ik een dikke man bij hun staan. Dat is vader, die is teruggekeerd, kennelijk van een wandeling. Hij wijst naar verderop op het strand. Nu is het tijd om te vertrekken. Maar het kleinere meisje gaat snel nog even in zee met haar surfplank. Dat wekt enige irritatie op bij moeder, die haar terugroept (‘we zouden toch weggaan’).

Het gezelschap sjokt van het strand af, de boze meid voorop. Wij stappen toevallig ook op. Boven wassen ze hun voeten bij de openbare douche. Het jonge meisje neemt er haar gemak van en doucht zichzelf en haar surfplank helemaal, terwijl de anderen op de boulevard op haar wachten.

Als Ahmad en ik wegrijden, zie ik ze langs de weg lopen, de boze voorop en het argeloze jonge meisje achterop. Ik blijft met de vraag zitten hoe de familiebanden liggen. De meisjes lijken niet op elkaar en verschillen ook nog sterk in leeftijd. Het jonge meisje lijkt op geen van de ouders. Haar enige zonde is, zo stel ik me voor, dat zij een stuk mooier is dan de anderen en dat ze behoorlijk treuzelt. Het boze meisje lijkt vol te zitten met frustratie, joost mag weten waarvandaan. Jammer als op die manier een vakantie verpest wordt. Een vakantie is in de regel maar zo kort…..

Marianne Thieme

Marianne Thieme

Helaas heb ik geen centjes voor een abonnement op de krant, maar gratis kun je hap snap wel wat mee krijgen van wat er staat in de landelijke ochtendbladen. De Volkskrant stuurt me gratis artikelen (helaas natuurlijk net niet de voor mij meest interessante, zoals opinies en colums). Maar toch wel heel leuk, die gratis info.

Op dit moment zijn de politieke beschouwingen aan de gang (of alweer geweest?) Die zou ik best kunnen volgen vanaf mijn geografische locatie, maar daarvoor ontbreekt me niet de tijd maar wel het geduld. Ik pik er stukjes uit, die ik te lezen krijg via de mails van de Volkskrant en vandaag kwam ik bij een stukje van Marianne Thieme. Er zat ook een videofragment bij, dat ik afluisterde.

Ik heb nooit zoveel gezien in haar partij, omdat de naam ‘partij voor de dieren’ je het idee kan geven dat het hier gaat om mensen die alléén maar kijken naar de belangen van dieren (hoe belangrijk overigens ook). Heb me er nooit voldoende in verdiept, omdat ik dacht: ‘Ach zo een kleine partij, een stem daarop is bijna stemverlies te noemen’. Misschien is de benaming van de partij dan ook niet gunstig gekozen, want deze partij beoogt veel meer dan alleen maar opkomen voor de belangen van dieren.

Ik werd enorm verrast door het verhaal van Marianne. Jammer dat zij in de vuur van haar betoog soms woorden inslikt en niet helemaal uitspreekt, maar zij was voldoende te verstaan en ik gooi het er maar op dat dit kwam omdat zij zoveel mogelijk wilde zeggen in de haar gegeven tijd. Er kwam een bevlogen verhaal en voor het eerst hoor ik iemand die heel duidelijk stelt dat zij consumeren in een steeds wanstaltiger vorm wil vervangen door consuminderen. Zij wil de hele economie omgooien en stelt het concept van een steeds grotere productie en consumptie (waarop nu de totale wereldeconomie gebaseerd is) ter discussie. Pleit voor een basisinkomen, voor vegetarisch produceren en consumeren en nog veel meer goede dingen.

Ik kon me wel vinden in haar verhaal. En elke stem telt.:-)

Nieuwe buren

Vandaag is het mooi strandweer, maar we blijven thuis. Ahmad heeft een verrekijker besteld via internet en die zal vandaag bezorgd worden. Hier kan je in de regel een pakket wel traceren, maar verdere info dan de dag van bezorging is niet te krijgen. Het pakket komt vandaag, maar hoe laat blijft de vraag.

Dus Ahmad is maar weer een deur gaan schilderen. De voordeur van het piso naast ons, dat ook tot onze comunidad behoort. Als ik naar beneden kijk om hem van bovenaf te zien schilderen, zie ik  een aftandse grote bestelbus aan komen rijden. Nieuwe buren! De benedenburen van de begane grond zijn verhuisd en het benedenhuis stond enige tijd leeg, zoals ik al eerder vertelde. De huurders konden niet leven met het lawaai dat onze benedenbuurman van één hoog regelmatig laat horen, als hij tegen zijn demente moeder te keer gaat.

In de grote bus zitten een aantal flinke kerels, die kennelijk de verhuizing verzorgen. Zij willen de enorme bus de garage inrijden, maar krijgen de deur niet open met de afstandsbediening. Haastig komt onze buurman (de vroegere gardia civil) aansnellen. Wat zijn de heren van plan? Zomaar de garage binnen rijden? Dat hadden ze van tevoren even aan hem moeten melden, want hij is ‘el presidente’ (van de comunidad). De bus zal trouwens met geen mogelijkheid in de garage passen, zie ik van boven af. Het enorme joekel zal nooit de bocht kunnen maken, direct na het inrijden van de ingang. Ik krijg al de creeps als ik eraan denk.

‘O.k.,’ zeggen de jongens en ze laten de bus aan de weg staan en beginnen uit te laden. Direct bij het openen van de schuifdeur vallen er een aantal tassen uit de bus met losse spullen die op straat rollen. Het wekt mijn vertedering op. Ik zie dat de spullen uiterst eenvoudig zijn. Wat stoelen met stalen poten. Een ouderwetse butagaskachel, die de man ook nog laat vallen met tank en al. Een lekkere rommelfamilie komt hier wonen, stel ik me zo voor. Ze hebben ook een parasol.

dsc00943Die zullen ze niet nodig hebben, want op hun patio komt vrijwel geen zon. Dat is de ellende met die ‘ojos de patio’ hier. Het zijn stukjes open lucht die rondom ommuurd zijn van twee hoog naar beneden. De muren rondom verhinderen dat veel zonlicht een kans krijgt

Bidsprinkhaan

Veel bijzonders gebeurt hier niet en eigenlijk is dat gunstig. Geen nieuws, goed nieuws. Blij dat het leven zijn gangetje gaat.

We gaan naar het strand, als ik Ahmad zo ver kan krijgen. Dat lukt steeds gemakkelijker. Maar er is een andere liefhebberij die aan hem trekt. Het bezig zijn met glas in lood bewerking. Hij heeft nu een apparaat gekocht, zodat hij dat hier thuis kan doen en de ochtenden zijn voor hem de uitgelezen tijd om ermee bezig te zijn. Dan is er nog schaduw op ons terrasje. Hij heeft er een enorm plezier in. Intussen probeer ik me dan ook maar met iets onledig te houden. Bijvoorbeeld door hem te filmen, terwijl hij bezig is met de minuscuul kleine stukjes glas. Wat een geduld! Hij liever dan ik.

Alle kleine gebeurtenisjes in ons leven hier zijn voor mij het optekenen waard. Vandaag zag ik onderweg naar huis na de yogales en voor mij interessant beestje. Een bidsprinkhaan. Hij bevond zich niet in de omgeving waar je hem zou verwachten, tussen bloemen of struiken op jacht naar insecten als hommels, spinnen, bijen en wespen. Hij zat achter een raam tegen een rolluik en hij liet zich door mij makkelijk bewonderen. Ik denk dat het een zij was, want het was een flink exemplaar.

Eenmaal thuis lees ik de wetenswaardigheden over deze carnivoor met haar/zijn vroom aandoende naam. de Europese bidsprinkhaan

De volgende passage uit de beschrijving vond ik vooral gruwelijk: ‘Bij de voortplanting, die uren kan duren, moet het mannetje oppassen om niet opgegeten te worden. Dit bekende verschijnsel bij bidsprinkhanen staat bekend als wreed maar is eerder een vorm van broedzorg. Het vrouwtje zwelt enorm op als de eieren zich ontwikkelen en heeft vele voedingsstoffen nodig. Een flink mannetje is dan ook een welkome aanvulling en bovendien zit de taak van het mannetje na de paring erop en sterft hij meestal korte tijd later.’  

Hoe praktisch is de natuur. 😉

Het diertje komt vooral voor in het Mediterrane gebied. Kan groen of bruin zijn. Is nu bruin, omdat het diertje zich aanpast aan zijn omgeving, die nu ook nogal dor en bruin is. Tegen het beige rolluik kwam zij heel goed uit.

Lullaby

Gisteren zette ik de radio aan tijdens het koken (d.w.z. mijn telefoon, hoe heerlijk is dat, dat je in Spanje op die manier gewoon glashelder Radio 1 kan beluisteren!). Ik kwam middenin de troonrede terecht. Ik hoorde een man praten met een aangename stem. Als ik niet wist hoe hij eruit zag had ik me er een knappe vent bij kunnen voorstellen. Hij had niet het zalvende kakkersaccent van zijn moeder. Nee, hij sprak de woorden uit in mooi, helder Nederlands. Zelfs een Gooise airrrrrr was nergens te bekennen. Het warme stemgeluid liet me bijna wegdromen als bij het horen van een lullaby. Zoals bijvoorbeeld het liedje ♪♪ summertime ♪♪ when the living is easy……..your daddy is rich and your mama is goodlooking, so hush little baby…….♪♪♪ 

Aan een song als deze moest ik denken bij het luisteren naar dit o zo positieve verhaal. ‘Vadertje regering heeft goed voor ons gezorgd en gaat dit heerlijk verder doen. Tralalalalalala. Vreemde snuiters zijn welkom, mits zij onze waarden onderschrijven……’

Daarna reacties van politici op de troonrede. Echt leuk om te horen. Het meest direct en to the point in zijn kritiek vond ik toch ons blondje Wilders: ‘Het leek wel een sprookje.’ Maar hoe hij geld bij elkaar wil gaan sprokkelen voor de minder bedeelden hier door het weg te kapen bij arme sloebers buiten de grenzen en vluchtenden binnen onze grenzen, dat klopte natuurlijk weer niet. Waarom het geld niet weghalen bij de hoogste inkomens in ons land. Die sterke schouders kunnen die lasten het best dragen, vind ik. Anders verdwijnt het kapitaal toch maar in verveelde neuzen.

Leuk om al die politici even te horen reageren. verkiezingen zijn weer in aantocht en eerlijk is eerlijk, zo slecht gaat het allemaal niet hier. We are so lucky.

Net echt

Soms kijk ik hier naar tv. Ik kan niet alle programma’s kijken, maar in ‘uitzending gemist’ zijn bepaalde programma’s vanaf mijn geografische locatie wel te bezichtigen. Zo keek ik laatst naar ‘Sophie in de kreukels’, de ‘mannenversie’. Eerder was reeds de serie te zien over vrouwen die er van alles aan doen om er beter, mooier en vooral jonger uit te zien. Niet altijd met een oogverblindend mooi resultaat, maar dat mag hem de pret niet drukken.

Dit keer gaat het over mannen die allerlei kunstgrepen toepassen om er beter uit te zien. Ik wist al dat mannen net zo ijdel kunnen zijn als vrouwen en evengoed veel aandacht besteden aan hun haar, huid, beharing, kleding, lichaamsbouw, etc. Maar dat mannen ook nu massaal botox spuiten om bijvoorbeeld geen frons meer te hebben in hun gezichten, een bredere kaak te krijgen, enz. Dat wist ik niet.

Ook wist ik niet dat het voor het verkrijgen van een leuke baan of voor het succesvol zaken doen tegenwoordig erg belangrijk is om er goed uit te zien. Misschien is dat nu zelfs belangrijker geworden dan het hebben van kwaliteiten en vaardigheden. Dat choqueert me wel. Is het nu al zo ver gekomen? Dat de grootste nitwit een goede plek kan bemachtigen, alleen omdat hij zo een stralende glimlach heeft en zo een heerlijk jongensachtig uiterlijk. Vroeger had je dikke pech als je er niet goed uitzag. Je moest daar gewoon maar mee leven, maar bij gebleken kwaliteiten had je wel kans op een goede baan. Nu hoef je alleen maar een pak geld te hebben en het juiste adres te weten van de implantoloog, botoxspecialist of plastisch chirurg en kassa! Het succes wacht op jou. Als het er allemaal van buiten maar goed uit ziet.

Nu ik er meer op let…. Het is inderdaad zo dat in Nederland, met name in de grote steden, mensen er alles aan lijken te doen om er tiptop uit te zien. Ook qua kleding. Hier, in het dorp waar ik nu zit, is dat veel minder het geval. Vrouwen lopen gerust in lelijke katoenen flodderbroeken. Ook leggings, in Nederland alleen nog toegestaan bij het beoefenen van sport, bepalen hier het straatbeeld. Bijna wil ik de met elkaar keuvelende moeders in de ochtend, die net hun kinderen hebben afgezet op school, toeroepen: ‘Halt! Modepolitie! Trek onmiddellijk die legging uit en doe wat anders aan! Dit kan echt niet!’ ‘En hoezo ga je nu niet regelrecht naar de sportschool om je zwangerschapsbuik eraf te trainen? Wat sta je daar nou te kletsen?’ Maar ik doe het niet. Deze mensen zijn gewoon nog ‘pura natura’, evenals hun mannen, die schaamteloos een inkijk geven in hun bil-decolleté met hun afgezakte broek en daaroverheen hangende ‘cerveza-buik’. Hier kijken ze elkaar niet in de ongesaneerde bek. Mijn omhelst elkaar hartelijk vanwege het innerlijk en niet vanwege het rimpelloze, succesvolle uiterlijk.

Kom daar nog maar eens om in Nederland.

Helemaal kloppen doet het niet, wat ik hier zeg. Ook in Spanje wemelt het van de klinieken, waar je van alles aan je lichaam kunt laten veranderen. Ikzelf heb in Benalmadena overtollig vel boven mijn oogleden laten verwijderen. Ik lag toen op een rij te wachten op de operatie (bibberend van angst voor wat komen ging). Ik bevond me niet tussen andere oudere dames, maar tussen overwegend jonge meiden. Heel jonge meiden, die joost mag weten wat gingen laten veranderen aan hun nog vrijwel perfecte lichaam.

Op het strand in Torremolinos en Benalmadena zien Ahmad en ik diverse vrouwen met borsten, die onnatuurlijk stevig omhoog staan in ligstand. Een groot percentage van de vrouwen heeft borsten die een beetje van hun zelf zijn en een beetje van Silicon. Lippen en wenkbrouwen, wat is er nog echt? Het schoonheidsideaalvirus, waar mensen gemodelleerd worden naar een inwisselbaar voorbeeld, verspreidt zich razendsnel over onze hele aardbol. Mannen en vrouwen streven naar een ‘topvorm’.

En ik? Ik heb mijn oogleden terug, waarmee ik heel blij ben. Lijk niet langer op een vermoeide bloedhond. En in plaats van protheses laat ik implantaten zetten in  mijn mond, in de kleur van mijn eigen tanden, overal waar tanden of kiezen wegvallen. Ik eet matig om mijn figuur te behouden en ik doe wat oefeningen om in vorm te blijven. En ik verf elke twee weken mijn haar met henna. Maar een gerimpelde kop ga ik niet uit de weg. Die staat er nu eenmaal op en past goed bij de rest van mijn vel, dat ook overal begint te rimpelen 😉

Tristesse

Hebben jullie dat ook wel eens? Dat je je triestig voelt van de ochtend tot de avond, zonder echt te weten wat de oorzaak ervan is? Ik had dat gisteren. Het liefst zou ik in een stille hoek gaan zitten en even lekker huilen, maar ik deed dat niet. Ik wist tegelijkertijd namelijk hoe bespottelijk dat zou zijn. Er was geen enkele reden om te huilen. Integendeel. Ik heb het goed ‘als een luis op een zeer hoofd’, zoals mijn stiefvader dat plastisch placht uit te drukken.

Het is verleidelijk om bij zo een acute aanval van peilloze somberheid te gaan zoeken naar oorzaken. Je kunt er zat bedenken. Heimwee naar iets dat je niet (meer) hebt bijvoorbeeld. Dat kan je altijd aanvoeren. Of zorgen om God weet wat. Bijvoorbeeld mijn kinderen. Maar die gasten zijn volwassen en zelf ouders van kinderen. Geef ze de ruimte! Mogen ze zelf bedenken wat ze doen en daarbij misschien fouten maken? Mogen ze onderling ruzie maken, om daarvan te leren? Mogen ze mij in het ongewisse laten omtrent hoe het met hen gaat zonder dat bij mij direct alarmbellen gaan rinkelen? Laat los, mens. leef je eigen leven en laat je nu volwassen kinders met rust!

Wat is er dan aan het handje? Sijpelt er iets van de depressie van mijn benedenbuurvrouw, die we dagelijks horen huilen, of de jong volwassen depressieve zoon van de buren naast ons door de muren van ons optrekje heen? Heb ik soms zuignappen, die hun ellende absorberen en me me het gevoel geven of ik hun last draag? Onzin!

Of verveel ik me misschien gewoon kapot? Het valt niet mee om niks anders om handen te hebben dan je eigen natje en droogje op tijd binnen te krijgen en het huis een beetje op orde te houden. Geen zorg voor anderen meer, maar moet dat dan? Er zijn mensen die volkomen gelukkig leven op een bergtop in hun eentje zonder de bevestiging van wie ook. Wat is belangrijk en wat niet? Wat maken we onszelf allemaal wijs over wat allemaal moet in dit leven? Ik kom er niet uit.

Wat ook niet echt helpt is dat ik al een paar dagen last heb van buikpijn, een lichte maar gestage niet aflatende pijn in de onderbuik. Daar word ik niet vrolijk van. Ik ga op de bank liggen en val in slaap. Na een kwartiertje word ik wakker, met nog steeds buikpijn maar wel een lichter gemoed. Het leven lijkt ineens niet meer zo zwaar, zinloos, triest of hoe je het maar negatief wil omschrijven. Mijn zoon belt me en ik word gerustgesteld dat het goed met hen gaat, wat ook heel erg helpt. Kennelijk heb ik me toch druk zitten maken om niks, zoals wel vaker.

Vandaag sta ik al beter op. Ik bespreek mijn triestigheid van gisteren met Ahmad en dat helpt. Hij heeft vannacht gedroomd dat ik dood was. Als ik dat hoor ervaar ik dat idee bijna als een opluchting, het idee dat ik er ‘tussenuit zou knijpen’. Maar Ahmad zou het wel erg vinden. Hij voelde zich rot in zijn droom.

Ik heb nog steeds buikpijn vandaag. Als we naar yoga gaan en Marie Carmen (de yogalerares) omhelst me langdurig, merkt zij op dat het goed met me gaat. Ik bevestig dat, maar voeg eraan toe dat ik gisteren somber was zonder te weten waarom. Kent zij dat gevoel? Ja, dat kent zij. Maar, zegt ze, het is de kunst om dan niet te denken dat ‘jij de triestheid bent’, maar dat de triestheid een gevoel is (zoals alle gevoelens) dat bij het leven hoort en dat voorbij gaat.

Dat klopt, maar wat zouden mijn buurjongen en mijn demente benedenbuurvrouw hierop zeggen? Ervaren zij dat ook zo?

Het zijn mijn zaken niet. Ik heb nog steeds buikpijn, maar neem dat gevoel maar voor wat het is. Ik laat mijn stemming er niet door verpesten. Er is best mee te leven en wie weet gaat het vanzelf over.