Hello goodbye

Weerzien is fijn, afscheid doet pijn. Dag warm nest, dag lieve kinderen. Over twee dagen vertrek ik weer naar ver weg …….

Maar dit keer ga ik met een gerust hart. Ik zie dat mijn kinderen steeds meer worden wie ze horen te zijn. Als bloemen, die tot volle bloei komen. Ze hebben veel meegemaakt, veel fasen in hun leven doorlopen. Ze zijn nog niet aan hun eindbestemming, evenmin als ikzelf. Elke dag leren wij nieuwe dingen en worden we wijzer. Met een beetje hulp van onszelf en heel veel hulp van de Almachtige.

Alhamdulillah. Ik geloof niet in wonderen, maar ik weet dat ze er zijn en zie ze gebeuren, elke dag weer. Ik dank God/ Allah/ onze Schepper met heel mijn hart.

Vegetarier

Gisteren in een vegetarisch restaurant heel lekker gegeten. Buikpijn, die ik al een hele week had, is verdwenen. Ik vind het een steeds beter idee om vegetariër te worden. We eten nu al sporadisch en weinig vlees. Om jullie ook op dit goede idee te brengen het volgende filmpje:

Familiegevoel

Ik heb dat niet zo gekend. Mijn gezin van herkomst was een kleine wooneenheid bestaande uit een moeder, een stiefvader, mijn broer en ik. Mijn ouders hielden niet van familie, hoewel mijn moeder nog een zus had, die zij sporadisch zag en een moeder, die we iets vaker zagen. De familie van mijn stiefvader was de eerste jaren van zijn komst in ons gezin nog in beeld. Hij had een oudere broer en zijn moeder leefde nog, maar na een ruzie met zijn broer waren ze officieel ‘gebrouilleerd’ en zag ik die mensen niet meer. Familiefeesten kende ik niet en bruiloften en partijen evenmin. Mijn ouders hadden wel een kleine kennissenkring, bestaande uit andere echtparen, die soms op visite kwamen voor het eten van mijn moeders beroemde rijsttafel en het drinken van een stevige borrel, maar daar namen mijn broer en ik als kinderen niet aan deel. Wij kregen vooraf ons eten en werden dan vroeg naar bed gestuurd.

Familiegevoel of een algemeen behaaglijk gevoel van ‘ergens bij horen’ kende ik niet. Ik voelde me verbonden met mijn broer, van wie ik zielsveel hield. Hij werd op zijn beurt hevig lief gehad door mijn moeder. Maar omdat ik qua uiterlijk en karakter niet op hen leek, meende ik diverse malen in mijn leven dat ik misschien een vondeling was en geen echt lid van de familie.

Het familiegevoel kreeg ik later enigszins, toen ik in mijn pubertijd met een groep jongens en meisjes optrok en wij als groep gemoedelijk dingen ondernamen als gezamenlijk naar het zwembad gaan en feestjes organiseren. Ik verwarde het hebben van veel kennissen met het behoren tot een clan van hechte vrienden.

Met het moment dat ik Eindhoven verliet om me in Utrecht te vestigen, was ik die ‘vriendengroep’ kwijt. Ik weet nu zelfs al niet meer wie al die mensen ook alweer waren.

In mijn eerste huwelijk werd ik door mijn achterdochtige echtgenoot steeds verder geïsoleerd van de mensen om mij heen, tot zelfs mijn moeder en broer toe. Het was een eenzaam bestaan met hem als waanzinnig middelpunt. Ik kreeg vijf kinderen met deze man en achteraf verdenk ik mijzelf ervan dat ik door het hebben van veel kinderen mijn eigen familie wilde creëren.

En die heb ik nu. Vier kinderen nog in leven en een aantal kleinkinderen. Ook heb ik er inmiddels schoonfamilie bij gekregen, zodat ik nu, op mijn oude dag, plotseling het gevoel heb dat ik in een grote familie heb.

Het zien van mijn kinderen, kleinkinderen en schoonfamilie maakt mij blij vanbinnen. Het is als een warm bad.

Zwemkledij

Mag dat nou of mag dat niet voor een moslim? De meningen zijn daarover duidelijk verdeeld.

Als kind was ik gek op zwemmen en duiken. Op de militaire vliegbases waar ik woonde waren de schitterende zwembaden met hun hoge duikplanken gratis. Op andere plekken waar ik woonde had ik altijd een abonnement voor het hele seizoen en vanaf april tot aan de beginnende herfst was ik vaak in het zwembad te vinden met mijn vriendinnen en vriendjes. Zelfs als het regende was het leuk in het zwembad, omdat het dan in het water warmer was dan erbuiten. We doken dingetjes op die we in het water gooiden en we maakten zweefduiken en salto’s van de hoge duikplank.

De waterpret duurde tot mijn eerste huwelijk. Toen was het gedaan met het zwemmen en ook met het dansen. De balletlessen die ik volgde vanaf jonge leeftijd moest ik ook staken. Badkleding was uit den boze en dansen werd alleen gedaan door ‘hoeren en hermafrodieten’. Ik begrijp achteraf niet hoe ik zo een zultje kon zijn door mee te gaan in deze kortzichtige waanzin.

Eenmaal weg uit het krankzinnige huwelijk bleef ik nog wel wat bangig voor de ‘regels van de islam’ zoals die mij geleerd waren door mijn schoonfamilie. Beurtelings droeg ik een hoofddoek en dan weer niet. Soms liep ik met zomerjurken en dan weer met alles bedekkende wijde gewaden. Ik wist het allemaal niet zo. Wie is er ooit teruggekeerd uit het hiernamaals om de regels uit te leggen? Ik wilde het zo graag allemaal goed doen. Eenmaal bekeerd is bekeerd en beloofd is beloofd.

Nu ben ik langzaamaan steeds relaxter geworden wat wat kleding en hoofdbedekking betreft. Ik wil best een pet met een klep gaan dragen, maar dat zal dan zijn om mijn gezicht tegen de zon te beschermen. Mijn kleding is langzaamaan steeds bloter geworden. (Zou hier ook de ‘stepping stone theorie’ gelden zoals die ook nog steeds door velen wordt verondersteld bij drugsgebruik? Komt van het één het ander?) Ik begon met rokken en leggings die alleen mijn voeten vrij lieten en lang mouwen. Vervolgens waagde ik me wel eens aan een kortere mouw, driekwart en daarna kort en tenslotte liep ik zelfs weleens in een hemdje. De benen bleven nog even bedekt, maar ook die komen nu sinds een aantal jaren bloot onder mijn rokje uit, als ik met Ahmad naar het strand ga in Benalmadena, Uiteindelijk ben ik daar dan toch minder bloot dan de rest van de populatie, redeneerde ik tot nu toe, en daarom dus niet aanstootgevend.

Vorige week heb ik een zwempak gekocht. De laatste stap naar mijn bevrijding uit het keurslijf van door islamitische mannen gemaakte kledingvoorschriften. Enkele dagen later kreeg ik de droom met sheikh Nazim, die zich in mijn droom niets aantrok van mijn schaamteloos blote benen en gewoon met me sprak als een vader die goede raad geeft.

Die droom heeft mij verder gerust gesteld. Ik blijf moslim, maar ik vind het heel normaal dat ik bij warm weer samen met Ahmad het water kan inwandelen, net als andere badgasten die van de zee komen genieten. Een genoegen dat ik me jarenlang heb ontzegd. En daarbij hoef ik niet onnodig aandacht te trekken door me te bedekken in een ‘boerkini’, die al mijn vormen toont, maar mijn haren ‘netjes’ bedekt.

Rust, reinheid en regelmaat

Dat is wat een baby, peuter, dreumes, kind nodig heeft. Maar het valt niet mee om je altijd aan die regel te houden.

Vooral bij een eerste kind is dat moeilijk. Als het nog zuigelingen zijn en ze alleen maar kunnen reageren met huilen (hun manier van roepen) als ze iets nodig hebben, is het moeilijk voor de kersverse ouder om altijd direct te weten wat er aan de hand is. Daarom is regelmaat van belang, want zodra je je aan een schema van voeding houdt, weet je min of meer of je kleine schat huilt van de honger of niet. Maar er zijn nog zoveel andere redenen waarom je kleintje kan huilen. Heeft ze last van buikkrampjes, een natte luier, beginnende tandjes of voelt ze zich alleen en verlaten en heeft ze je nabijheid nodig? Kun je een kind te veel verwennen of moet je haar juist die veiligheid bieden dat ze weet dat er altijd een mammie, pappie of oma of tante in de buurt is?

Er is steeds meer bekend geworden over de ontwikkeling van kinderen. Op internet is er heel veel te lezen over hoe je het beste kan omgaan met je zuigeling in de diverse stadia. Er is zoveel te weten en zoveel informatie voor handen dat je als vader/ moeder door de bomen het bos niet meer ziet. Het liefst wil je je kind behoeden voor elk pijntje en ongemak en wil je dat ze nooit en nimmer ooit maar ergens last van zal hebben. Dat ze nooit hoeft te huilen.

Maar dat is onmogelijk. Een baby huilt regelmatig, hoe goed je ook je best doet om dat te voorkomen door het hulpeloze wezentje zo goed mogelijk te verzorgen. Ze huilt toch en meestal om een reden die je niet begrijpt. Ze heeft net gedronken en ze heeft een schone luier. Je ziet dat ze moe is en toch gaat ze niet slapen en ze blijft je roepen met haar doordringende gehuil. Om gek van te worden! Soms betekent dat elk uur opstaan om haar te troosten in de nacht. Soms is zij ontroostbaar en wil ze alleen maar slapen als jij dichtbij haar bent. En dat doe je dan maar, omdat het je hart breekt om dit kleine mensje alleen te laten huilen in de donkere nacht…..

Wat is wijsheid? Toen ik mijn eerste kind kreeg was er niemand die mij begeleidde. Ik had geen enkele ervaring met baby’s, omdat ik alleen maar een oudere broer had en verder geen familie (neefjes of nichtjes) die ik regelmatig zag. Naast me had ik een lijpe echtgenoot, die me alleen maar kon vertellen hoe het in zijn cultuur ging. Daar slapen de kinderen bij hun moeder in bed en hebben niet eens een eigen bedje. Een moeder werd geacht twee tot twee en een half jaar borstvoeding te geven. Er was geen sprake van een voedingsschema. Het drinken ging naar de behoefte van het kind. Nooit wist ik zeker of mijn kind genoeg gedronken had, omdat je borstvoeding niet kan meten. Ik had geen fles, geen fopspeen. Mijn borst was de fopspeen. Zo heb ik al mijn kinderen groot gebracht. Elk kind kreeg 2 jaar borstvoeding. Er was geen sprake van flessen en spenen. Gelukkig heb ik me alleen bij mijn eerste kind met katoenen luiers moeten behelpen. De anderen hadden wel wegwerpluiers.

Tot nu toe heb ik het alleen over de praktische gang van zaken. Daarmee viel te leven. Maar de onzekerheid die elke moeder voelt of zij het wel goed doet. Dat was voor mij het meest nijpende. Vooral bij Leila, mijn eerstgeborene, had ik het daar moeilijk mee. Ik deed zo mijn best, wilde dat zij altijd tevreden was en nooit hoefde te huilen. Dat ging ten koste van mijzelf en ik denk dat ik haar er ook uiteindelijk geen dienst mee heb bewezen. Zij kreeg twee en een half jaar borstvoeding. Nooit wilde haar vader haar horen huilen, wat betekende dat ik haar dag en nacht stil moest houden en dat betekende dus: haar ten allen tijde haar zin geven. Ik heb tot haar derde levensjaar naast haar moeten liggen tot zij sliep. Dat betekende dat ik nooit een vrije avond heb gehad.

Na Leila kreeg ik nog vier kinderen, van wie Imran (die na Leila geboren werd (zij was toen 5 jaar) helaas maar 4 dagen leefde. Daarna werd mijn heftige verlies (wat heb ik gehuild bij zijn grafje!) gecompenseerd met de komst van een tweeling. Omdat je twee kinderen niet tegelijk ‘op hun wenken’ kan bedienen moest ik nu wel beginnen met een ‘schema van rust, reinheid en regelmaat’. Dat was is die tijd gemakkelijker voor me, omdat hun vader een jaar in de gevangenis bivakkeerde, zodat deze stoorzender uitviel. Ook Kiran en Kamran kregen twee jaar de borst, maar dat gebeurde wel op een andere manier dan bij Leila, meer volgens de klok en ik nam nu de controle. Dat kon niet anders, met de zorg voor ineens drie kinderen. En na een jaar opnieuw weer de daarbij komende zorg voor een zeer lastige echtgenoot. Kir en Kam waren heel lieve en gemakkelijke baby’s, misschien omdat ze elkaar als gezelschap hadden en zich nooit alleen voelden. Daarna kwam Adil, een heel vrolijke baby. Omdat ik inmiddels nu vier kinderen had, kon ik onmogelijk bij zijn bedje blijven zitten tot hij sliep, ook al had hij dat vast wel gewild. Kinderen wennen aan de regelmaat die je hen geeft en willen ook graag dat jij de controle neemt over hun tijdschema. Dat geeft hun rust.

Mijn kinderen zijn nu volwassen en drie van hen zijn zelf vader/moeder. Ze doen dat geweldig, helpen ook elkaar met tips. Ik ben trots op mijn schatten. Ondanks mijn onzekerheid en mijn gevoel van falen als moeder heb ik ze toch kunnen verzekeren van mijn liefde.

Ik denk dat dit het belangrijkste is voor elk kind. Dat je weet dat je ouder het beste met je voor heeft en alleen maar wil dat al het moois in je karakter en al je kwaliteiten tot bloei komen. Elk kind heeft mooie dingen en die wil je als ouder versterken. Elk kind is anders en dat is prachtig en boeiend.

Mooie droom

Soms word je wakker met een heel blij gevoel, omdat je een mooie droom hebt gehad. Dan is daarna meestal ook je dag goed. Het omgekeerde gebeurt ook: nare droom, nare dag. Het gevoel dat je overhoudt aan een droom blijft vaak nazingen en bepaalt grotendeels je stemming tijdens de dag die volgt op de droom.

Vannacht heb ik gedroomd met sheikh Nazim. Het is alweer een tijd geleden dat sheikh Nazim zich liet zien in mijn droom. Dat gebeurde namelijk kort nadat ik bayat had gedaan (d.w.z. een eed van trouw had afgelegd) als murid (leerling) van de Naqhsbandi Tariqat (de Naqhsbandi sufiweg). Ik accepteerde daarmee sheikh Nazim als mijn murshid (leraar). Ik had hem toen nog nooit in levende lijve ontmoet. Alleen gezien op een foto bij vrienden. Daarna kreeg ik een droom waarin sheikh Nazim voorkwam met nog een sheikh. Dat was grandsheikh, sheikh Abdullah ad Daghestani. Beide sheikhs zijn overleden, maar nog steeds beschouw ik de lessen van sheikh Nazim als de belangrijkste en meest verrijkende én ver reikende lessen van mijn leven.

Mijn droom:

Ik droomde dat sheikh Nazim bij mij op bezoek was. Zoals gewoonlijk in mijn dromen was ik niet in mijn eigen huis, maar op een voor mij onbekende plaats. Toch was dit in mijn droom de plek die ik als mijn huis beschouwde.

Ik zat op een bank met mijn rug tegen de zijleuning en mijn benen uitgestrekt voor me uit, zoals ik wel vaker pleeg te zitten. Ik had blote benen en keek daarop neer, maar gek genoeg schaamde ik mij daar niet voor, terwijl dit toch een heel onislamitische outfit is! Ook sheikh Nazim leek zich er niet aan te storen. Hij zat aan het andere einde van de bank, schuin naar me toegericht. We aten allebei een schaaltje met yoghurt en ik voelde me heel ontspannen. Ik wilde graag kennis nemen van de wijze lessen die sheikh Nazim mij kon geven.

Dit was zijn advies: (NB Shaikh Nazim zei altijd: ‘Godsdienst is advies (‘nasiha’). Godsdienst kent immers geen dwang.

‘Als je tegen kinderen praat, doe dit dan altijd op een vriendelijke toon. Je mag kinderen vermanen en wijzen op wat ze moeten doen, maar doe dit altijd vriendelijk.’

Ik was blij met de woorden van sheikh Nazim. Wilde meer horen van zijn goede raad en adviezen. Maar het was tijd om te bidden en sheikh Nazim ging naar het toilet en daarna zou hij de rituele wassing voor het gebed doen. Ik wist dat ik dit na hem ook zou gaan doen. Maar ik wilde na afloop van het bidden graag weer met hem zitten en meer van hem leren……

Op dat moment werd ik gewekt door Ahmad die zojuist het ochtendgebed had gedaan en een minuut later ging mijn wekker voor het ochtendgebed. Ik ging de wassing doen, zoals ik ook in mijn droom van plan was. Ik hoopte dat ik na het gebed meer goede raad zou krijgen van sheikh Nazim, maar……..een vervolg op deze mooie droom bleef uit. Ik sliep weer en droomde wat anders (ben vergeten wat), maar toen ik wakker werd bleef de herinnering aan mijn mooie droom met sheikh Nazim en het daarbij gepaard gaande blije gevoel in mijn hart.

Ik neem me voor altijd vriendelijk te praten met alle mensen en mensenkinderen.

Tegenvallertje

Ahmad heeft hard gewerkt in de tuin. Eerst de schutting verplaatst en daarna van betonmortel alvast een bodem gemaakt, waarop ons op 23 juli bestelde tuinhuisje geplaatst zal worden. Voor dat huisje stond een levertijd van 2 tot 3 weken. Inmiddels zitten we in de vierde werkweek na de besteldatum. Nog geen huisje en geen taal of teken van Hornbach. Ik heb inmiddels al twee keer gebeld met de vraag wanneer wij het huisje kunnen verwachten. Het laatste wat ik hoorde via de telefoon was deze week of de volgende week.

Vandaag vraag ik het nog maar eens in de winkel. Een jongeman is bereid om te bellen naar het magazijn vanwaar het huisje getransporteerd moet worden naar de winkel. Dat blijkt helemaal in Estland te zijn. Het huisje is nog steeds daar. De mensen in Estland hebben twee weken vakantie gevierd. Het zal hopelijk 23 augustus a.s. op transport gaan naar Hornbach en zo niet dan wordt het 30 augustus. Terwijl de jongeman dit alles vertelt, zie ik Ahmad lelijk kijken. Het stoom komt zo een beetje uit zijn oren. Hij baalt ontiegelijk, omdat hij gehoopt had voor vertrek naar Spanje het huisje te kunnen beitsen en opbouwen en het oude huisje af te breken. Daar komt sowieso niks meer van terecht. We mogen hopen dat we nog hier zijn als het kreng eindelijk geleverd wordt

Wij gaan 29 augustus naar Spanje. De jongeman belooft me in de middag te bellen of een mail te sturen met de mededeling wanneer het huisje op transport gaat vanuit Estland, want vanmiddag zou hij horen wat het wordt, 23 of 30.

Het is na 18.00 uur en ik heb nog niets gehoord. De middag is voorbij. Ik bel naar Hornbach. De jongen die opneemt weet van niets. De collega die mij had beloofd te bellen is al weg en morgen werkt hij niet. Hij is er vrijdag weer. Maar morgen is er een andere jongen die ook voor me kan kijken.

‘Fijn, bedankt voor je hulp.’ Reuze fijn.

Ik bel morgen nog een keer en dan vrijdag nog een keer. Als ik dan nog geen definitief nieuws krijg, dan ga ik er maandag heen en annuleer ik de order. Wat een gedoe.

Blij met mijn buren

Toen ik in deze buurt kwam wonen, werd deze nog hoofdzakelijk bevolkt door blanke Nederlanders. Ik bracht mijn drie jongste kinderen naar de dichts bijzijnde school, waar ze toen nog met een meerderheid aan blanke kindertjes in de klas zaten. Toen ze school verlieten in groep 8 telden de gezichten een veelheid van kleuren.

Vóór mij had een gezin met vier kinderen gewoond in het huurhuis dat ik aangeboden kreeg. De ouders waren inmiddels bejaard geworden en hun kinderen waren allen het huis uit. Zij hadden vanaf het ontstaan van deze vredige woonwijk in dit huis gewoond en met veel plezier. De goede sfeer die ze achterlieten voelde ik, toen ik voor het eerst in mijn huis kwam.

Er waren in die tijd veel ouderen in mijn buurt, die hun kinderen in Vrederust hadden zien opgroeien en naar tevredenheid hier waren blijven wonen. Eigenlijk ging niemand van die oude generatie van ‘eerste bewoners’ hier weg, tenzij het niet anders kon. Omdat zij hetzij wegens gezondheidsredenen naar een bejaardenhuis moesten of omdat zij gewoon stierven.

Toen ik hier kwam wonen trof ik dus een mengeling van buurtbewoners aan: grijsaards en jonge gezinnen met kinderen. Altijd was het grasveldje voor mijn huis bezaaid met spelende kinderen. De oudjes keken ernaar vanaf hun balkons in de portiekflat tegenover me en naast me. Hun gezichten waren voor mij en mijn kinderen heel vertrouwd. Zo had je de ‘mevrouw met het rode vestje’, die altijd glimlachend op de kinderschare neerkeek, En natuurlijk de oma van Leroy, die altijd snoepjes gaf aan de kinderen. Het oudere echtpaar in de portiekwoning op de hoek, waarvan de man zich de tuin rondom zijn beneden portiekwoning had toegeëigend. Hij had er een schitterende rozentuin van gemaakt en aan de muur van zijn woning hingen een heleboel nestkastjes. Zijn balkon puilde uit van de schitterend bloeiende planten.

Ik maakte vaak een praatje met het echtpaar dat regelmatig over het balkon hing uit te kijken naar al het leven op het grasveld voor hen. Na de dood van zijn vrouw raakte de man verward en nu woont hij er niet meer. De rozen in zijn tuin zijn door de plantsoenendienst vervangen door niet bloeiende woekerstruiken. De vrouw met het rode vestje is jaren geleden overleden aan darmkanker en de oma van Leroy is na de dood van haar man ook verhuisd. Maar er wonen nog steeds wat bejaarden, die ik al jaren van gezicht en van groeten ken. Zij zullen het eens ook laten afweten, want niemand heeft een eeuwig leven.

Voor de oudere buurtbewoners in de plaats zijn gezinnen in de plaats gekomen en veel daarvan brachten hun cultuur van herkomst mee, waardoor de wijk een gezellig multicultureel aanzien kreeg. Ik woon in een prachtwijk krachtwijk voor mensen met een smalle beurs. Maar wel een schitterend groene wijk met nog ongekend veel ruimte tussen de woningen. Bovendien wonen we vlak naast natuurgebied ‘de Uithof’ en 15 minuten fietsen van het strand..

Ik vind dat ik bof met mijn buren aan weerskanten en ook voor en achter me zie ik alleen maar fijne mensen. In de portiekwoningen tegenover mijn huis zijn een aantal gezinnen komen wonen, die regelmatig een feest organiseren op het grasveld voor mijn huis. Dan zetten zij partytenten neer en tafels en stoelen, overal verspreid. Soms is het een feestje voor de volwassenen en gisteren was het een feest voor de kinderen. Kosten nog moeite worden gespaard. Er was een groot spring-luchtkussen en er stonden drie tenten. Vanaf de middag tot de avond hoorden we de kinderen het uitgillen van de pret, terwijl ze aan het springen waren. En de volwassenen werden steeds uitbundiger, naarmate de drank wellicht vloeide. Maar het bleef gezellig. Geen ruzie, alleen gelach en enthousiast gepraat was te horen. En om 23.00 uur, toen ik even uit het raam keek, zag ik dat niet alleen iedereen vertrokken was en alle feestspullen weg waren, maar dat bovendien het hele grasveld compleet schoon was achtergelaten. Zoals we dat inmiddels gewend zijn na hun feesten.

Ik kan niet anders dan blij zijn met zulke fijne buren.

Staar

Ofwel een cataract is iets dat veel voorkomt bij oudere mensen. Als kind schrok ik als ik het woord staar hoorde noemen. Ik geloof dat deze aandoening toen ook nog niet zo goed behandelbaar was als tegenwoordig. Ik wist weinig of niets van wat het inhield, maar zag als schrikbeeld een oude mevrouw voor me met haar nietsziende ogen op oneindig. Op haar iris lag een dun laagje blauwige mist. Waarschijnlijk verwarde ik in mijn onwetendheid staar met andere oogziektes en klopte er helemaal niets van dit beeld. Staar stond voor mij gelijk aan blind worden of al zijn.

Nu heb ik het zelf en ik weet dat mijn beeld van vroeger niet klopt. De staar is bij mij begonnen in maart van het vorige jaar. Vooral in het schermer-donker zag ik ineens op mijn fiets verkeer niet goed aankomen. Daarna moest ik een keer na een familiefeestje terug rijden van Ypenburg naar Den Haag in de spiksplinternieuwe volkswagen scirocco van mijn kinderen. Het was donker en regenachtig en ik zag geen hand voor ogen met de lenzen die ik in had. Met het zweet in mijn handen kwam ik uiteindelijk toch bij mijn huis aan,

Toen wist ik dat het tijd was voor een bezoek aan Pearle ;-). Het rechteroog was dramatisch achteruitgegaan en bij Pearle dachten ze aan een beginnende staar. Een bezoek aan de oogarts wees uit dat ik inderdaad staar begon te krijgen aan het rechteroog. Het enige wat de specialist deed was een sterkere bril/ contactlenzen voorschrijven. Met aangepaste contactlenzen heb ik me weten te behelpen tot de dag van vandaag, maar het lekkere gevoel dat ik eerder had als ik auto reed en het gemak waarmee ik tv keek en boeken las is nu verleden tijd.

Onlangs heb ik weer nieuwe contactlenzen laten aanmeten door Pearle. Ook het linkeroog bleek nu achteruit te zijn gegaan.

Ik word hiervan steeds onzekerder. Hoe snel gaat het proces van de voortwoekerende staar, vraag ik me af. Echt met plezier ergens naar kijken doe ik al lang niet meer. Er hangt een voortdurende grauwsluier voor met name mijn rechteroog.

Vorige week belde ik de oogarts met het idee dat het vast wel maanden zou duren voordat ik een afspraak kreeg. Ik had geluk. Er is iemand uitgevallen en voor vandaag heb ik een afspraak.

Rustig wacht ik af in de zeer ongezellige wachtgang. Een wachtkamer kan je het niet noemen. Ik zit te midden van anderen in een lange gang die uitkijkt op een aantal deuren. Er is zeer schaarse verlichting en er ligt nergens leesmateriaal, alsof men heeft gedacht: ‘Het betreft hier toch mensen met een slecht zicht, dus laten we geen moeite doen de omgeving duidelijker of gezelliger te maken. Ik neem me voor straks wat te gaan overdrijven over mijn ongemak. Ik ben het geklungel met steeds sterker wordende en alsnog niet optimale contactlenzen zat. Ik wil een oplossing! Dat is een operatie, waarbij je nieuwe lenzen in je ogen geplaatst krijgt die een perfect zicht in de verte gedurende de rest van je leven garanderen.

Ik wordt geroepen en een assistente kijkt alvast hoe ‘goed’ mijn zicht nog is. Daarna druppelt ze iets gemeens in mijn beide ogen, dat mijn pupillen zal verwijden.

Vervolgens moet ik weer wachten in opnieuw een duistere ruimte. In het midden staat wel een leestafel met enkele bladen erop. Met het tijdschrift bijna tegen mijn neus lees ik ‘mijn geheim’ in de schaars verlichte ruimte. Van een aardige mevrouw (een vrijwilligster) krijg ik een kopje koffie aangeboden. Als laatste word ik eindelijk geroepen door de specialist himself.

‘De ogen zijn behoorlijk achteruit gegaan, hè,’ zegt dr Busch, die vandaag veel toeschietelijker lijkt dan de vorige keer. ‘Inderdaad’, zucht ik. ‘Ik denk dat we daar wat aan moeten gaan doen,’ zegt hij dan uit zichzelf tot mijn opluchting.

Na enig onderhandelen over de diverse mogelijkheden wordt door ons gezamenlijk het besluit genomen om beide ogen tegelijk te opereren. Dat zal gaan gebeuren in december van dit jaar, omdat ik over twee weken voor drie maanden weer naar Spanje ga.